Ethiektraining accountant ‘niet zo ethisch’

De organisatie van accountants stelt een cursus ethiek verplicht. Maar is de wijze waarop dat gaat wel zo netjes?

Illustraties Michiel van der Pol

Tot zijn schrik constateert een boekhouder dat de topmanager royaal eigen onkosten declareert. Etentjes met zijn familie, het lidmaatschap van de golfclub, dat soort werk. De boekhouder legt zijn bedenkingen voor aan het management, maar wordt genegeerd. Dit zijn de opties. Eén: zich erbij neerleggen. Twee: stampij maken. Drie: direct een andere werkgever zoeken.

Dilemma’s, dilemma’s, dilemma’s. Dagelijks worden accountants geconfronteerd met ethische vraagstukken waar het in de praktijk moeilijk mee omgaan is – en wekelijks zijn er berichten over tekortschietende accountants. Gelukkig voor de branche werd vorig jaar de Verplichte Training Beroepsethiek geïntroduceerd. Dit voorbeeld komt uit de cursuslectuur – een antwoord blijft evenwel uit.

De training is in het leven geroepen door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA): een bij wet ingestelde club die de goede beroepsuitoefening van haar leden moet bevorderen. De NBA helpt accountants „hun cruciale rol in de maatschappij te vervullen”.

De beroepsorganisatie biedt de training die het vak vooruit moet helpen voor 495 euro zelf ook aan. Nadat twee trainers een dag theorie en praktijk afwisselen en „interactieve werkvormen” toepassen gaan de deelnemers „opgefrist, geïnspireerd en met handvatten op zak naar buiten”. Ze kunnen dan „met de verworven inzichten aan de slag met de toepassing van ethische principes”.

Ironisch genoeg is over de ethische principes van de NBA zelf niet iedereen te spreken, zo blijkt uit een rondgang langs verschillende opleidingsinstituten die weliswaar door de beroepsvereniging geaccrediteerd zijn om deze opleiding ook te verzorgen, maar toch kritiek hebben. Volgens hen wordt de schijn van belangenverstrengeling gewekt door de wijze waarop de cursus is georganiseerd.

Alle ruim achtduizend accountants die bij een bedrijf werken (zoals financieel directeuren) moeten van de NBA de training volgen. Sinds de kredietcrisis liggen accountants onder vuur bij toezichthouder AFM, en bij de politiek. De boekhouders keurden de jaarrekeningen goed van financiële instellingen die omvielen.

De NBA riep de hulp in van Muel Kaptein: hoogleraar bedrijfsethiek en partner bij KPMG Forensic & Integrity. Kaptein is tevens auteur van het boek Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen, waarin een model wordt gepresenteerd om te „sturen op ethische cultuur”. Het curriculum van de cursus is in sterke mate gebaseerd op zijn gedachtengoed en dat boek. Nadat de NBA met KPMG’er Kaptein het curriculum had ontwikkeld, besloot het de verplichte cursus zelf in samenwerking met KPMG aan te bieden.

Bob Mohr van trainingsbureau Rhetorica vindt de constructie moeilijk te rijmen met het thema ethiek. „Als je kiest voor het gedachtengoed van een KPMG’er, geef de opdracht dan niet ook nog aan KPMG.”

Directeur Jan de Kroon van Improfin Groep (dat trainingen en advies aan de financiële sector levert) omschrijft die constructie ook als „eigenaardig”. Hij zegt van cursisten te hebben vernomen dat ook zij er moeite mee hebben en daarom juist niet voor de NBA-cursus kiezen.

De pijn zit voor partner Jan Heinen van PLUC! (trainingen voor financieel professionals) op een ander vlak. Hij vindt het juist „apart” dat de NBA als aanbieder optreedt van een cursus die ze zelf verplicht stellen. „Ze hebben er een belang bij het tot een verplicht thema te maken.”

Met de verplichte training is veel geld gemoeid. De prijzen voor de trainingen wisselen per aanbieder, maar liggen tussen de 395 en 695 euro, afhankelijk van duur en omvang van de groep cursisten. De NBA rekent 495 euro. Voor dit jaar staan er 45 trainingsdagen met elk twintig cursisten gepland; bij volle bezetting levert dat 445.500 euro op.

Registeraccountant Emile ten Hoor, die trainingen bij opleidingsinstituut Constitute verzorgt, zegt dat de NBA het geven van de training door externe organisaties zou stimuleren – dat was de belofte. Maar Ten Hoor ziet er maar weinig van terug. Door het ledenbestand heeft de NBA een commerciële voorsprong, zegt hij. „De vraag is of dit zorg draagt voor een eerlijke marktwerking en ethisch is.”

De beroepsorganisatie laat weten zich niet te herkennen in de kritiek op de eigen ethiek. „Inhoud en kwaliteit hebben voorop gestaan, in combinatie met een realistische prijs.”