Hoe zoek je slimmer? Drie methodes om slimmer te zoeken

Op internet is meer informatie beschikbaar dan ooit te voren. Maar hoe vind je snel wat je zoekt? Vier pagina’s met tips van Ewoud Sanders, auteur van het boek Slimmer zoeken op internet.

1

Door toetscombinaties te gebruiken

Stel, je zoekt op internet naar inschrijfgeld. Je belandt op een site met zoveel tekst dat je niet meteen ziet waar dit woord staat. Hoe voorkom je dat je de hele pagina moet doorlezen? Bij Windows met de toetscombinatie ctrl + f, bij Apple met de toetscombinatie cmd + f. Hiermee open je een venster in je browser, meestal rechtsboven (bij de browsers Explorer, Chrome en Safari). Tik in dit venster nogmaals het gezochte woord en het wordt meteen gemarkeerd op de webpagina. Bovendien krijg je direct te zien hoe vaak de zoekterm op de pagina voorkomt: één keer of (veel) vaker.

Zo zijn er nog diverse andere toetscombinaties die het zoeken (en het werken met een laptop of pc) kunnen vergemakkelijken.

2

Door beter gebruik te maken van filters en zoekformulieren

Bij Google kun je filteren op bijvoorbeeld periode (afgelopen week, maand, jaar), taal (alleen Nederlandse pagina’s) en locatie (alleen resultaten uit de eigen omgeving). Ook veel databanken kennen filtermogelijkheden. Nu verzuipen veel mensen in het aanbod – je krijgt zoveel dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Met die filters, die vaak over het hoofd worden gezien, kun je de resultaten snel en makkelijk verfijnen.

3

Door zoekoperatoren of zoekcommando’s te gebruiken

Dit zijn woorden of tekens die je aan een zoekopdracht toevoegt. Je zet ze gewoon in de zoekregel van Google, Bing of Yahoo. Je kunt ze ook gebruiken als je een databank doorzoekt, zoals Twitter of YouTube.

De beste zoektermen

Wat de beste zoektermen zijn hangt af van je vraag. Zoek je de openingstijden van de Mediamarkt in Amsterdam, dan is openingstijden mediamarkt amsterdam een effectieve zoekopdracht. Wil je weten hoe iCloud werkt, dan kun je volstaan met de zoekopdracht hoe werkt icloud.

Voorbeelden van zoekopdrachten staan in deze bijlage in rood.

Zoeken naar een enkel feit kan makkelijk zijn, hoewel dat lang niet altijd zo is. Hoe dan ook wordt het moeilijker als je een complexe vraag hebt. Dat vergt een systematische aanpak. Daar zijn enkele vuistregels voor.

1 Splits een ingewikkelde hoofdvraag op in behapbare deelvragen. Voorbeeld: van welke therapieën tegen faalangst is aangetoond dat ze effectief zijn? Deelvragen zouden kunnen zijn: wat is faalangst? Welke therapieën tegen faalangst zijn er? Welke criteria bepalen de effectiviteit?

2 Formuleer aan de hand van je deelvragen relevante zoektermen. In dit geval zou je kunnen beginnen met: faalangst. Of “wat is faalangst”.

3 Houd daarbij rekening met de taal: zoek je alleen Nederlandse bronnen of ook buitenlandse? Stel, je zoekt naar literatuur over faalangst. Maar wat is faalangst in het Engels? Een manier om dit snel te achterhalen: via Google met de zoekopdracht translate faalangst. Of anders via Google Translate (translate.google.nl). Antwoord: performance anxiety en fear of failure. Een andere manier: zoek faalangst in de Nederlandse versie van Wikipedia en klik vervolgens linksonder, onder de optie ‘In andere talen’, op Engels.

4 Achterhaal welke terminologie / welk vakjargon er gangbaar is over je onderwerp. Is die terminologie eenduidig of worden er verschillende synoniemen gebruikt? De medische term voor faalangst, aldus Wikipedia, is atychifobie (atychiphobia in het Engels). Een goede bron voor synoniemen of verwante begrippen is thesaurus.com.

Na een zoekopdracht geeft Google, aan de onderkant van de resultatenlijst, voorbeelden van verwante zoekopdrachten. Daar kun je iets aan hebben:

5 Bedenk van tevoren welke bronnen het meest relevant zouden kunnen zijn: artikelen, boeken, rapporten? Kun je het best op het vrije internet beginnen of bij een bepaalde databank?

