Omrop Fryslân wil niet naar Hilversum

Omrop Fryslân vreest voor zijn zelfstandigheid. Als drager van de Friese taal en cultuur verdient hij een aparte status. De politiek steunt deze wens.

Opnames van een dweilorkest bij Bartlehiem, Elfstedentocht, 4 januari 1997.
Opnames van een dweilorkest bij Bartlehiem, Elfstedentocht, 4 januari 1997. Foto Goos van der Veen, Hollandse Hoogte

Presentator Willem de Vries van Omrop Fryslân staat achter vijf beeldschermen in de gloednieuwe muziekstudio. „Mooi, hè? Net een cockpit”, glundert hij. „Ik ben helemaal selfsupporting. Ik ben mijn eigen technicus.” Omrop Fryslân zendt geheel in het Fries uit. Als een luisteraar belt, schakelt De Vries moeiteloos over van het Fries in het Nederlands. „Die studio is de afgelopen maanden door onze eigen technici in elkaar gezet”, vertelt een trotse directeur Jan Koster. „In hun vrije weekends.”

De afgelopen vier weken verzamelden twee bevriende organisaties, de Ried fan de Fryske Beweging en de Freonen fan Omrop Fryslan, 12.000 handtekeningen voor het behoud van Omrop Fryslân als zelfstandige omroep. Die positie ligt onder vuur, stelt de regionale omroep. Staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) wil dat de dertien regionale omroepen samen 25 miljoen euro bezuinigen, op een totaal budget van 142 miljoen euro, en dat ze integreren in de landelijke publieke omroep.

Voor Omrop Fryslân betekent dit dat de zender met 2 miljoen euro minder toe moet, op een begroting van 14 miljoen. Daar ging in 2010 al 1,5 miljoen af door vermindering van de provinciale subsidie. De komende twee jaar worden vijftien arbeidsplaatsen geschrapt. Als Dekkers bezuinigingsplan doorgaat, betekent dit dat in het slechtste geval nog eens 26 van de 108 fte’s verdwijnen.

Hierdoor kan de omroep zijn specifieke taak – het uitdragen van de Friese taal – niet goed blijven uitvoeren, stelt Koster. Die neventaak staat omschreven in het Europees Handvest Minderheidstalen, dat Nederland onderschreven heeft. Ook al gaat het om een klein taalgebied. Koster: „In Wales en Catalonië wonen miljoenen mensen die een minderheidstaal spreken. In Friesland maar 600.000.”

De omroep zit in een groot vierkant gebouw op een industrieterrein in Leeuwarden. Zelfs de sticker op de handdoekautomaat in de wc is in het Fries: „Foar en nei it brûken 1x oanlûke”. De redactieruimtes zijn groot en ruim. Net als de studio’s. De omroep huist in een oud boekenmagazijn van de bibliotheekdienst. „Waar vroeger bibliobussen stonden, zijn nu onze studio’s”, licht Koster toe.

Als enige omroep zendt Omrop Fryslân geheel uit in de eigen taal, het Fries, de tweede rijkstaal. Daarmee heeft de omroep recht op een aparte status binnen het omroepbestel, meent Koster. „Natuurlijk heeft Limburg ook een eigen cultuur, maar dat wij tweede rijkstaal zijn, is een feit. In het Europees Handvest staat dat het Rijk moet zorgen dat die taal actief gestimuleerd wordt via onderwijs en media.”

Omrop Fryslân is geen taleninstituut, zegt hij. „Maar we zijn wel cultuurdrager van het Fries en de Friese cultuur, zoals het skûtsjesilen, het kaatsen en het fierljeppen.” Daarmee vindt Omrop Fryslân zijn positie wezenlijk anders dan die van andere regionale omroepen. „Nieuws is onze kerntaak, maar wij besteden bovengemiddeld aandacht aan sociaal-culturele onderwerpen. We hebben eigen school-tv, elke week een cultureel programma, een live talkshow, kinderprogramma’s en we maken 42 documentaires per jaar.”

Kosters missie is om de bijzondere plek van de omroep landelijk voor het voetlicht te brengen. „Onze nuchterheid en bescheidenheid zijn onze grote kracht. Maar ook onze zwakheid. Friezen willen niet eigenwijs overkomen.”

In het slechtste geval betekent de bezuiniging dat de Friese omroep een een uurtje zendtijd krijgt op Nederland 3. Niet alleen verdwijnen dan programma’s. „Je eigen identiteit is weg. Je taak als cultuurdrager wordt verminkt”, vreest Koster. „We moeten onze zelfstandigheid houden.” De Tweede Kamer steunt die wens. Vorig jaar steunden alle partijen, behalve de PVV, een motie waarin werd aangedrongen op een zelfstandige plek van de Friese omroep binnen het mediabestel.

Koster heeft zijn hoop ook gevestigd op de commissie-Hoekstra, door de vorige minister van Cultuur, Marja van Bijsterveldt (CDA) in 2011 in het leven geroepen. Die rapporteert dezer dagen of Omrop Fryslân een aparte positie verdient. Koster: „Ik hoop dat het rapport niet twee maanden in een la blijft liggen. Hoe dan ook moet het ministerie er wat mee.”

Verslaggever/zanger Douwe Heeringa noemt Omrop Fryslân „een verlengstuk van het Fries-eigene”. „Een gevoel van vertrouwdheid dat in je DNA zit.”

Eric Ennema, presentator van het Friese nieuws Hjoed (Vandaag), vindt dat de rijksoverheid geld over moet hebben voor een omroep die de tweede rijkstaal bezigt. „Dat we in het Fries uitzenden is uniek. De Friese taal is het samenbindend element. We staan daardoor dicht bij de mensen.”

Koster: „De zussen en broers van Marianne Vaatstra wilden alleen op onze tv praten. Een keer, in hun moedertaal. Andere media wilden ze er beslist niet bij. Toen de NOS later delen van het gesprek wilde uitzenden, hebben we lang moeten praten voordat de familie daarvoor toestemming gaf.”