Kunst en hoop in Aleppo

Issa Touma organiseerde festivals en bleef kunst maken in de Syrische stad Aleppo. Nu niet meer. „De tijd is voorbij dat ik geloof iets ten goede te kunnen veranderen in het Midden-Oosten.”

Syrië is een gecompliceerd land. Leek de situatie eerst nog overzichtelijk: het volk kwam in opstand tegen een onderdrukkend regime – eerst vreedzaam, later gewapend – al gauw bleek het verzet niet te bestaan uit één groep, maar uit zeer veel verschillende groepen, uiteenlopend van seculier tot jihadistisch. Daarnaast is er ook nog altijd een groep mensen die zich vreedzaam verzet tegen het regime, vooral kunstenaars en intellectuelen.

Veel mensen staan bovendien niet stil bij het feit dat het regime nog steeds aanhangers heeft. Op de beelden van door het regime georganiseerde demonstraties in straten en op pleinen zijn ze te zien: minderheden als de alawieten, christenen, druzen en de nu in de kiem gesmoorde opkomende sunnitische middenklasse. Op de televisiebeelden van de laatste redevoering van president Assad in januari 2013, eveneens te beschouwen als een door het regime georganiseerde demonstratie, waren zij ook te zien: een menigte die op hysterische wijze haar aanhankelijkheid aan de president betuigde. Het achtergronddoek moet eveneens zijn ontworpen, uitgevoerd en opgehangen, de geluidsinstallatie bediend en de televisiecamera’s bemand door medestanders van het regime.

Ondertussen zijn er in Syrië ruim twee miljoen mensen die het geweld van beide zijden ontvluchten en hun heil zoeken in relatief rustige wijken of gebieden van het land.

Issa Touma, fotograaf, galerist en organisator is, ondanks zijn vele contacten in het buitenland, niet gevlucht en lijkt zich ook verder aan de bovengenoemde categorieën te onttrekken. Jaarlijks organiseert hij het Internationale Fotofestival van Aleppo en om het jaar het Festival voor Vrouwelijke Kunstenaars. De exposities vonden plaats in zijn galerie Al-Jisr (De Brug) en op meerdere plaatsen in de stad in grote leegstaande gebouwen. Toen hij de festivals eind jaren negentig opstartte lag het in zijn bedoeling Syrische kunstenaars in contact te brengen met de internationale kunstwereld en hun een podium te verschaffen. Het festival was ook belangrijk voor buitenlandse kunstenaars, aan wie het een mogelijkheid verschafte kennis te maken met het gesloten land met zijn rijke geschiedenis. Het organiseren van het festival verliep niet altijd probleemloos. De ambtenarij in Syrië is stroperig om het zacht uit te drukken, zeker in een land waar je niet alleen bestuurders tevreden moet stellen, maar ook die ene partij die het voor het zeggen heeft. Ook is Touma niet de makkelijkste persoon: compromisloos wanneer hij denkt te worden tegengewerkt. Menigmaal maakte ik urenlange scheldkanonnades mee aan het adres van mensen en instellingen die hem in zijn optiek in de wielen reden. Ondanks dat vonden de festivals telkens weer plaats mét buitenlandse sponsoring, ook van Nederlandse instellingen als het Prins Claus Fonds en de Mondriaan Stichting, en met steun van de autoriteiten in Syrië.

Bombardementen

De organisatie van het 11de Internationale Fotofestival in september 2012 lukte maar half. In juli 2012 had de burgeroorlog Aleppo bereikt. Gevechten waren uitgebroken in de buitenwijken. Voor het eerst gebruikte het Syrische leger vliegtuigen om rebellen én burgers te bestoken. Het normale leven in de stad kwam met een schok tot stilstand.

Veel kunstenaars die via zijn Facebook-pagina en website bekend waren met de activiteiten van Touma, gingen ervan uit dat het festival in 2012 onder deze omstandigheden niet zou doorgaan. Is het mogelijk om in een dergelijke situatie een kunstfestival te organiseren? Is het mogelijk om in een situatie waarin de laatste bakkerijen en benzinestations worden gebombardeerd, überhaupt nog aan kunst te denken? Laadde Touma niet de verdenking op zich het regime in de kaart te spelen door te doen alsof in Aleppo alles normaal is? Maar Touma liet er geen twijfel over bestaan dat wat hem betreft het festival zou plaatsvinden. „Kunst kiest geen politieke kant. Het laat de mensen een andere wereld zien dan die van het militaire en politieke geweld. Opposanten en regime-aanhangers zijn allebei welkom in mijn galerie.” In een van de telefoongesprekken die ik in die periode tussen de gevechten door met hem voerde verzekerde hij me dat „kunst ons erdoorheen zal slepen”.

Touma zag uiteindelijk geen kans het festival van de grond te krijgen. De grote leegstaande gebouwen herbergden vluchtelingen, de post werkte niet meer, reizen was voor buitenlandse kunstenaars sowieso onmogelijk geworden en de klanten van de galerie waren gevlucht of onbereikbaar geworden. „Ik kon mijn adressenbestand niet meer gebruiken”, meldde hij droogjes. In plaats van het reguliere festival organiseerde Touma een alternatieve opening in zijn galerie waar hij van elke deelnemende kunstenaar één foto exposeerde. In zijn openingswoord zei hij: „Misschien vraag je je af waarom deze expositie zo nodig moet. Het organiseren van deze expositie betekent dat wat er ook in Syrië gebeurt, het fotofestival niet zal ophouden te bestaan. September blijft de maand waarin internationale en Arabische kunstenaars elkaar ontmoeten en samenwerken voor een Syrisch publiek. De opening is ook een boodschap dat de civil society zal overleven. Kunstenaars en de degenen die het festival steunen maken dat mogelijk, ook al is het dit jaar zeer beperkt. Op het ogenblik is het fotofestival de enige internationale ontmoetingsplek die nog functioneert in Syrië.”

