Besnijdenisrisico voor jaarlijks 40 tot 50 meisjes

Jaarlijks lopen veertig tot vijftig meisjes uit Nederland het risico besneden te worden tijdens familiebezoek in het buitenland. Meisjes die oorspronkelijk uit Somalië of Egypte komen, lopen het grootste risico.

Dat blijkt uit een onderzoek van kenniscentrum Pharos in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. In totaal zijn zo’n 30.000 vrouwen in Nederland besneden. Het merendeel van hen is tussen de 20 en 49 jaar. Zij zijn met name afkomstig uit Somalië, Egypte, Ethiopië, Eritrea en de Koerdische autonome regio in Irak. Meisjes tot tien jaar die vanuit deze landen nieuw in Nederland aankomen, lopen het grootste risico later te worden besneden. Naarmate meisjes langer in Nederland verblijven, wordt dit risico kleiner.

In Nederland komt besnijdenis niet of nauwelijks voor. Dat komt doordat er veel voorlichting wordt gegeven over de gezondheidsrisico’s, blijkt het het onderzoek. Ook maakt de overheid duidelijk dat besnijdenis in Nederland verboden is (het is een vorm van kindermishandeling) en dat het verbod gehandhaafd wordt. Ouders die hun dochter laten besnijden, kunnen een celstraf van maximaal twaalf jaar krijgen en het meisje kan uit huis worden geplaatst.

Uit discussies van de onderzoeker met vrouwen en mannen uit de risicolanden blijkt dat zij er door de voorlichting van overtuigd zijn dat de meest ver gaande vorm van besnijden grote risico’s met zich meebrengt. Het gaat dan om het deels dichtnaaien van de schaamlippen. Ouders zeiden ook dat ze hun dochter het liefst wel zouden laten besnijden op een lichtere manier om trouw te blijven aan hun cultuur. De reden om ook dat niet te doen, vertelden ze, is de zware straf die in Nederland op besnijdenis staat. Het risico op besnijdenis bij familiebezoek is reëel omdat veel vluchtelingen met een verblijfsstatus weleens terugkeren naar het land van herkomst voor een bezoek.

In landen als Somalië en Egypte komt het besnijden van meisjes veelvuldig voor, het vaakst als ze tussen vier en twaalf jaar zijn. Niet zelden gaat het er amateuristisch en onhygiënisch aan toe. De besnijdster doet wat ze denkt te moeten doen, vaak zonder medische kennis.

Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) stelt in een schriftelijke reactie op het rapport dat er betere zorg en voorlichting komt voor vrouwen die ooit slachtoffer zijn geworden van besnijdenis. Van Rijn: „Het blijven confronterende cijfers maar het is hoopgevend dat het risico voor meisjes uit risicogroepen die hier langer wonen laag is.”