Tot aan de grens is de natuur al bijna klaar

Na tien jaar soebatten wil Nederland dan toch de Hedwigepolder op de grens met Vlaanderen onder water zetten. De Belgen zijn al bijna klaar.

De Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. Op z’n vroegst in 2019 is het gebied weer geheel deel van het Schelde-estuarium.
De Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. Op z’n vroegst in 2019 is het gebied weer geheel deel van het Schelde-estuarium. Foto ANP

De Belgen zijn er maar druk mee. Schepen brengen vanaf de Schelde zand aan land om er nieuwe dijken mee te bouwen. Het zand verdwijnt via leidingen in een depot. De bouw van een pompstation vordert. Langs een voormalige woonstraat liggen bergen puin van gesloopte huizen, waarmee bouwwegen worden aangelegd. „Een beetje luguber, maar het is niet anders”, zegt werfinspecteur Toon Vinken, toezichthouder op de werkzaamheden.

Hier, in de Prosperpolder, zijn de Vlamingen al enkele jaren bezig hun deel aan te leggen van wat het grensoverschrijdend intergetijdegebied Hedwige-Prosper moet worden: een 465 hectare groot gebied langs de Westerschelde. Als Nederland straks na bijna tien jaar soebatten daadwerkelijk begint met de ontpoldering van de Hedwigepolder, zal het gebied aan Nederlandse kant grenzen aan het natuurgebied Verdronken Land van Saeftinghe en aan Vlaamse zijde aan de begroeide zandplaten bij de kerncentrale van Doel. De nieuwe schorren en slikken moeten een einde maken aan de „zeer slechte staat” waarin de natuur van het estuarium zich volgens onderzoekers bevindt. De ondiepe geulen zullen de zachte stromingen in de Westerschelde weer in beweging zetten, het karakter van het estuarium versterken, en daarmee ook goeddeels verdwenen flora en fauna aantrekken. „We zien hier nu al weer veel bijzondere vogels”, zegt Vinken.

De Belgen hebben alvast een stuk of vijftien woningen en gebouwen gesloopt. Het pompstation, dat overtollig water uit het achterland naar de Schelde moet brengen, wordt in een nieuwe dijk gebouwd, die inclusief flauwe hellingen tachtig meter breed zal worden. Dichtbij staat een schuur, een kotje, die slechts voor de helft wordt afgebroken. De eigenaar heeft bedongen dat de andere helft mag blijven staan. Een deel van de oude Hedwige dijk is afge graven. Deze beschermde tot ruim honderd jaar geleden de Vlamingen en Zeeuwen. In 1907 volgde de inpoldering en verrees een nieuwe dijk. Deze dijk zal aan Nederlandse kant vermoedelijk worden afgegraven. Aan Vlaamse kant worden er bressen in geslagen. Met de aanleg van een nieuwe dijk, verder landinwaarts, hebben de Belgen al een begin gemaakt. Eind volgende maand begint de bouw van de laatste 850 meter meter van de ruim twee kilometer lange nieuwe dijk, ongeveer twaalf meter hoog. Tot aan de grenspaal. Daar houdt de nieuwe dijk voorlopig op.

In het regeerakkoord van het vorig jaar aangetreden kabinet-Rutte staat dat men de „volledige ontpoldering” van de driehonderd hectare grote Hedwigepolder „zo spoedig mogelijk” ter hand zal nemen. Maar zelfs als alle juridische procedures soepel verlopen, en indien ook de Vlaamse eigenaar van de polder De Cloedt naar tevredenheid kan worden onteigend, dan nog zal pas op z’n vroegst in 2019 het water aan Nederlandse kant naar binnen kunnen stromen. „Al die tijd zullen wij moeten wachten”, zegt Dorien Verstraete, leider van het project aan Vlaamse kant.

Officieel staat Nederland pas aan het begin van de werkzaamheden. „Er is nog geen plan”, zegt gedeputeerde Kees van Beveren (CDA) van de provincie Zeeland, die de ontpoldering met tegenzin moet uitvoeren. De provincie wil eerst „garanties” dat het Rijk betaalt. Maar in werkelijkheid hoeven de politici alleen maar de oude plannen uit de la te trekken. Vermoedelijk zullen de rivierdijken worden afgegraven. Zullen de weinige gebouwen in de polder, waaronder het zomerverblijf van eigenaar De Cloedt, worden gesloopt, zullen bestaande sloten worden gedempt en zullen geulen en oude kreken opnieuw worden uitgegraven.

Er wordt in Zeeland weleens enthousiast gepraat over versterking van het toerisme en de komst van „zilte landbouw” in de Hedwigepolder. Maar héél anders kunnen de plannen niet worden. Het nieuwe natuurgebied moet immers aansluiten op het bijna voltooide Vlaamse deel. Projectleider Verstraete: „Nederland zal daar vermoedelijk niet heel veel aan kunnen veranderen.”