6 Bedenk eveneens hoe iets in een document zou kunnen staan, in welke bewoording of formulering. Zoek daar vervolgens op.

7 Als je bij een zoekvraag meerdere zoektermen gebruikt, zet ze dan in een logische volgorde, want de woordvolgorde heeft invloed op de zoekresultaten. Logisch is bijvoorbeeld: de belangrijkste zoekterm eerst. Bij de zoekopdracht aanpak schoolverzuim geef je aanpak het meeste gewicht. Logisch is ook: zoals wij schrijven of praten. Zoek je iets over de Amerikaanse verkiezingen, dan is amerikaanse verkiezingen een betere zoekopdracht dan verkiezingen amerikaanse.

Toets informatie op betrouwbaarheid

Op internet is onvoorstelbaar veel te vinden, maar ook heel veel onzin. Hoe stel je vast of een website betrouwbaar is? Ook daar zijn een aantal vuistregels voor.

1 Kijk of het uiterlijk van de site aansluit bij de informatie die je zoekt

Een rommelige site, slecht doorzoekbaar en met veel tikfouten, bevat die per definitie onbruikbare informatie? Dat ligt aan je onderzoek. Als je bijvoorbeeld onderzoek doet naar uitingen van rechts extremisme of verontwaardigde burgers, dan heb je hoogstwaarschijnlijk precies gevonden wat je zocht. Maar als je op zoek bent naar objectieve, feitelijke informatie, dan kun je schreeuwende koppen, veel uitroeptekens!!!, wild gebRUIK van hOOfDLETteRs, veel tikvouten en slechte doorzoekbaarheid zien als een duidelijk signaal: onbetrouwbare site, door naar de volgende.

Er zijn trouwens ook sites die er gelikt uitzien, maar die toch gekleurde informatie bevatten. Ze hebben bijvoorbeeld als doel de publieke opinie te beïnvloeden of bepaalde producten te verkopen.

2 Kijk van wie de site of databank is

Is de site of databank van een professionele instelling, dan is de informatie bijna altijd betrouwbaar. Dit geldt bijvoorbeeld voor sites van universiteiten, hogescholen, overheidsinstellingen, musea, archieven en bibliotheken. Naar dergelijke sites wordt elders op internet vaak verwezen.

Je hoeft niet in je eentje op zoek te gaan naar betrouwbare websites: veel bibliotheken en onderwijsinstellingen houden er lijsten van bij.

3 Kijk of de site of databank wordt bijgehouden

Dat zie je meestal heel snel aan de laatste berichten of postings. Als ergens staat: deze site is voor het laatst bijgewerkt in 2001, dan kun je beter op zoek gaan naar een andere bron.

4 Onderzoek zo nodig door wie de site of databank wordt bijgehouden

Wikipedia wordt doorlopend aangevuld en bijgewerkt, maar zoals bekend kan iedereen iets aan deze online-encyclopedie toevoegen, zelfs anoniem. Daardoor kan de informatie onbetrouwbaar zijn. Meestal wordt onzin snel uit Wikipedia verwijderd en worden fouten uiteindelijk gecorrigeerd, maar je moet hier wel op bedacht zijn.

Als je twijfelt over de betrouwbaarheid van een website of databank, kijk dan wie hem bijhoudt. Als het goed is vind je informatie hierover op de site zelf, bijvoorbeeld onder de kop ‘over deze site’. Als nergens iets te vinden is over de organisatie, redactie of webbeheerder, dan klopt er iets niet.

Adviseert een website voor alle medische problemen pillen van één bepaald farmaceutisch bedrijf? Dan heb je geen onafhankelijke bron te pakken. Wijst alle informatie op een nieuwssite in één bepaalde politieke richting? Dan heeft de site waarschijnlijk tot doel de publieke opinie te beïnvloeden. Meestal is snel na te gaan hoe het zit: eenvoudigweg door elders op internet te kijken wat er over zo’n site bekend is. Hetzelfde geldt natuurlijk voor een databank of blogger.

5 Controleer je gegevens in drie of meer bronnen

Wordt een citaat correct aangehaald, is de bron juist weergegeven? Kloppen de jaartallen en cijfers? Baseer je niet op één, maar waar mogelijk op drie of meer bronnen. Als dezelfde feiten opduiken in bronnen die je betrouwbaar acht, dan kloppen ze meestal, maar wees beducht voor bronnen die elkaar klakkeloos overschrijven. Kortom: check de feiten. En geloof niet alles wat je leest.

