Goethe heeft het gedaan

Hoe kan één land Beethoven én Hitler voortbrengen? Door de Romantiek, zegt Frits Boterman. De nazi’s kwamen niet uit het niets.

Amsterdam. Het is een bekende verzuchting: hoe kan het toch dat het land dat Goethe en Beethoven voortbracht ook verantwoordelijk was voor de Holocaust? Maar die vraag, zegt historicus Frits Boterman, is niet de juiste. Er ligt een aanname in besloten: dat er geen verband zou kunnen zijn tussen Goethe en Hitler. „Ik denk dat je het moet omdraaien: wat hebben de Duitse cultuur en Duitse intellectuelen bijgedragen aan het ontstaan en de verwezenlijking van de ideologie van de nazi’s?”

Deze vraag tracht Boterman vandaag te beantwoorden in zijn afscheidsrede als hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. En nee, die oratie gaat niet alleen over de Germaanse bombast van Wagner, zegt hij. „Bijna elke Duitse intellectueel of kunstenaar heeft zich vanaf 1800 beziggehouden met het fenomeen ‘macht’ en met de Duitse kwestie: in wat voor land moest het Duitse volk leven?”

Het pad dat leidt naar de nazi’s vindt zijn oorsprong aan het eind van de achttiende eeuw, zegt Boterman. Als reactie op de Verlichting en de Franse Revolutie ontstond in Duitsland de Romantiek, een cultuurstroming die wars was van het Franse rationalisme. „Ik zeg niet dat de Romantiek onherroepelijk moest uitlopen op de heerschappij van de nazi’s. Maar feit is dat Hitler en de zijnen de idealen van de Romantiek – het cultureel homogene volk, het afwijzen van de moderniteit – gebruikten om aan de macht te komen.”

Veel Duitsers hadden moeite met wat socioloog Max Weber de Entzauberung der Welt noemde, zegt Boterman. Ze zochten een weg terug naar een imaginair Duits verleden. „De nazi’s leken die weg te bieden. Maar hun antwoord op de onttovering van de wereld was extreem radicaal en nihilistisch. Alle elementen die niet pasten binnen de Duitse cultuur – Joden, communisten – moesten met geweld worden verwijderd.”

Het Duitse Bildungsbürgertum herkende het deuntje dat Hitler zong, zegt Boterman. „Dat de woorden net niet klopten, dat het allemaal net wat dreigender was, dat viel niet op, of werd genegeerd. Zo’n vaart zou het toch niet lopen?”

Maar daarin vergisten de Duitse conservatieven zich. Hitler bleek niet in de hand te houden. Hij was namelijk niet alleen een reactionair, maar ook een modernist, zegt Boterman. „Voor zijn romantische contrarevolutie gebruikte Hitler alle moderne communicatiemiddelen die hij tot zijn beschikking had. Daarmee wist hij enorme krachten te ontwikkelen, die uiteindelijk ook het beschaafde gedeelte van het Bildungsbürgertum omverwierpen.”

Een groot deel van de burgerij en de intellectuele elite hoefde echter helemaal niet opzij te worden geduwd. Die volgden van harte het pad dat de nazi’s hadden uitgezet, zegt Boterman. „Zij hadden genoeg van de onzekere, vernederende situatie zoals die na de Eerste Wereldoorlog was ontstaan. Dat er boeken in het vuur moesten worden gegooid om hieraan een eind te maken, was geen probleem. Sterker nog, velen waren blij dat de ‘on-Duitse’ literatuur aan de vlammen werd prijsgegeven.”

De kunst die door de nazi’s ‘goed’ werd bevonden, is daarmee niet automatisch schuldig, benadrukt Boterman. Hij kan zelf erg genieten van de Duitse cultuur van voor de Tweede Wereldoorlog. „Mijn vrouw zet elke avond rond elf uur muziek van Beethoven op. Daarin hoor ik het onweer nog niet naderen. Maar als ik naar Wagner luister, of ik lees Goethes Faust, dan realiseer ik me goed dat de nazi’s niet uit het niets zijn verschenen.”

Van Frits Boterman verschijnt bij de Arbeiderspers in mei: Cultuur als macht. Cultuurgeschiedenis van Duitsland, 1800-heden.