Juist in deze periode – eind september 2012 – culmineerde het geweld in de stad. Gevechten vonden plaats in het historische centrum. De middeleeuwse citadel en Omayyaden-moskee werden zwaar beschadigd en de kilometerslange, overwelfde marktstraat brandde af. Tegelijkertijd werd Touma’s woning leeggeroofd door een van de vele milities die hun kans schoon zagen nu het centrale gezag in het land en de stad was weggevallen. Het was het einde van de tentoonstelling en het voorlopige einde van de activiteiten van Touma.

In Syrië, waar op het ogenblik alles is gepolitiseerd en gesektariseerd, probeert Touma geen politiek standpunt in te nemen en niet een representant van een minderheid te zijn (hij is een Armeense christen). Wanneer een van zijn uitbarstingen op zijn Facebook-pagina tegen het jihadistisch karakter van de opstand iemand een reactie ontlokt dat er ook een christelijke strijdgroep is (‘De Jezus Brigade’) die de wapens tegen het regime opneemt en dat dat toch een goede zaak is, antwoordt hij dat de werkelijkheid op de grond anders is. „Op straat hier in Syrië zien de mensen dat anders dan intellectuelen in het buitenland. Laten christenen, moslims of wie dan ook elkaar daar in vrede kussen. Dat is alleen maar een droom voor het slapen gaan. Wapens spreken een andere taal. De enige vrede die we in Syrië tot nu toe hebben is de vrijheid om te sterven.”

De activiteiten van Touma kunnen niet worden ingedeeld bij het vreedzame verzet tegen het regime, zoals grote institutionele sponsoren in het buitenland maar al te graag zouden willen, maar ook niet als propaganda voor het regime, zoals sommige critici uit de bitter verdeelde Syrische kunstwereld beweren. Als kunstenaar heeft Touma overigens meer en meer succes. Zijn serie zwart-witfoto’s van soefi-feesten op het Noord-Syrische platteland is opgenomen in de collectie van het Victoria & Albert Museum in Londen en maakt deel uit (nog tot 7 april) van de tentoonstelling Light from the Middle East: New Photography.

Art Camping

Naast curator van de beide festivals, is Touma sinds maart 2012 bovendien de organisator van Art Camping, een poging om door middel van kunst Aleppo leefbaar te houden. Hij coördineert een groep kunststudenten en grafisch vormgevers die installaties bedenken voor buurten en wijken. Het begon in maart 2012 met het beschilderen van satellietschotels met de bekende, gele smileygezichten. (Titel: Give a Smile to the Sky and Hope to the Streets.) Het project sloeg zo aan dat mensen ongevraagd begonnen met het beschilderen van hun eigen schotel op het dak. In april werden façades in het centrum van de stad gedecoreerd met grote tapijten van reflecterende en kleurige cd-schijfjes met voorstellingen van vissen en bloemen. In mei werden op straathoeken kleine hokjes neergezet, zoals op kermissen toekomstvoorspellers hebben. Binnen kon je een wens uitspreken voor de stad. De anonieme wensen werden geprint en vervolgens in de stad verspreid (The Wish Stall). Toen de oorlog Aleppo naderde en steeds meer vluchtelingen in de stad veiligheid zochten, werden kunstinstallaties bedacht voor kinderen. In de zomer van 2012 werden zij met potlood en papier de wijk ingestuurd om ‘afdrukken’ te maken van alles wat een relief had, zoals speelgoed, textiel, riooldeksels, stoeptegels, enz. Zo veroverden zij hun nieuwe omgeving. De afdrukken werden op de website van Art Camping geplaatst.

In deze tijd is Touma, ondanks de toename van het geweld en het slechts half lukken van het Fotofestival nog optimistisch. In een radio-interview voor American Public Media zegt hij dat hij met Art Camping „een positieve culturele beweging” wil beginnen. „Dat is de reden dat ik hier blijf en waarom ik hier werk. Ik wil iedereen om mij heen begrijpen, oppositie en niet-oppositie.” Nu echter aan het begin van 2013 alle activiteiten stilliggen, lijken er scheuren te komen in zijn tot nu toe onverwoestbare optimisme. De burgeroorlog in Aleppo sleept zich voort zonder dat een van de partijen de overhand krijgt. Elke poging van normaliteit wordt gesaboteerd, zoals in januari bleek toen er een grote aanslag of bombardement (regime en opstandelingen geven elkaar de schuld) plaatsvond op de universiteit waar zich veel studenten hadden verzameld voor het begin van de examenperiode. In een Facebook-bericht zegt Touma: „De tijd is voorbij dat ik geloof iets ten goede te kunnen veranderen in het Midden-Oosten. De tijd heeft geleerd dat ik fout zat. We zouden vele levens nodig hebben om alles te herbouwen en beter te maken. Ik doe als God: nadat hij al zijn profeten vergeefs naar de aarde had gezonden, verloor hij elke hoop en besloot geen tijd meer te verkwisten aan het Midden-Oosten.”

Theo de Feyter is beeldend kunstenaar en archeoloog (opgravingen in de provincie Raqqa in Syrië). Hij schreef Syrië, een geschiedenis in ontmoetingen en plaatsen. Inl: theodefeyter.nl