Seksisme op de beursvloer

‘De beursmakelaars, allemaal mannen, zitten op een rij naast elkaar. Op de rij erachter zitten de ‘compliance’ mensen van intern toezicht – velen van hen zijn vrouw. Soms staat een makelaar opeens op met in zijn hand een tijdschrift of tabloid met een foto van een mooie vrouw. Hij roept: ‘Neuken? Afschieten? Of trouwen?’ De andere makelaars schreeuwen hun oordeel, terwijl de vrouwen op de tweede rij het voorval weglachen: ach ja, die jongens toch.”

Dit komt van ‘George’, een vriendelijke en bescheiden Engelsman van begin dertig die sinds een paar jaar bij intern toezicht werkt op een beursmakelaarskantoor. Hij ziet zichzelf als ‘links’ en zegt dat hij best meer belasting wil betalen over zijn salaris van 68.000 pond, als zo medische zorg voor iedereen toegankelijk kan blijven.

Het onderzoek naar de financiële wereld heeft al veel verrassingen gebracht, en een van de grootste is deze: als je in de wetenschappelijke literatuur op de trefwoorden ‘gender’ en ‘Gaza’ zoekt, verschijnt een flinke lijst artikelen en boeken. Maar typ ‘gender’ en ‘beursvloer’, en je vindt veel en veel minder.

Nu hoor ik de no-nonsense crowd al minachtend knorren: wat hebben gender en stereotypen rond mannen en vrouwen te maken met de financiële sector?

Meer dan je denkt. De beursmakelaars en handelaren zijn doorgaans man, en veel interntoezicht-figuren zijn vrouw. Regelmatig heb je conflicten tussen die twee, want intern toezicht moet ervoor zorgen dat de makelaars en handelaren zich aan alle regels houden – en die snelle jongens hebben daar vaak geen zin in. Dan krijg je een conflict en wanneer dan de ene partij uit overwegend vrouwen bestaat, wordt hun machtspositie mede bepaald door de mate van seksisme op de werkvloer.

Er zitten ook genoeg mannen bij ‘intern toezicht’, maar na anderhalf jaar praten met die mensen durf ik de generalisatie wel aan dat dit het type ‘bètaman’ is. „Mij is nu al een paar keer verteld dat ik te aardig ben”, zegt George. „Mijn baas bij intern toezicht vroeg letterlijk: ‘Hoe moeten mensen bang van jou zijn? Je kijkt me niet aan, ik kan je nauwelijks horen...’” George grinnikt: „Hij wil dat ik mijn roar like a lion vind, mijn innerlijke leeuw. Het punt is, zo zit ik niet in elkaar.”

Zou het helpen als meer vrouwen op de beursvloer werkten, als handelaar of makelaar? Ik sprak er laatst eentje die net was gestopt. Ze kon niet meer tegen de homofobie en het seksisme. Haar baas opende de dag regelmatig met een kostelijk verhaal over wat hij de avond ervoor met een prostituee had uitgespookt. „Bij de kerstborrel kwam zijn gezin langs en hing hij de familieman uit. Daar moest ik dan in meegaan.” En dan waren er de stripclubs. Makelaars nemen hun klanten regelmatig uit in ruil waarvoor die klanten hun transacties via die makelaar laten lopen. Een populaire bestemming is de stripclub. „Ik ben een keer meegegaan”, vertelde de vrouwelijke makelaar. „Dat was een vergissing. Je wil echt geen beeld op je netvlies van je baas van vijftig die over een halfnaakt Oost-Europees meisje heen kwijlt.” Dus waarom was ze meegegaan? Tja, in zo’n stripclub worden banden gesmeed met die baas die soms van meer invloed zijn op je promotiekansen dan pure ‘performance reviews’.

En dan nu een nuancering: beursmakelaars zijn maar een heel klein deel van de financiële sector dus nee, diagonale lezer: het zijn niet allemaal hoerenlopers en stripclubgangers daar in Londen. George heeft het laatste woord: „De makelaars dragen dit beeld uit van ‘over mijn lijk’ en ‘mij maak je niks’. Maar als ik individueel met ze praat: één op één zijn het hele normale mensen, niks archetypische kapitalistische slechteriken.”

Joris Luyendijk doet in deze column verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op guardian.co.uk/bankingblog