Het bestaat: de Benelux

Frans Timmermans, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, bewees het gisteren op Facebook: het is er nog, het Benelux-overleg dat voorafgaat aan besprekingen op een Europese top. Hij plaatste een foto van de premiers van België, Nederland en Luxemburg in trilateraal overleg bijeen, voorafgaand aan de onderhandelingen over de meerjarenbegroting van de Europese Unie.

Timmermans, Limburger van geboorte, lijkt meer dan zijn voorgangers doordrongen van het nut van samenwerking met in het bijzonder buurland België. Het bleek ook uit een brief die hij deze week naar de Tweede Kamer stuurde. „Voor Nederland is België een van de belangrijkste landen”, schreef de minister. „Het land staat fysiek, historisch, politiek, cultureel en sociaal-economisch dicht bij Nederland. Op deze nauwe verwantschap is de relatie gebouwd.”

Hij noemde onder meer de culturele samenwerking en uitwisseling met Vlaanderen. Al wordt juist daaraan misschien enigszins afbreuk gedaan nu in de Vlaamse politiek discussie is ontstaan over het voortbestaan van het Vlaams cultureel centrum De Brakke Grond in Amsterdam.

Zeker op politiek terrein kan de samenwerking met België beter. De betrekkingen werden de laatste jaren helaas gekenmerkt door burenruzies, zoals over de Hedwigepolder, terwijl ook in het overleg over de Fyra het eigenbelang domineerde boven de noodzaak om tot een gemeenschappelijke visie te komen.

Toen de EU nog EEG heette en zes landen telde, was de Benelux daarbinnen een factor van betekenis. Nu telt de Unie 27 lidstaten en is de invloed van Nederland, België en Luxemburg op het Europees beleid aanzienlijk gereduceerd. De Adviesraad Internationale Vraagstukken waarschuwde er zes jaar geleden al voor.

Des te meer is het van belang dat de landen een gezamenlijk blok kunnen vormen, bijvoorbeeld op een Europese top als die van gisteravond, vannacht en vandaag, die werd gekenmerkt door moeizaam overleg en langdurig zoeken naar compromissen.

Tegen de grote landen als Duitsland, Frankrijk, Engeland, maar ook Polen, Italië en Spanje, kunnen kleinere landen alleen in coalitieverband een sterke positie innemen. Binnen het IMF leiden België en Nederland al gezamenlijk een kiesgroep, op het gebied van defensie werken ze steeds meer samen en er is het voornemen om ambassades gezamenlijk te huisvesten. Meer efficiency is het doel.

Dat is mooi meegenomen, maar van nog meer belang is een gemeenschappelijke strategie bij de grotere Europese vraagstukken. Het is zoals oud-minister Luns al opmerkte: Nederland kent veel buitenland. Maar de belangrijkste buitenlanden liggen om de hoek.