Plof

Plofkip. Bekend.

Plofboek. „Boeken waar amper iets in staat, maar die op industriële wijze worden opgepompt tot ze het formaat van een echt boek hebben”, in de woorden van bedenker en NRC-boekenredacteur Arjen Fortuin naar aanleiding van Vijftig tinten grijs.

Plofkoe. Holstein, gefokt om veel melk te geven. Na iedere melkgift zakt deze koe van uitputting voor uren door haar poten: ook de ‘biologische’. Stond dinsdag in een alarmerend stuk in Trouw, vol woorden als ‘topsport’ en ‘doping’. Onze bekendste koe dus, de argeloze zwart-witte: schuldeloos symbool van Nederland.

Plofprovincie. Huiveringwekkende fusieprovincie, bestaande uit Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Paradepaard van minister Plasterk. Als ik me niet vergis kwam de Partij voor de Dieren het eerst met de plofprovincie als woord – daar kennen ze intussen de kracht van plof.

Plofdenken. Het vervolgens overal mogelijkheden zien voor het voorvoegsel plof.

Plofprovinciehuis. Angstbeeld bij plofprovincie. Zie bijvoorbeeld het plofgemeentehuis van de fusiegemeente Utrechtse Heuvelrug: kosten 25 miljoen euro, voor een paar dorpen met krap 50.000 inwoners. Het hoogste bedrag per gemeenteambtenaar in Nederland. Dit moet nog erger kunnen.

Plofschool.Opgepompte onderwijsinstelling, met desastreuze gevolgen: Inholland. Amarantis. Niets van geleerd.

Plofcorporatie. Opgepompte woningbouwcorporaties. Vestia. Ook niets van geleerd.

Plofboekhouding. Boekhouding van alle (!) Nederlandse ziekenhuizen over het jaar 2012. Dankzij nieuwe berekeningen, tarieven, noodzakelijke schaduwboekhoudingen en nieuwe computersystemen kunnen accountants geen touw meer aan de cijfers vastknopen. Het wachten is op de gevolgen.

Plofziekenhuis. Wil tegen beter weten in fuseren. Zie plofschool, plofcorporatie en plofboekhouding.

Plofbank. Gokkende bank die de staat wel redt: SNS.

Plofrechter. „Doorbuffelende rechters”, in de woorden van de president van de Hoge Raad Geert Corstens maandag in deze krant. Beklaagt zich over hard werken, maar bepaald nog geen plofkoe. Dus of rechtspraak echt op barsten staat? Eerder: leuk geprobeerd.

Plofkind. Kind dat hoogste Cito-score haalt dankzij ouders die de toets al op Marktplaats kochten. Ook: kind dat tijdens de Citotoets van ouders krankjorum bak snoep op tafel krijgt, „voor de energie”.

Ploftrein. Rara: Fyra.

Plofpolitiek. Oppompen en uitventen van schijntegenstellingen, populisme dus.

Plofwielrenner. Profwielrenner met doping.

Plofvoetbal. Profvoetbal dat wedstrijden verkoopt.

Plofessor. Hoogleraar met carrière van lucht: Diederik Stapel.

Plofego. Best aardige, door duizenden volgelingen op Twitter aangemoedigde persoonlijkheid, die zodoende een grotere mond gaat opzetten dan wellicht de bedoeling was. Weet dat zelf misschien, maar een voorzichtige weg terug is er niet: wat te hard wordt opgepompt, zal uiteenspatten. Doorgaan dus.

Plofflop. Flop is een anagram van plof. Iedere plofsoort draagt de flop dus al in zich. Met uitzondering van Vijftig tinten grijs, vreemd genoeg. Dat zal wel weer met seks te maken hebben.

Plofland. Klein land met teveel aan flops.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.