Linolzuur niet altijd gezond

Hoe meer linolzuur je eet, hoe groter je kans om snel dood te gaan. Omstreden onderzoek uit Australië ondergraaft daarmee de aloude Becel-reclame.

De dieetmargarine Becel, zoals die tot tien jaar gelden in Nederland op de markt was, was misschien helemaal niet goed voor hart en bloedvaten. Het cholesterolgehalte van de Becel-gebruikende Nederlanders daalde wel, maar of ze er langer door leefden mag worden betwijfeld. Die conclusie volgt uit woensdag gepubliceerd Australisch onderzoek waarin het mensen slecht verging die na een hartaanval de boter (met verzadigde vetten) lieten staan en in plaats daarvan margarine en spijsolie met linolzuur gebruikten. De linolzuurgebruikers hadden in de jaren daarna jaarlijks een 17 procent hogere kans om te overlijden, vergeleken met mensen die zelf mochten bepalen wat ze aten. Het onderzoek is gepubliceerd in het British Medical Journal.

De Australische onderzoekers koppelden er meteen een meta-analyse aan. Ze veegden de gegevens van de drie beschikbare gerandomiseerde onderzoeken bij elkaar. Ook daaruit rolt de conclusie dat alleen linolzuur niet goed is.

Becel was vanaf 1960 te koop. Eerst alleen in de apotheek, vanaf 1962 ook in de kruidenierswinkel en de supermarkt. Becel bevatte jarenlang vooral linolzuur (een ‘omega 6’) als onverzadigd vetzuur, bijna geen linoleenzuur (een ‘omega 3’). In 2002 heeft Unilever het gehalte aan linoleenzuur in Becel verhoogd. Overgezet naar de Nederlandse situatie betekent het Australische resultaat dat wie zich in de vorige eeuw hield aan het advies om 20 gram Becel per dag te eten, ook al een wat verhoogde sterftekans had. En geen lagere, wat de bedoeling was.

Unilever reageerde op de resultaten per email met: „tegenover deze nieuwe analyse staat een veelvoud aan studies die laten zien dat het vervangen van verzadigd vet door meervoudig onverzadigde vetten een gunstig effect op de gezondheid heeft. De Richtlijnen Voedselkeuze adviseren om verzadigd vet te vervangen door zowel omega 3 als omega 6 vetzuren”.

Het commentaar van Unilever negeert de oude samenstelling van hun cholesterolverlagende margarine en schrijft: „Er is dan ook geen enkele aanleiding om de huidige adviezen aan te passen.” De verhouding linolzuur/linoleenzuur in Becel is volgens Unilever in 2002 aangepast nadat onderzoeken lieten zien dat die verhouding bescherming bood tegen hart- en vaatziekten.

Het Australische onderzoek is gerandomiseerd onderzoek. Dat heeft in de medische wetenschap een hoge status, maar in de voedingswetenschap worden die kortlopende experimenten met relatief weinig mensen (het Australische had ruim 450 deelnemers) toch vaak lager aangeslagen dan de langlopende observationele studies onder grote groepen mensen. En daar komt, onder andere in groet Amerikaanse studies, linolzuur er vaak als ‘gezond’ van af. Hoewel een vorig jaar gepubliceerde Nederlandse studie, met ruim 20.000 mensen, geen verschil zag in het aantal hartziekten bij mensen die veel of weinig linolzuur consumeerden.

De Australische onderzoekers laten zien dat linolzuur wel het cholesterolgehalte verlaagt, maar dat is kennelijk niet altijd voldoende om ook levens te redden. In hun artikel in het British Medical Journal komen ze met een moleculaire verklaring, geput uit de wetenschappelijke literatuur: de afbraakproducten van linolzuur zouden de bloedvatwand beschadigen. Vooral bij rokers en mensen die te veel alcohol drinken. En dat is precies wat ze in hun gegevens zien: niet-rokers en matige drinkers hebben geen last van linolzuur.