De hele Méditerranée in Marseille

Marseille is dit jaar culturele hoofdstad. De stad probeert van haar morsige imago af te komen. Veel nieuwe kunst gaat over het koloniale verleden.

Het nieuwe culturele centrum Villa Méditerranée van de Italiaanse architect Stefano Boeri in Marseille
Het nieuwe culturele centrum Villa Méditerranée van de Italiaanse architect Stefano Boeri in Marseille Foto EPA/Guillaume Horcajuelo

Het uitzicht vanaf het immense dakterras van La Friche in de vervallen industriewijk Belle-de-Mai is adembenemend. Rechts de bergkam die Marseille van de rest van Frankrijk scheidt, links de Middellandse Zee die de stad met Noord-Afrika verbindt. In het nieuwe culturele centrum in een van de rafelranden van de eigenzinnige Franse havenstad, een ingenieus verbouwde tabaksfabriek, „komen de verschillende culturen samen”, zegt directeur Alain Arnaudet.

Hij heeft het thema van ‘Marseille-Provence 2013’ goed begrepen. Marseille is dit jaar een van de twee culturele hoofdsteden van Europa (de andere is Kosice in Slowakije) en nog voordat in 2011 van enige Arabische lente sprake was, besloot de organisatie kunst en cultuur van alle oevers van de Middellandse Zee centraal te stellen. In La Friche opende daarom afgelopen maand de tentoonstelling ‘Ici, ailleurs’ (Hier, elders) met werk van moderne kunstenaars uit Noord-Afrika, het Midden-Oosten en het zuiden van Europa zelf. Dat levert in de eerste plaats veel, soms wat moeizame, overpeinzingen op over politiek correcte thema’s als migratie, identiteit en burgerschap.

Zo toont de Franse kunstenares Orlan, bekend als levend kunstwerk dat haar eigen lichaam liet versleutelen, in een video-installatie 24 mensen uit alle windstreken die net in Marseille hun naturalisatieceremonie achter de rug hebben: de vlaggen van hun landen van herkomst gaan in het filmpje langzaam over in de Franse tricolore. De Palestijn Taysir Batniji schreef in beletterde blokjes savon de Marseille artikel 13 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op. En de Egyptische fotograaf Youssef Nabil maakte een serie zelfportretten bij verschillende uitvalsbases van Marseille, zoals de haven en het station.

„Marseille is een multiculturele stad”, zegt curator Juliette Laffon, wandelend langs de werken. „Maar kunstenaars werken over grenzen heen. Ik kan niet zeggen dat deze tentoonstelling daadwerkelijk een beeld geeft van kunst in de Méditerranée. Kunstenaars zijn zwervers, die de wereld rondgaan. Zij vertegenwoordigen vooral zichzelf, niet hun land.” Waarop de kunstenaars in kwestie dan zijn geselecteerd, laat ze in het midden. Veel van hen werken trouwens in Berlijn of Parijs en niet in Kairo of Gaza.

Sowieso is het gekozen thema van Marseille (en meewerkende buurtgemeenten, zoals Aix-en-Provence) soms wat moeilijk te begrijpen. De stad zelf wil voor alles haar morsige imago afschudden en het culturele jaar gebruiken om zich op de kaart zetten. „We hadden een wat slechte pers”, beaamt burgemeester Jean-Claude Gaudin in een tijdelijke tentoonstellingsruimte naast het stadhuis waar de stad, de oudste van Frankrijk, haar geschiedenis vertelt. Dat is een understatement. Haalde Marseille de laatste jaren de krant, dan was dat vanwege criminele afrekeningen, niet zelden met gebruik van kalasjnikovs, de torenhoge werkloosheid of vanwege malversaties bij de plaatselijke voetbalclub Olympique. Voor kunstliefhebbers viel in Marseille weinig te beleven. „En dat gaat dit jaar veranderen”, verwacht Gaudin. Hij hoopt op 20 procent meer bezoekers, zoals in 2004 in het Noord-Franse Lille dat na het jaar als culturele hoofdstad blijvend meer toeristen heeft getrokken.

Het thema lag voor de hand: geen stad in Frankrijk is meer door het koloniale verleden gevormd dan Marseille. Vele honderdduizenden trokken na de onafhankelijkheid van de overzeese gebiedsdelen in de jaren zestig naar deze stad waar de veerboten aanmeerden en licht en klimaat een niet al te grote aanpassing vergden. Vele duizenden werden in tijdelijke kampen ondergebracht. De laatste sloppenwijk ging in 2005 tegen de vlakte, om plaats te maken voor het soort flatgebouwen waarvan de stad er sinds eind jaren vijftig al zoveel gebouwd had.

