Deuk in imago sportgek Australië

Omvangrijk dopegebruik schokt de Australische sportwereld. Eerlijkheid en fair play? „Dit gaat om criminalisering van de sportindustrie.”

Australian Olympians sign autographs for spectators as the Australian Olympic team was officially welcomed home from the 2012 London Olympic Games with a colourful street parade through Sydney on August 20, 2012. Australia finished 10th on the medal table, a slump from its performance in Beijing where it claimed 6th position, leading to a rush of criticism that the team underperformed. AFP PHOTO / Greg WOOD
Australian Olympians sign autographs for spectators as the Australian Olympic team was officially welcomed home from the 2012 London Olympic Games with a colourful street parade through Sydney on August 20, 2012. Australia finished 10th on the medal table, a slump from its performance in Beijing where it claimed 6th position, leading to a rush of criticism that the team underperformed. AFP PHOTO / Greg WOOD AFP

Eerlijkheid. Respect. Verantwoordelijkheid. Veiligheid. Deze vier deugden spatten in koeieletters van de brochure De essentie van sport in Australië – waar wij voor staan, een uitgave waarin de Australische overheid vorig jaar nog maar eens uiteen zette waarom de sportcultuur in het land wereldwijd als voorbeeld gesteld wordt. „Onze samenleving verwacht hoge standaarden van alle mensen die in de sportwereld actief zijn en het is cruciaal dat de integriteit van de sport gehandhaafd wordt”, schreef de Australische commissie voor sport.

Maar het onberispelijke imago van de sportnatie Down Under heeft gisteren een enorme deuk opgelopen. De Australische overheidscommissie voor misdaad stelde in een onderzoeksrapport dat er op grote schaal doping wordt gebruikt in professionele sporten, waaronder in ieder geval rugby en Australian football. De georganiseerde misdaad blijkt nauw betrokken bij de distributie van dopingproducten, wat sporters en teams ook vatbaar maakt voor omkoping. Het sportgekke land verkeert in een shock, het wachten is op namen en rugnummers.

In het rapport van Project Aperio (‘Project Openheid’) worden vooral niet nader genoemde ‘sports scientists’ aangeduid als drijvende kracht achter het dopegebruik. „Sportwetenschappers zijn invloedrijk in Australië”, schrijft de commissie. „Sommigen zijn ertoe bereid om sporters middelen toe te dienen die nog ongetest of niet goedgekeurd zijn voor gebruik door mensen” of „experimenteren op professionele sporters om te bepalen of bepaalde middelen prestaties kunnen bevorderen zonder opgespoord te worden.” Zij „spelen een sleutelrol bij de overtreding van regels” van wereldantidopingagentschap Wada.

Sportwetenschappers dus. „Het is wel begrijpelijk dat die figuren zich ‘sports scientist’ noemen”, zegt hoogleraar Hans Westerbeek, decaan van de faculteit sportwetenschappen aan de Victoria University in Melbourne. „Dat geeft ze status en geloofwaardigheid bij een club. Maar een inspanningfysioloog met een HBO-diploma is niet hetzelfde als een wetenschapper die zich bezighoudt met gevalideerd onderzoek en die door een ethische commissie wordt beoordeeld, voor je aan mensen mag zitten.”

Westerbeek vertelt in een telefonisch interview dat zijn faculteit vanochtend in een lichte staat van opwinding verkeerde. „We zijn nu met de pr-afdeling een strategie aan het formuleren. We moeten duidelijk naar het publiek hier communiceren dat alles wat er nu beschreven wordt, niets met ons te maken heeft”, zegt de Nederlander die in 1994 naar Australië emigreerde. „In de media gaat de nuance verloren. Het moet heel duidelijk zijn dat sportwetenschap niets te maken heeft met deze schaduwpraktijken.”

Westerbeek noemt het rapport „gruwelijk” maar hij voorziet ook een „spannende tijd voor de sociale sportwetenschap”. Hij stelt dat Australië een voorbeeld moet zijn van andere landen. „Dit is een revolutie in de sport. Australië is nu negatief in de publiciteit, maar het is wel het eerste land waar op deze manier het deksel van de beerput getrokken wordt. Mijn voorspelling is dat dit een domino-effect geeft, en dat er straks vergelijkbare veelomvattende onderzoeken komen in andere landen.”

De Australische sportwereld is nog lang niet bekomen van de aardschok die het rapport teweegbracht. „De zwartste dag voor Australische sport”, zei Richard Ings, oud-directeur van het Australische Anti-Doping Agentschap gisteren. Een columnist van de krant The Australian schrijft dat „in de drang om uitmuntend te zijn” de Australische sport zichzelf „onder invloed van peptiden de afgrond in rent”.

Volgens Westerbeek hebben media en publiek het onderzoek in eerste instantie onderschat. „Niemand had door hoe diepgaand het was. Mensen zijn geschokt door de verbanden die er zijn met de misdaad. Het rapport heeft vooral het stempel van een onderzoek naar prestatiebevorderende middelen gekregen, maar het perspectief is veel breder. Het gaat over de criminalisering van de sportindustrie.”

Het wijdverspreid dopegebruik heeft niets te maken met de relatief geïsoleerde positie van het land, stelt Westerbeek. „Sterker: de geïsoleerde ligging heeft als voordeel dat er gedetailleerde data bijgehouden kon worden van welke verboden middelen bij arrestaties aan de grens aangetroffen zijn. Op die manier konden de bevindingen in het rapport gestaafd worden met gegevens over handel in deze drugs. In Europa is daar nauwelijks een beginnen aan.”

Maar waar zit het rot? „Het betreft meer dan één speler bij meer dan één club, maar een enorme meerderheid van de rugbyspelers doet het gewoon fantastisch”, zei Rugby League-president Dave Smith in een persconferentie. Hij wilde niet bevestigen of zijn sportbond de namen kent van spelers en clubs. De onderzoekscommissie stelt dat het geen namen bekend kan maken om juridische redenen, maar ze heeft sommige bonden op vertrouwelijke basis ingelicht – evenals de politie. In het Australian football is de club Essendon FC recent in opspraak geraakt wegens een vermeend dopingprogramma.

„De geest is nu wel uit fles”, zegt Westerbeek. „De Australian Football League had altijd een three strikes out-regel. Pas bij de derde fout volgde een schorsing, maar de eerste twee overtredingen werden dan onder de pet gehouden. Het beleid had min of meer het uitgangspunt: dat gebeurt niet bij ons. Dat is nu wel voorbij.”