Erik van den Emster stopt als voorzitter Raad voor de Rechtspraak

Erik van den Emster stopt op 1 april als voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak.
Erik van den Emster stopt op 1 april als voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak. Foto Hollandse Hoogte / Wiebe Kiestra

Erik van den Emster stopt op 1 april als voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak. Zijn zesjarige ambtstermijn loopt af en de 63-jarige Van den Emster stelt zich niet beschikbaar voor een herbenoeming van drie jaar. Hij ziet zijn doelen als grotendeels volbracht. Zijn opvolger is nog niet bekend.

De vier leden tellende Raad voor de Rechtspraak werd in 2002 opgericht en vormt het overkoepelende bestuur van de rechtspraak, die verder bestaat uit de tien rechtbanken, de vier gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De raad moet de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak bevorderen en verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering. Ook behartigt de raad de belangen van de gerechten bij de politiek en de minister van Veiligheid en Justitie.

Van den Emster, die in 1983 als rechter werd benoemd, ziet de taken die hij zichzelf had gesteld als grotendeels volbracht. Hij laat een toekomstbestendige organisatie achter die aansluit bij de eisen van de samenleving, vindt hij zelf. Het is volgens hem logisch plaats te maken nu nieuwe uitdagingen zoals de professionalisering van de rechtspraak op de voorgrond treden.

Groeiende onvrede bij rechters over raad

De opvolger van Van den Emster moet wel een oplossing zien te vinden voor het gevoel van veel rechters dat de raad hen niet langer vertegenwoordigt. NRC-redacteur Marcel Haenen, die voor de krant over rechtspraak schrijft, zegt over zijn vertrek:

“Van dem Emster weet zich weinig geliefd onder de rechters. De huidige onrust onder rechters is hem voor een groot deel aan te rekenen. Veel magistraten zien Van den Emster als deel van het departement van justitie en niet als aanvoerder van een instelling die opkomt voor de belangen van de rechters.”

De rechters zijn vooral ontevreden over de benoeming van gerechtsbesturen en vinden dat ze daar geen invloed op hadden. Ook zou de werkdruk te hoog zijn, wat de kwaliteit van de rechtspraak in het gedrang brengt. De Raad voor de Rechtspraak kondigde daarop aan het land in te trekken om op rechtbanken en gerechtshoven te gaan praten.

Van den Emster verzette zich als voorzitter sterk tegen het wetsvoorstel dat rechters zou verplichten bij bepaalde delicten minimumstraffen op te leggen. Het idee dat rechters niet streng genoeg straffen is volgens hem een “idée-fixe”.

Ook verzette Van den Emster zich met succes tegen de invoering van kostendekkende griffierechten. Verder wees hij op weeffouten en onvolkomenheden in eigen kring en schuwde hij vernieuwingen niet, stelt de raad in een verklaring. Verder pleitte hij ervoor uitspraken begrijpelijker te maken en sneller te publiceren voor het publiek.

Van den Emster blijft na april nog anderhalf jaar actief binnen de rechtspraak.