Kunstenaar Kader Attia, geboren in Algerije en opgegroeid in vergelijkbare woonkazernes in de banlieue van Parijs, maakte van dat gegeven aardig gebruik. Zijn installatie op Ici Ailleurs bestaat uit een serie ingelijste foto’s, artikelen en bouwtekeningen van en over de architecten Fernand Pouillon, die aan de Vieux Port van Marseille in de jaren vijftig baanbrekende sociale huisvesting neerzette, en natuurlijk Le Corbusier, die in Marseille de fameuze ‘Cité Radieuse’ bouwde.

Vooral de betonnen flat op peilers van Le Corbusier heeft volgens Attia vele naamloze architecten elders in de wereld geïnspireerd tot „zielloze woonfabrieken”. Naast de kunstig opgehangen lijstjes heeft hij een metalen kooi geplaatst, om te laten zien „hoe de politiek de modernistische architectuur vermoord heeft”, zegt hij. „Begrijp me niet verkeerd, Le Corbusier is een genie. Het zijn zijn volgelingen en de bestuurders die het niet helemaal begrepen hebben en mensen hebben ondergebracht in gevangenissen.”

Wat hem als halve Algerijn fascineert is dat Le Corbusier voor zijn ‘verticale dorp’ in de Algerijnse stad Ghardaïa, 600 kilometer onder Algiers, inspiratie zou hebben opgedaan. „De daar dicht tegen elkaar gebouwde huisjes en winkeltjes heeft hij gewoon op elkaar gestapeld. Dat heeft hij zelf geschreven. Maar niemand heeft daar oog voor omdat we in het door de koloniale tijd gevormde Westen niet verwachten dat je inspiratie in zogenaamd primitieve culturen kunt opdoen.”

Om Marseille, indachtig de woorden van de burgemeester, op te fleuren ligt ook in 2013 geen steen meer op zijn plaats in de stad. Achtbaans snelwegen worden in tunnels verzonken, waardoor lange wandelpromenades de oude wijken van Le Panier, rond de oude haven, weer aansluiten op de zee, monumenten zijn de laatste jaren opgeknapt en rond de passagiersterminals waar de boten naar Algerije en Corsica vertrekken, verrijzen glimmende nieuwe gebouwen van toparchitecten.

De verbouwingen onder de noemer EuroMéditerranée, kosten ongeveer 7 miljard euro en worden goeddeels door de staat betaald. Dankzij het culturele jaar zijn veel projecten wat sneller voltooid, zegt directeur Christian Brunner van het plaatselijke agentschap voor stadsvernieuwing.

In juni opent het Museum voor de Beschavingen van Europa en de Middellandse Zee, het MuCEM, een gebouw van de in Algerije geboren Fransman Rudy Ricciotti, die ook de nieuwe islamitische vleugel van het Louvre ontwierp. Pal daarnaast heeft de Italiaan Stefano Boeri de indrukwekkende Villa Méditerranée opgetrokken, een cultureel centrum dat met zijn hoge lange luifel wel iets weg heeft van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ.

De eerste tentoonstelling van het MuCEM is nu te zien in een verbouwde hangar, genaamd ‘J1’. Opgravingen uit de beschavingen van Athene tot Istanbul en van Alexandrië tot Rome staan opgesteld in zeecontainers en worden afgewisseld met aardige filmpjes van hedendaagse bewoners uit het Middellandse Zeegebied. Een boze Griek houdt daarop bijvoorbeeld een tirade over het waardeloze pensioen van zijn moeder en een koppel uit Istanbul kritiseert de scheiding van kerk en staat in Turkije. Bij het hoekje over Algerije hangt naast een animatiefilmpje over de Exposition Coloniale uit 1906 een mooie poster uit de jaren twintig die gezonde Fransen oproept zich in de veelbelovende kolonie Algerije te vestigen.

Geeft dat alles een nieuw of overkoepelend beeld van de Méditerranée, zoals de organisatie beoogt? Niet echt. Maar de opgelapte stad, die in haar diepste wezen dichter bij Afrika ligt dan bij Parijs, is met al haar moderne en historische architectuur al interessant genoeg.

In zijn voorwoord voor de catalogus van Ici Alleurs dekt directeur Jean-François Chougnet van Marseille-Provence 2013 zich voor de zekerheid niettemin in tegen kritiek als hij de geestige definitie voor de samenbindende krachten van het Middellandse Zeegebiedvan de Kroatische schrijver Predrag Matvejevic aanhaalt. „De Méditerranée”, schreef Matvejevic, „dat is de plaats waar men regelmatig symposiums en conferenties houdt over de Méditerranée.”