Gebruik bij Googlezoekcommando’s

Bij slimmer zoeken op het vrije internet maak je geregeld gebruik van zogenoemde zoekcommando’s of zoekoperatoren. Dit zijn woorden en tekens die je aan een zoekopdracht toevoegt, gewoon in de zoekregel bij Google.

Als je een beetje handig wordt met dit soort commando’s, krimpt je resultatenlijst, terwijl de relevantie van de resultaten met sprongen stijgt. Dat lukt overigens zeker niet altijd na één zoekopdracht: slim zoeken is creatief werk.

Hieronder staan de belangrijkste en nuttigste zoekcommando’s voor Google. Er zijn toelichtingen opgenomen omdat je met zoekcommando’s soms veel meer kunt dan je op het eerste gezicht zou denken. En omdat kleine dingen soms veel uitmaken, zoals een spatie voor of na het minteken.

Tekens

die je aan zoekopdrachten kunt toevoegen

- (minteken) = sluit dit uit

Voorbeeld zoekopdracht:

Hiermee vind je van alles met New erin, maar niet New York. Met het minteken kun je ook een site uitsluiten -site:nos.nl of een documentformaat -filetype:pdf .

Let op: voor - komt wel een spatie, erna niet. Die spatie is belangrijk, want daarmee onderscheid je het minteken van het koppelteken of afbreekstreepje. Vergelijk de zoekopdrachten jan-van-gent en jan-van -gent. Met de eerste zoekopdracht vind je jan-van-gent (een bepaalde vogel). Met de tweede zoekopdracht (met een spatie voor -gent) vind je allerlei mensen die Jan van… heten, maar niet Jan van Gent.

“ ” (dubbele aanhalingstekens) = precies zo moet het er staan

Voorbeeld:

Resultaat: alleen pagina’s waar dit precies zo staat. Zinnen als ‘iedereen wil domweg gelukkig zijn in de Dapperstraat’ worden met deze zoekopdracht niet gevonden.

Google hecht al veel gewicht aan de woordvolgorde in een zoekopdracht en wijkt hier meestal alleen om goede redenen vanaf. Zoeken met dubbele aanhalingstekens kan erg functioneel zijn, maar bedenk of het echt nodig is, want je kunt er ook dingen door mislopen. Met de zoekopdracht “Alexander Bell” mis je bijvoorbeeld Alexander G. Bell, terwijl dit dezelfde Amerikaanse uitvinder is.

Tweede voorbeeld: “advieseur”. Hiermee zeg je: er moet echt advieseur staan. Google wil dit corrigeren (‘bedoelde je: adviseur?’), maar dat bedoelde je niet.

Let op: dit werkt alleen met dubbele aanhalingstekens, niet met enkele.

.. (twee puntjes) = geef een numerieke waarde tussen x en y

Voorbeeld:

De eerste twintig zoekresultaten gaan over de overstroming van 1953 (de watersnoodramp). Dit werkt ook met bedragen, bijvoorbeeld: fiets 100..150 euro.

Let op: geen spaties voor of na de puntjes plaatsen.

* (asterisk of sterretje) = vul de leegte in

Voorbeeld:

Resultaat: niet alleen een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, maar ook allerlei varianten op deze uitspraak, bijvoorbeeld een dag niet gegamed is een dag niet geleefd.

Ander voorbeeld: “dat slaat als ** op **”. Als je twee of meer sterretjes direct na elkaar gebruikt, hoeven er geen spatiestussen.

Let op: in de meeste databanken kun je binnen een woord een willekeurig aantal tekens vervangen door een sterretje. Of je kunt er een woord mee aanvul*. Bij de grote zoekmachines op internet is dat niet het geval. Daar vervang je met een * één heel woord, niet een woorddeel.

Woorden die je aan zoekopdrachten kunt toevoegen

AROUND(n) = in de nabijheid van

Voorbeeld:

Resultaat: zinnen waarin de namen Wilders en Rutte maximaal 14 woorden van elkaar verwijderd zijn.

In plaats van (14) kun je een willekeurig ander getal invullen, maar getallen boven de 20 zijn zelden zinnig, net als getallen onder de 3. Een gemiddelde zin telt 14 woorden en meestal zul je met deze operator zoeken naar de relatie tussen twee woorden (of namen) in één zin. Met AROUND voer je dus een zogenoemde proximity search uit, je zoekt woorden of namen in elkaars nabijheid.

