Schiet de bal over de lijn en je krijgt paar honderd euro

De spelerszijn meestal loopjongens als het om matchfixing in het voetbal gaat. Het grote geld komt terecht bij de goksyndicaten. De sporen leiden naar Azië.

Aanvoerder Alessandro Del Piero in 2005 met de beker na het behalen van de landstitel die Juventus later moest inleveren.
Aanvoerder Alessandro Del Piero in 2005 met de beker na het behalen van de landstitel die Juventus later moest inleveren. Foto AFP

Omkoping in het voetbal is van alle tijden. Maar terwijl in het verleden een sportieve overwinning het doel was, heeft nu de georganiseerde misdaad greep op het voetbal.

Er is de klassieke variant. De ene club wil zo graag winnen van de andere dat het daar geld voor over heeft. Voetballers zijn de daders, zoals de spelers van het Belgische Standard Luik dat in 1982 een overwinning van Waterschei cadeau kreeg in ruil voor de premies.

Maar de laatste jaren wordt steeds vaker een ingewikkeldere variant van omkoping ontdekt, de variant die nu door onder meer Europol is onderzocht. Voetballers dreigen in die variant naast dader vooral ook slachtoffer te worden, omdat goksyndicaten hen in de greep hebben en de sport in diskrediet brengen. Dat werkt als volgt. Bij matchfixing (alle vormen van wedstrijdmanipulatie, meestal omkoping) spelen goksyndicaten in Azië een beslissende rol. De internationale georganiseerde misdaad, onder meer in China en Singapore, stortte zich vanaf de jaren negentig steeds meer op sportwedstrijden, door de explosieve toename van het aantal transacties via gokkantoren op internet. In veel Aziatische landen kan via internet op van alles worden gegokt: op de uitslag van een wedstrijd in Estland, Albanië of Nederland maar ook op de eerste gele kaart of het aantal corners. De voetballers zijn slechts loopjongens onderaan de piramide. Niet zelden zijn clubbestuurders, trainers en zaakwaarnemers betrokken bij het vals spel. Theo van Seggelen, secretaris-generaal van de internationale spelersvakbond FIFPro, zag de voorbije jaren talloze misstanden voorbijkomen. „Ik ben dan ook niet verrast door de uitkomst van dit onderzoek”, zegt hij. „In werkelijkheid is het allemaal nog vele malen groter.”

Van Seggelen schetst hoe matchfixing werkt. „Voetballers worden benaderd door leden van criminele organisaties om een wedstrijd te manipuleren. Daarboven zit een laag die zich bezighoudt met het organiseren van weddenschappen. Die weddenschappen worden afgesloten bij verschillende wedkantoren. Het zijn vaak geen weddenschappen meer omdat de uitslag van tevoren vaststaat. Daarbij worden enorme bedragen ingezet en betaald”, aldus Van Seggelen. Er zijn volgens hem „wel duizend modellen” te bedenken om wedstrijden te manipuleren. „Maar als je de keeper, een centrale verdediger en een voorstopper weet om te kopen, dan kom je meestal al een heel eind”, stelt hij.

Een verdediger krijgt bijvoorbeeld 10.000 euro als hij in de laatste minuut een eigen doelpunt maakt, waardoor zijn club verliest. Als het betrokken misdaadsyndicaat die uitslag van tevoren weet, verdient het een veelvoud. In de gokindustrie gaat naar schatting jaarlijks een paar honderd miljard euro om. Tien keer zoveel als in de voetbalsector zelf.

De schimmige praktijken komen vaak op lagere niveaus voor, om verschillende redenen. Voetballers met weinig geld, schulden of een gokverslaving bezwijken sneller voor de verleiding van steekpenningen dan een prof uit de Premier League die 100.000 euro per week verdient.

Maar een speler die eenmaal heeft toegehapt op een onschuldige manipulatie – voor een paar honderd euro als eerste de bal over de achterlijn schieten – zit gevangen in het web van de gokmaffia en komt er nooit meer uit. Voor een speler kan een incidentje lucratief zijn: de pakkans is klein, want het is nauwelijks te bewijzen of er bij een blunder van een speler wel of geen opzet in het spel was.

Dat is een van de redenen waarom het vaak om ‘kleine wedstrijden’ gaat. Een Champions League-finale tussen Barcelona en Manchester United wordt door meer dan honderd miljoen mensen bekeken: elke blunder zal tot in de eeuwigheid worden herhaald en geanalyseerd. In de tweede divisie van Moldavië of Albanië is een uitslag veel makkelijker te manipuleren.

Zo werden op jeugdwedstrijden in Noorwegen vanuit Azië weleens ‘gokjes’ gewaagd van 250.000 euro. Twee jaar geleden verklaarde een jeugdspeler van Arminia Bielefeld voor een Duitse rechter dat hij was bedreigd door de gokmaffia om een duel te verliezen. Hoe minder aandacht, des te kleiner het risico.

Maar de gokmaffia werkt niet alleen op lage niveaus. Europol stuitte op manipulaties op het hoogste niveau, tot in de Champions League aan toe. „Daar schuilt het grote gevaar voor de sport”, stelt Van Seggelen. „Als dit een keer aan het licht komt in de halve finale van de Champions League, dan komt de geloofwaardigheid bij het publiek ernstig in het geding. In landen als China, Singapore en Bulgarije blijft het publiek weg uit de stadions. Daar heeft de gokmaffia het voetbal kapotgemaakt.”

In Nederland is nog nooit een geval van matchfixing aan het licht gekomen. Een duel tussen Roda JC en Heracles in 2010 is ooit als verdacht bestempeld, maar bewijs voor manipulatie is niet geleverd. Er moet wel worden gezegd dat deze vorm van criminaliteit in Nederland nooit serieus door justitie is onderzocht. Het heeft in tegenstelling tot in andere Europese landen nooit prioriteit gehad. De Nederlandse voetbalbond maakt zich wel degelijk zorgen. „Als dit in Duitsland, België of Finland gebeurt, dan kan dat hier ook”, zegt Gijs de Jong, manager competitiezaken van de KNVB. „We moeten dit absoluut niet bagatelliseren. Niemand wil naar een poppenkast kijken.”