Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Cultuur

23.000 graven, daar komt heel wat bij kijken

Alles is te vertijdschriften. Een blad over honden? Dat is er: Woef! Een blad over Ajax? Dat is er: 1900. Een blad voor wapenliefhebbers en sportschutters? SAM-Wapenmagazine. Dus ja, waarom niet een blad over een Amsterdamse begraafplaats?

Twee jaar geleden begon het tijdschrift ThemaTijdschrift. Helemaal lekker bekt het niet, maar duidelijk is het wel: een tijdschrift over één thema. Dit keer gaat het blad over begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. Eerder ging ThemaTijdschrift over ‘Napoleon in Nederland’ (zes afleveringen, telkens werd een andere stad of provincie belicht), het jaar 1812 en ‘Felis Catus / De huiskat’. Dat klinkt een beetje rommelig en als van alles wat – een spannend concept voor een abonnement, zullen we maar zeggen. Vier nummers voor 30 euro per jaar, in 2013 volgen nog de thema’s Amsterdamse grachtengordel (die bestaat 400 jaar), Rusland-Nederland (omdat het Ruslandjaar is) en 1813 (omdat ons koninkrijk 200 jaar bestaat).

Nu dus De Nieuwe Ooster, nadat vorig jaar al het ThemaTijdschrift ‘begraven’ was verschenen (met de prikkelende covertekst ‘Win een grafkist’). Het klinkt misschien saai, een blad over één begraafplaats, maar dat valt eigenlijk wel mee. Het is niet saaier dan een blad over honden, of een blad over Ajax. Als je het onderwerp maar goed aanpakt. En dat is in dit ThemaTijdschrift gedaan. Het geeft een fijne mix van reportages, weetjes, geschiedenis en interviews.

Een blad over een begraafplaats is natuurlijk stemmig. Met mooie foto’s. Geen spannende, maar wel mooie. Veel groen natuurlijk (want ja, De Nieuwe Ooster is „de grootste, de groenste en misschien wel mooiste begraafplaats van Nederland”). En ingetogen koppen. „Parel in de Watergraafsmeer.” „Urn, graf, muur, vijver; veel plekken om as te bewaren.” Niet sprankelend. Maar wat te denken van: „23.000 graven, daar komt heel wat bij kijken.” Want ja, poeh, 23.000 graven? Dat is een boel.

Het is niet duidelijk hoe dit blad gefinancierd is. Veel advertenties staan er niet in. En het is wel erg positief over de begraafplaats – als ik De Nieuwe Ooster was, zou ik een enorme stapel bestellen om gratis uit te delen. Mooie reclame.

Het interessantst is het kijkje achter de schermen. „Het wordt een rustige dag. Er staan ‘slechts’ vijf uitvaarten op het programma.” Het is soms net een docusoap: „De verwarming doet het niet. Daar hebben gisteren twee diensten last van gehad.” En dan een schok, als we met de verslaggever en de man die de ovens bedient in de ovenruimte zijn. „Plotseling zegt hij: ‘Wil je eens zien hoe het er van binnen uitziet?’ Natuurlijk ben ik nieuwsgierig. En hij opent de rechter ovendeur, ik zie vuur en enkele ribben, verder niets.”

Het meest ontroerende verhaal (eentje waarvan de ogen vochtig kunnen worden) is dat van oud-portier Joris Pelgrom. „Morgen weer gebak?”, heet het. Het gaat over een man die op een dag, bij het bezoeken van het graf van zijn vrouw, gebak meenam voor Pelgrom. Als bedankje, omdat Pelgrom altijd de poort van de begraafplaats opendeed. Het gebak kwam elke week, tot de man vertelt dat hij euthanasie laat plegen, hij is ernstig ziek. „Nog even en ik ben weer bij mijn vrouw.” Dat wilde de man het liefste. „Gewoon bij mijn vrouw zijn.”