Let op: AROUND moet met hoofdletters.

define: = geef een definitie van het gezochte woord (of naam)

Voorbeeld:

Bovenste resultaten: definities van het woord genocide in diverse woordenboeken en encyclopedieën.

Je kunt met deze zoekoperator vaak ook gegevens over personen vinden: define:obama. Werkt beter voor het Engels dan voor het Nederlands.

Let op: geen spatie na de dubbele punt.

filetype: = zoek dit bestandsformaat

Voorbeeld:

De meeste rapporten, boeken, scripties en proefschriften worden in pdf-formaat op internet gezet. Reden: je kunt er niet makkelijk iets in wijzigen. Dus als je zo’n publicatie zoekt, voeg dan aan je zoekopdracht toe filetype:pdf .

Je kunt op duizenden bestandsformaten zoeken. Zie voor een overzicht file-extensions.org. Meestal kom je al een heel eind met deze:

doc of docx = MS Word (veelgebruikt formaat voor notulen, vergaderstukken e.d.)

pdf = Portable Document Format

ppt of pptx = PowerPoint (veel gebruikt voor presentaties)

xls of xlsx = Excel (veel gebruikt voor berekeningen, begrotingen e.d.)

Let op: geen spatie na de dubbele punt, en haal de punt voor de extensie weg. Dus niet filetype:.pdf (werkt niet), maar filetype:pdf. Het maakt niet uit of je filetype: voor of na je zoekterm(en) zet.

OR = zoek dit OF dat

Door OR te gebruiken kun je met één zoekopdracht zoeken naar onder andere:

• verwante begrippen studiefinanciering OR stufi of dyslexie OR woordblindheid

• spellingvarianten van woorden of namen huygens OR huijgens

• buitenlandse varianten van namen sjostakovitsj OR shostakovich OR chostakovitch

• bepaalde sites troonrede site:nrc.nl OR site:volkskrant.nl

• de afkorting of volledige vorm van een woord bijv. OR bijvoorbeeld

Let op: OR moet met hoofdletters. In plaats van OR kun je ook |, het staande streepje, gebruiken. Dit is het teken boven of naast de Enter-toets.

related: = zoek thematisch verwante websites

Voorbeeld:

Resultaat: websites als encyclopedie.nl en vandale.nl. Websites dus met het karakter van een naslagwerk. Met related:nrc.nl vind je sites van allerlei andere kranten (de Volkskrant, De Telegraaf, Trouw), met related:gezondheid.nl ook dokter.nl, medischestartpagina.nl enzovoorts. Kortom: erg handig om thematisch verwante sites te vinden die je nog niet kende.

site: = beperk de zoekopdracht tot deze website of dit domein

Voorbeeld:

Je kunt ook aangeven dat je alleen in websites uit een bepaald land wil zoeken: bijvoorbeeld alleen uit Nederland (.nl), België (.be), Duitsland (.de), Frankrijk (.fr) of het Verenigd Koninkrijk (.uk). Er bestaan honderden van dergelijke topleveldomeinen, zoals ze officieel heten. Voor een overzicht, zie de ‘Lijst van topleveldomeinen op het internet’ in Wikipedia.

Let op: geen spatie na de dubbele punt. En niet site:.nl of site:.be, maar simpelweg site:nl of site:be.

Enkele andere nuttige topleveldomeinen:

edu = hoger onderwijs, o.a. Amerikaanse universiteiten

eu = Europese Unie

gov = Amerikaanse instellingen van de federale overheid

int = internationale organisaties

museum = musea

org = non-profit organisaties

1 Combineer de woorden databank of database met het onderwerp dat je zoekt

Zoek je een databanken over kinderboeken? Zoek databank kinderboeken. Bovenste resultaat, een verwijzing naar het Centraal Bestand Kinderboeken, de belangrijkste Nederlandstalige databank op dit terrein.

Zoek je buitenlandse databases over internationaal recht? Zoek databases international law. Een van de eerste resultaten: een ‘Guide to Foreign and International Legal Databases’ van de New York University School of Law.

Andere mogelijkheid: combineer vind of find met het onderwerp dat je zoekt. Met vind advocaat kom je bijvoorbeeld meteen terecht bij een databank getiteld ‘vind uw advocaat’ van advocatenorde.nl.

