Rijk of extra hard gepakt?

Worden ouderen onevenredig hard aangepakt of niet? Ouderenpartij 50Plus valt de PvdA aan op haar sociale gezicht.

Diederik Samsom voorspelde het goed, gisteren bij het Libelle Nieuwscafé. „Ik ga mij met deze opmerking hier niet populair maken, maar ouderen vormen de rijkste groep in onze samenleving.”

Het was een licht geërgerde reactie van de PvdA-leider op een opeenvolging van klachten van Libelle-lezers uit de zaal dat ouderen onevenredig hard worden ‘gepakt’.

Het duurde niet lang voor de PVV en 50Plus reageerden. Beide partijen azen op de ‘ouderenstem’. PVV-leider Geert Wilders noemde Samsom een „bejaardenbasher”. Volgens Henk Krol, leider van 50Plus, heeft de PvdA „niet langer een sociaal gezicht”. Volgens Krol „is er is geen andere groep die er meer op achteruitgaat”.

1Zijn ouderen de rijkste groep in de samenleving?

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben 55-plussers een groter gemiddeld vermogen dan andan andere leeftijdsgroepen. Hoe ouder iemand is, hoe groter de kans dat iemand een huis bezit met nauwelijks of geen hypotheekschuld. Het gemiddelde vermogen onder 35- tot 45-jarigen was begin 2011, het laatste moment waarover cijfers beschikbaar zijn, bijvoorbeeld 94.000 euro. Voor 65- tot 75-jarigen wat dat 278.000 euro, voor 55- tot 65-jarigen 260.000 euro. Zo gerekend heeft de helft van de huishoudens met een 65-plusser als hoofdkostwinnaar een vermogen van meer dan een ton.

2Gaan ouderen er het meest op achteruit?

Nee. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat niet. Of je nou de periode tussen 2002 en 2017 neemt, of 2011-2017, in de modellen van het CPB is die twijfelachtige eer weggelegd voor de ‘alleenverdiener met twee kinderen en een modaal inkomen’.

3 Vanwaar de ophef?

Ouderen zagen deze maand een netto-achteruitgang van tientallen euro’s op hun loonstrookjes. Die achteruitgang is het gevolg van een belastingmaatregel. Die wordt versterkt doordat tegelijkertijd een belastingvoordeel nu afloopt. Deze maatregelen zitten in de CPB-cijfers, maar een snelle koopkrachtverslechtering valt altijd meer op dan een sluipende.

4Hebben ouderen het dan niet moeilijk?

Zeker wel. Mensen met alleen een AOW gaan er de komende jaren relatief minder op achteruit – hoewel hun uitgangssituatie natuurlijk niet florissant is. Maar verreweg de grootste groep ouderen, degenen met een aanvullend pensioen, verliest de komende jaren behoorlijk koopkracht doordat veel pensioenen worden gekort. Zo gaan gepensioneerden met een aanvullend pensioen van 10.000 euro er 9 procent op achteruit tussen 2011 en 2017.

5Hoe nuttig is het ‘scoren’ van koopkrachtachteruitgang?

Voor de politieke discussie zijn koopkrachtcijfers onontbeerlijk. Maar die verhullen dat de situatie van een individu of gezin vaak enorm afwijkt van het gemiddelde van de groep waartoe hij behoort.

Ook is de persoonlijke situatie van grotere invloed op de koopkrachtontwikkeling dan overheidsbeleid. Wat dit kabinet wel doet, is meer aanspraak maken op het eigen vermogen, waarvan ouderen er nou eenmaal meer hebben. Maar het grootste deel van de berekende achteruitgang van mensen met een aanvullend pensioen is het gevolg van besluiten van pensioenfondsen die kortingen doorvoeren of inflatie niet compenseren. En daar heeft de overheid niets over te zeggen.