Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Wetenschap

Bijziend? Niet genoeg buiten gespeeld

Een set van mutaties in zesentwintig genen blijkt verantwoordelijk voor iemands aanleg om bijziend te worden, blijkt uit onderzoek.

Amsterdam. Dragers van een combinatie van deze genen hebben een tien keer zo hoge kans om brildragend te worden. Dat schrijft het internationale consortium van onderzoekers CREAM in een studie die gisteren in het wetenschappelijke blad Nature Genetics verscheen.

Van bijziendheid was al bekend dat het erfelijk was, maar welke genen daar invloed op hadden was grotendeels onbekend. „Diverse onderzoekers hadden er wel naar gezocht, maar niemand had nog een grote vis gevangen”, zegt Caroline Klaver, oogarts-epidemioloog in het Erasmus MC in Rotterdam en onderzoeksleider van het CREAM consortium. „Dankzij internationale samenwerking hebben we nu genoeg gegevens van mensen bij elkaar gekregen – bijna 40.000 – om de verantwoordelijke genvarianten op te sporen.”

Het blijkt te gaan om genen die een rol spelen bij de overdracht van signalen in de hersenen naar de ogen, bij de opbouw van het bindweefsel in de ogen en bij de ontwikkeling van het oog.

Het aantal bijzienden is de laatste decennia sterk toegenomen tot eenderde van de Nederlandse bevolking en tot wel 80 procent van de inwoners van Hongkong. Dat heeft te maken met veranderde omgevingsinvloeden. Klaver: „Mensen zijn steeds meer gaan lezen, en doen vaker andere dingen die nabijzien vereisen. Hun ogen passen zich aan. Bijziende ogen hoeven zich bij lezen minder in te spannen. Onder hoger opgeleiden zien we gemiddeld veel meer bijziendheid.” Helpt het om een paar keer per dag naar de horizon te staren? „Daar zit wel wat in”, zegt Klaver. „Uit Australisch blijkt dat kinderen die dagelijks een paar uur buiten spelen hun genetisch risico op bijziendheid al reduceren tot een gewoon risico.” NRC