2 Maak gebruik van bestaande overzichtslijsten

Veel universiteiten, hogescholen en mediatheken houden thematische lijsten bij van relevante websites. Je vindt ze bijvoorbeeld zo: juridische databanken universiteit. Of databanken toegepaste psychologie hogeschool.

3 Laat Google zoeken naar een verwante databank

Zoek telefoongids en je krijgt als eerste resultaat detelefoongids.nl. Maar zijn er nog andere goede telefoongidsen of verwante databanken? Met de zoekopdracht related:detelefoongids.nl vind je er een heleboel.

Voorbeelden zoektocht

Hieronder twee voorbeelden van zoektochten naar informatie op het vrije of zichtbare internet (dat zijn de vrij toegankelijke webpagina’s die door een zoekmachine worden geïndexeerd). Het gaat slechts om voorbeelden. Iemand die technische informatie zoekt over windmolens zal wellicht zijn of haar schouders ophalen bij een voorbeeld over het zoeken naar een taalkundige kwestie. In de praktijk kunnen de zoektrucs voor beide onderwerpen echter precies gelijk zijn.

Wie onderstaande casestudies herhaalt kan overigens enigszins afwijkende uitkomsten krijgen. Oorzaak: internet is voortdurend in beweging.

Ik zoek hedendaagse varianten van de uitdrukking dat slaat als een tang op een varken? Hoe doe ik dat?

Eerste voor de hand liggende zoekactie:

Dit levert meteen twee hits op over de herkomst van de uitdrukking, met als belangrijkste het spreekwoordenboek van F.A. Stoett, verschenen tussen 1923 en 1925.

Stoett geeft informatie over de herkomst van de uitdrukking en allerlei interessante historische varianten, maar je was op zoek naar moderne varianten. Die vind je door gebruik te maken van het sterretje (*) en minteken (-).

Je zoekt dat slaat als een tang op een varken, maar dan zonder tang en varken. In computertaal:

Vertaald in gewoon Nederlands: ik zoek een bepaalde groep woorden (daarom heb ik ze tussen dubbele aanhalingstekens gezet), in die groep laat ik twee woorden open (twee sterretjes), maar ik geef wel aan door welke woorden die sterretjes niet mogen worden vervangen (door er een minteken voor te zetten). Je krijgt nu meteen allerlei varianten te zien, waaronder:

• slaat als een drol op een slagroomtaart

• slaat als een knots op een kangoeroe

• slaat als een slok op een borrel

Op basis van deze resultaten kun je verder gaan schrappen:

“slaat als een * op een *” -tang -varken -drol -slagroomtaart -knots -kangoeroe -slok -borrel

NB: minteken moet steeds aan woord vastzitten

Er volgt nu van alles: slaat als een knul op een drumstel; slaat als een schuiftrompet op een houtvlot; slaat als een hamer op een banaan, enzovoorts.

Ook die varianten kun je, met behulp van het minteken, wegfilteren. Gevolg: je resultatenlijst wordt steeds korter, terwijl je nieuwe varianten blijft vinden. Uiteindelijk krijg je een heel lange zoekopdracht, die tientallen woorden mag bevatten.

Wat je nu overigens niet vindt, is: slaat als ’n drol op ’n slagroomtaart. Immers, je zocht op “slaat als een * op een *”. Maar zou je dat zelf zo schrijven? In zo’n informele uitdrukking? Als uitgangspunt had je dus beter deze zoekopdracht kunnen gebruiken:

Hoe vaak en waar?

Je hebt nu wel vastgesteld dat er tientallen varianten bestaan van de uitdrukking dat slaat als een tang op een varken, maar waren dat eenmalige vondsten of komen ze vaker voor?

Dat onderzoek je door gericht naar die ene variant te zoeken, bijvoorbeeld zo:

Als je wil vaststellen of een bepaalde variant wordt gebruikt in Nederland en/of België, voeg je aan je zoekopdracht simpelweg het site-commando met een landcode toe. Dus:

en:

Wat je met deze truc ook kunt vinden

• de correcte vorm van een citaat. Voorbeeld: “in nederland gebeurt alles * jaar later”. Vijftig jaar of honderd jaar later?

• de correcte vorm van een spreekwoord. Voorbeeld: “als ** verdronken is dan **”. Het kalf? Dempt men? De put?

