Bedelen om aardgasgeld is een stap terug

Schade door gasboringen verdient compensatie, maar het Noorden moet niet vervallen in zijn oude Calimerogedrag, stelt Peter Rehwinkel.

Er waart een spook door Noord-Nederland. Als de grootte hiervan op de schaal van Richter wordt aangeduid, heet het Aardbeving.

Terecht maken veel mensen in ons deel van het land zich bezorgd over de gevolgen van de aardgaswinning. Lang is gedacht dat het weghalen van grote hoeveelheden gas geen enkel nadelig gevolg zou hebben voor de directe omgeving. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) schudde iedereen die dit dacht vorige week ruw wakker; hij reisde naar Noord-Nederland met de onplezierige boodschap dat gaswinning grote schade kan aanrichten. Het valt te prijzen dat Kamp een zondag in zijn agenda schoonveegde om het de bewoners persoonlijk te vertellen. Ook de aandacht van minister-president Rutte was tot steun.

Nadat de bewindspersonen waren teruggekeerd in Den Haag en de lampen van de televisiecamera’s waren gedoofd, begon het grote nakaarten. Wat betekenden de ministeriële woorden en bezweringen van de aardoliemaatschappij voor de bewoners en bestuurders van de regio? Wat kan Zeeland, Noord-Holland of Overijssel hiervan leren?

Aangezien we ook in dit debat niet meteen door het credo money, money, money moeten worden verblind, wil ik waken voor een voortijdige, puur financiële discussie. De afgelopen dagen vlogen bedragen rond als bladeren in een herfststorm. Honderd miljoen euro, 1 procent van alle aardgasbaten, één miljard euro – het leek wel een veiling. Wie biedt er meer?

Ook ik ben een groot voorstander van een ruimhartige compensatie, maar voor het noemen van (grote) bedragen is het te vroeg, al was het maar omdat ze moeten kunnen worden gebaseerd op goede berekeningen. Bovendien – en dat steekt mij het meest – doemt er een beeld op van het noodlijdende, armlastige Noorden. Ik dacht dat we dat achter ons hadden gelaten. Als we niet oppassen, zijn we terug bij Calimero.

Het Noorden is geen armlastig, achtergesteld, achterlijk gebied. We liggen niet in de periferie van Nederland, verre van dat! De afgelopen decennia zijn we uitgegroeid tot een zelfbewust, autonoom, concurrerend landsdeel, een landsdeel dat ertoe doet. De noordelijke regio draagt op een zeer groot aantal terreinen en op erg gevarieerde wijze bij aan de welvaart en het welzijn van Nederland. Onze bijdrage is echt meer dan het leveren van aardgas aan alle Nederlandse huishoudens, hoe belangrijk dat ook is. Het Noorden is geen periferie; het is het centrum van wetenschap, onderwijs, sport, cultuur, dienstverlening, ICT-ontwikkeling, nieuwe energie, gezond leven en gezond oud worden. Dit zijn we met opgeheven hoofd.

Nederland is te klein om er een periferie op na te houden. De razendsnelle ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie heeft ertoe geleid dat de afstanden tussen de mainports nauwelijks meer bestaan. Ook is de reistijdenkaart van Nederland ingrijpend veranderd door de komst van hogesnelheidslijnen en de zeker voor het Noorden zo belangrijke Hanzelijn.

Deze ontwikkelingen maakten het voor het Noorden mogelijk te groeien tegen lagere ecologische kosten. Het Noorden is de laatste jaren het alternatief geworden voor de Randstad, waar men met elkaar duur op een kluitje zit.

Steeds duidelijker is geworden dat het Noorden dichter bij Noordoost-Duitsland ligt dan bij de Randstad. Deze geografische ligging kent vele voordelen. Oldenburg, Bremen en Hamburg zijn voor ons natuurlijke partners, waarmee we uitstekende relaties hebben. Wie heeft het dan nog over de periferie? We zijn het niet, en in Europa al helemaal niet.

Het is terugval in oud gedrag en naar de tijd van Calimero om de gevolgen van de aardgaswinning te gebruiken om de noordelijke regio vanuit miskenning onder de aandacht te brengen als onderbedeeld. Dit doet geen recht aan alle ontwikkelingen van de afgelopen decennia. De tijd is voorbij dat ambtenaren gedwongen werden in het Noorden te werken en te wonen om de noordelijke economie te stimuleren.

Het landsdeel is zelfbewust, zelfverzekerd, vol vertrouwen en trots en voor niemand bang. Vanuit de periferie zijn we centrum geworden. Het klassieke beeld van het hulpbehoevende, armlastige en noodlijdende Noorden bestaat niet meer. Dit is een prestatie van formaat. Laten we haar vooral koesteren.

Het elkaar overtroeven met claims en compensatiegelden is een stap terug in het verleden. Ik kijk liever vooruit.

Peter Rehwinkel is burgemeester van Groningen.