Wat wil de burger van de rechter? En gebeurt dat?

De rechtspraak heeft dus een probleem, maar welk probleem precies? Gisteren voegde de president van de Hoge Raad der Nederlanden zich bij de naar schatting zevenhonderd rechters die het ‘Manifest van Leeuwarden’ hebben ondertekend. Dat is een politiek gebaar. Het aanvankelijk anonieme protest heeft een gezicht gekregen, dat van de hoogste rechter. Maar ook president Corstens schrijft dat eerst moet worden uitgezocht waar het dan misloopt. Waarna een ‘open debat’ uitkomst moet bieden. Tsja.

Dat een op de drie rechters zich zorgen maakt over de werkdruk en de kwaliteit van hun werk, moet echter serieus genomen worden.

Rechters vormen een bedachtzame groep, bewust van de eigen kwetsbare positie en qualitate qua niet geneigd tot oproer. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak peilde de stemming op de werkvloer en concludeerde dat die slecht is.

De eigen Raad voor de Rechtspraak wordt gewantrouwd. Net als het lokale management. Bij de individuele gerechten zou de werkdruk ‘onaanvaardbaar hoog’ zijn. Er ‘kan niks en er mag niks’, is de indruk. Voor scholing is geen tijd, laat staan voor ‘reflectie’ op het ambt.

Rechters schetsen een productiefabriek, waarin zittingen op minuten worden gepland, getuigen niet meer worden gehoord, dossiers deels ongelezen blijven. En waarin een te groot beroep wordt gedaan op individuele rechters. Rechters in tijdnood laten nooit ‘zaken stukvallen’, zeggen ze, zelfbewust. Ze lossen dat nu op in de avond- en weekenduren. Met als gevolg dat zij „harder en langer doorwerken dan verantwoord”, aldus de NVvR.

Wat valt hier tegenin te brengen? Om te beginnen dat ondanks de ervaren werkstress de eigen rechtspositie een gietijzeren zekerheid blijft. De recessie treft de bouwvakkers, niet de rechters. Zij zijn goed betaald, eeuwig in dienst, geheel onafhankelijk en behalve in staat ook bevoegd hun eigen werklast te regelen.

Dat maakt het manifest ook tot een wat curieuze noodkreet: ‘Hou me vast, of ik werk te hard’. Doe dat dan niet, is ook een antwoord. Tegelijk is een stevige discussie over het begrip ‘kwaliteit’ gewenst. Dat is immers een containerbegrip voor idealen, tradities en ingesleten gewoonten. Welke kwaliteit wil de samenleving van de rechter?

De rechtspraak maakte sinds de jaren 80 een ingrijpende modernisering door. Daar komen nu een reorganisatie en samenvoeging van gerechten bij. De rechtspraak moet intussen de samenleving zien bij te houden. In productietempo, in communicatie, in kennis en slagkracht. De echte discussie gaat over de kwaliteit van de rechtspraak zelf. Wat wil de burger echt van de rechter? En gebeurt dat?