Het CDA zoekt ineens de confrontatie

Het CDA wil nog wel eens defensief opereren. Maar deze week is dat anders, met Europa en de woningmarkt.

Het is een goede week voor het CDA. Als vijfde partij van het land wisten de christen-democraten twee dagen met een mengeling van publicitair geluk en handigheid het nieuws te domineren.

Maandag kreeg het CDA in de voortdurende discussie over Europese regels een prominente rol. Op de voorpagina van de Volkskrant stond een lijstje bevoegdheden die CDA-leider Sybrand van Haersma Buma uit Brussel wil terughalen. Op dat lijstje stond niets nieuws, gaf Buma gisteren in het Kamerdebat over de kwestie direct toe. Maar dat maakte toen al niet meer uit. Andere media hadden de conclusie van de ochtendkrant al overgenomen: het CDA breekt de discussie over Europa open.

Niet veel later volgde het bericht dat het CDA alle plannen van het kabinet voor de huurmarkt zou blokkeren. Een verrassend confronterende houding voor een partij die haar bestuurlijke traditie van compromisvorming koestert – zeker omdat het CDA niet principieel tegen de voorstellen van het kabinet is.

Dat het CDA zich zo snel comfortabel zou voelen in de oppositie is niet vanzelfsprekend. Sinds haar oprichting heeft de partij altijd geregeerd, acht jaar Paars uitgezonderd.

Weinig CDA’ers zijn vergeten hoe slecht het de partij in die jaren verging. Buma was als persoonlijk medewerker van toenmalig CDA-leider Enneüs Heerma van dicht bij getuige van diens onvermogen de partij relevant te maken. Begrip voor de bestuurlijke afwegingen van het toenmalige kabinet en afkeer van harde oppositionele tactieken maakten de partij onzichtbaar. Een probleem dat niet verdween met de vervanging van Heerma door Jaap de Hoop Scheffer.

Dat voorkomen is dé opdracht van Buma en zijn Tweede Kamerleden. Het zit de partij op drie fronten mee.

Het CDA kan in de Eerste Kamer van doorslaggevend belang zijn voor de coalitie, zoals nu bij de woningmarktplannen. Negeren kan dus niet.

Het CDA verwachtte al een groot verkiezingsverlies en zette geen bestuurlijke types hoog op de lijst. Zo werd vrij oppositievoeren met een soms harde toon voor de 13 overblijvende leden een stuk makkelijker.

Decennia regeren maakte van het CDA een kameleontische partij, die haar standpunten aanpaste aan de coalitie van het moment. Die kracht is in de oppositie goed te gebruiken. Zo is het CDA tegen referenda, behalve nu het een middel lijkt te bieden de voorgenomen fusies van provincies te blokkeren.

Daar ligt ook een groot risico. Het imago van het CDA, de afgelopen jaren verbleekt in de gedoogcoalitie met de PVV, leunt nog altijd sterk op begrippen als bestuursverantwoordelijkheid en gemeenschapszin. Al te veel opportunisme kan leiden tot verlies aan geloofwaardigheid. Zeker omdat het CDA zo lang regeerde dat het vaak oppositie voert tegen eigen beleid.

Ook op dat verwijt heeft het CDA een nieuw antwoord. Buma: „Om meteen de discussie hierover voor te zijn: bijna alles wat er in Nederland de afgelopen tweehonderd jaar gebeurd is, dan wel daarna, is eigenlijk de schuld van het CDA.”