• normen en waarden. Voorbeeld: “een dag niet ** is een dag niet geleefd”. Of “mijn definitie van vriendschap ***”.

• stemminguitslagen. Voorbeeld: euthanasie wetsvoorstel “* stemmen voor * stemmen tegen”. Een van de antwoorden:

Ik zoek boeken en artikelen over een psychische aandoening die bekendstaat als dissociatieve stoornis.

Voor literatuur over dit onderwerp zou je kunnen gaan zoeken in een speciale databank met psychologische literatuur. Maar in dit voorbeeld zoeken we in PiCarta, een databank die toegankelijk is via de Koninklijke Bibliotheek (KB). Voor 15 euro per jaar kun je lid worden van de KB, wat je toegang verschaft tot honderden betaalde databanken. In PiCarta kun je opzoeken welke boeken en tijdschriften ruim 400 Nederlandse bibliotheken in hun bezit hebben. Momenteel kun je er zo’n 20 miljoen boektitels vinden, plus de titels van ruim 50 miljoen artikelen die sinds 1992 zijn gepubliceerd in 12.000 tijdschriften. PiCarta wordt dagelijks bijgewerkt en is een goed startpunt voor veel literatuuronderzoek.

In PiCarta kun je op twee manieren zoeken: via één zoekregel of via een formulier met diverse zoekregels (‘geavanceerd zoeken’). Er is een help-knop en een link getiteld ‘hulp bij het zoeken’. Als je geen zin hebt om de handleiding van PiCarta te lezen, vind je op internet met de zoekopdracht tutorial picarta of video picarta diverse instructiefilmpjes.

In dit geval zoeken we via het zoekformulier of de zoekfilter.

Zoals je ziet kun je bij ‘materiaalselectie’ bronnen selecteren. We zijn op zoek naar boeken en artikelen, dus daarmee vervallen diverse andere bronnen.

Zoeken via een formulier is een kwestie van mogelijkheden uitproberen. Als je bijvoorbeeld in het veld ‘titelwoorden’ (het veld onder ‘auteur’) dissociatieve stoornis invult, krijg je 8 hits.

Daar zitten relevante publicaties tussen, maar is het wel handig om alleen naar titelwoorden te zoeken? En zou er in plaats van stoornis ook stoornissen kunnen staan?

Daar kom je achter door ‘titelwoorden’ in het zoekformulier te veranderen in ‘alle woorden’. En door achter stoornis een * te tikken (dat sterretje vervangt een willekeurig aantal tekens). Je zoekopdracht ziet er nu zo uit:

Je vindt nu 68 boeken en artikelen, van 1988 tot 2012. Omdat die oude publicaties achterhaald kunnen zijn, zou je in het formulier nog kunnen opgeven dat je alleen publicaties zoekt uit de jaren 2000-2012. Je houdt nu 21 titels van boeken en artikelen over.

Toen je in ‘titelwoorden’ op dissociatieve stoornis zocht, vond je alleen Nederlandstalige publicaties. Door naar ‘alle woorden’ te zoeken, vind je ook Engelstalige publicaties waarbij ‘dissociatieve stoornis’ of ‘dissociatieve stoornissen’ voorkomt in de beschrijving.

Bij diverse publicaties, waaronder een standaardwerk over dit onderwerp, staan korte samenvattingen. Als je wilt weten waar, in welke bibliotheek, een boek aanwezig is, klik op je het tabblad ‘NCC bezit’. NCC staat voor Nederlandse Centrale Catalogus.

Als je de gevonden titels wilt exporteren, klik je, onder de titellijst, op ‘download’. Je kunt de titels nu onder meer naar jezelf mailen.

Bekijk, tot slot, zeker de hints die PiCarta in de linkerkolom aanbiedt.

Via de ‘systematische codes’ kom je bijvoorbeeld diverse andere relevante publicaties op het spoor.

Voor de goede orde: in PiCarta staan vrijwel alleen titels. De eigenlijke publicaties (fulltext) moet je elders halen. Maar als je eenmaal de juiste titels hebt, is dat vaak een fluitje van een cent.

MEER INFORMATIE Ewoud Sanders Slimmer zoeken op internet. Via hubstore.nl/NRCslimmerzoeken is dit gidsje voor NRC-lezers te bestellen à 8,95. Op YouTube staan diverse instructievideo’s van Sanders over slimmer zoeken op internet.