CDA buigt nog niet mee bij woningdossier

Kort voor een Kamerdebat over de woningmarkt zocht het kabinet steun bij het CDA. Daarmee heeft het zich verkeken op de nieuwe stijl van die partij.

Stef Blok en Jeroen Dijsselbloem schreven allebei mee aan het regeerakkoord dat VVD en PvdA in november sloten. En allebei begrepen ze dat ze als ministers van Wonen en Financiën voor de ingrijpende maatregelen op de woningmarkt steun zouden moeten zoeken bij de oppositie.

Maar in plaats van de drie maanden tussen het akkoord en de Tweede Kamerdebatten over de woningmarkt te benutten, gingen de ministers gisteren pas onderhandelen met CDA-fractieleider Sybrand van Haersma Buma. Voorlopig zonder resultaat.

Om wetten over hypotheekaflossing en huurverhoging in te voeren is de Eerste Kamer nodig, en daar heeft de coalitie geen meerderheid. In het CDA zag het kabinet een logische partner, want dat had zich toen het nog regeerde grotendeels achter vergelijkbare plannen geschaard.

Maar dat was het CDA oude stijl: de bestuurderspartij die meedenkt aan een oplossing. Het CDA nieuwe stijl, zo bleek deze week ook al tijdens de discussie over de bevoegdheden van Brussel, kiest in de oppositie de confrontatie.

Daar lijkt het kabinet zich op verkeken te hebben. Krap twee uur voordat Blok gisteren in de Tweede Kamer de inkomensafhankelijke huurverhogingen moest verdedigen, zaten hij en Dijsselbloem bij Buma aan tafel. Een ontmoeting die pas belegd werd nadat CDA-Kamerlid Raymond Knops had aangekondigd alle plannen voor de woningmarkt te frustreren als het kabinet niet bereid was in de bouw te investeren.

Daar heeft het kabinet gisteren een beetje tijd voor gewonnen. Het debat werd na negen uur geschorst op verzoek van de PvdA. Dinsdag praat de Kamer verder, op dezelfde dag dat Blok in de senaat moet uitleggen of hij vasthoudt aan het verplicht aflossen van hypotheekschulden binnen dertig jaar. Het CDA heeft hem gevraagd of die gedwongen aflossing niet kan gelden voor de helft van de schuld, of over een langere tijd kan worden uitgesmeerd.

Veel tijd om het CDA te paaien heeft het kabinet niet meer, want er is grote haast bij de hervormingen. De opbrengst van de huurverhogingen, oplopend tot 9 procent per jaar, moet bij de woningcorporaties worden afgeroomd. Deze zogeheten ‘verhuurdersheffing’ loopt op tot 2 miljard euro vanaf 2017. Zonder dat bedrag haalt het kabinet zijn bezuinigingsdoelstellingen niet.

In het debat benadrukte Blok gisteren dat huurders voor 1 maart geïnformeerd moeten worden over hun huurverhoging per 1 juli. Voor die tijd moet de wet dus door beide Kamers zijn aangenomen. Ook coalitiepartner PvdA maakt het Blok niet gemakkelijk. Die steunde gisteren een oproep van de oppositie om te zorgen dat het inkomensafhankelijk maken van de huur in gesubsidieerde woningen ook zou moeten betekenen dat die kan dalen wanneer het inkomen afneemt. De Kamer vreest dat mensen bij ontslag of pensioen hun verhoogde huur niet meer kunnen betalen.

De stellingname van de PvdA toont de verdeeldheid van de coalitie. De PvdA is eigenlijk geen voorstander van omvangrijke huurverhogingen; de VVD wil diep in haar hart niet dat de hypotheekrenteaftrek verandert. Van die tweespalt maakt de oppositie dankbaar gebruik.

Dijsselbloem heeft tot dinsdag om scenario’s door te rekenen. Vanwege het hoge begrotingstekort moet de uitkomst niet alleen het CDA behagen, maar ook vooral weinig kosten.