Leven zonder een spetter schone schijn

Herta Müller: Lage streken. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. De Geus, 185 blz. €15,- ****

Soms vliegt het je naar de keel: dan is de opgelegde vrolijkheid van officiële en officieuze feestdagen is niet meer te verdragen. Bedrukt door alle hypocrisie ga je op zoek naar een eerlijk geluid, rauw en radicaal. De bundel Lage streken van Herta Müller komt dan als geroepen.

Müller verspilt geen tijd aan schone schijn. Haar woede op alles en iedereen raakt de kern van het bestaan en heeft een reinigend effect. Waar de moeder in Müllers verhalen het vuil met bezems wegwerkt, daar maakt de dochter de geest schoon door de viezigheid openlijk te tonen.

Niederungen verscheen in 1982, in Roemenië, waar Müller toen nog woonde. Het literaire debuut van de latere Nobelprijswinnares werd er al snel verboden. Men smokkelde het naar West-Duitsland, waar de dienstdoende redacteur vier teksten zomaar wegliet. Pas in 2010 zag de complete editie het daglicht. Daarvan heeft Ria van Hengel nu een mooie vertaling gemaakt: Lage streken.

Een klein meisje observeert in Lage streken de volwassenen. Grootouders, ouders, het kind en een heleboel dieren wonen bij elkaar in een boerendorp. Het lijkt op Nitzkydorf, waar Müller in 1953 werd geboren. De Duitstalige inwoners leven er met hun rug naar Roemenië toe. Rigide regels nemen er de plaats in van saamhorigheid. Met een verbeten ernst verricht de moeder zinloos werk. Als het kind haar stoort, krijgt het een harde klap.

Deze vrouw is getrouwd met een drankorgel, goed voor droefkomische scènes: ‘Vader zingt, vaders gezicht valt zingend op tafel, verdomd nog aan toe, we zijn een gelukkig gezin.’ Hij zat bij de Waffen-SS, die vader, zijn liederen leerde hij daar. Hij zingt ze ook als hij zijn mes uit de la haalt, ‘het grootste mes, en ik ben bang voor zijn ogen, en het mes snijdt alles stuk wat ik denken wil’.

Het meisje voelt zich zelfs niet veilig in haar fantasieën. Die komen immers uit haar omgeving en haar omgeving is niet te vertrouwen. Een verhaal over een kalfje zegt veel. In het dorp is het verboden om jonge dieren te slachten. Maar de vader breekt een poot van het kalf en vertelt de dierenarts dat het een ongeluk was. Om zijn argumenten kracht bij te zetten stopt hij snel een bankbiljet in de jaszak van de dokter.

Huichelarij en corruptie, stompzinnige gewoontes en murw makend geloof, wreedheid, agressie en haat: niets ontgaat het sensibele kind. Levenloze dingen, zoals die bezem en dat mes, veranderen in folteraars met bovenmenselijke kracht.

In de laatste verhalen van Lage streken verlaat het meisje het dorp. Maar de bevrijding die de grote stad eerst voor haar is, slaat al gauw om in beklemming. Want wat verandert er nu helemaal? In het dorp dwingen de bewoners elkaar tot slavernij.

In de stad doet de geheime dienst van dictator Ceausescu zijn onderdrukkende werk. Veel verschil tussen de ene vorm van repressie en de andere ziet de vertelster niet. Door Müllers gevoelsgeladen taal geloof je dat alles zonder weerstand; haar hypercompacte zinnen hakken er flink in.