Gotspe dat Brussel de pers in Europa wil controleren

Een Brusselse commissie bepleit Europees toezicht op journalisten. Moeten we straks melden dat de EU zo geweldig is, vraagt Ben van der Velden.

Zorgen over ‘misbruik van persvrijheid’ horen bij regimes die media onder controle willen houden. Daarom is het opvallend dat ook de Europese Unie nadenkt over maatregelen tegen journalisten die „misbruik van de persvrijheid maken”. Voorstellen voor zulke stappen staan in een rapport dat een high level group voor de Europese Commissie heeft gemaakt.

Uit de titel van dit onlangs gepubliceerde document – A free and pluralistic media to sustain European democracy – blijkt dat de samenstellers de pers voor een karretje willen spannen. De media zijn er niet om te berichten wat ze willen en om zelf te beslissen welke meningen ze verkondigen, maar moeten een instrument ten behoeve van de Europese democratie zijn. Om dit doel te bereiken, bevelen de samenstellers van het rapport regels aan om de pers in de verlangde richting te dwingen.

Ze willen in alle Europese landen toezicht op journalisten. Overkoepelend moet er een Europese raad van toezicht komen. Wie zich als journalist onverantwoordelijk gedraagt, riskeert straf. Die moet bestaan uit het intrekken van perskaarten, van accreditaties, het uitsluiten van persconferenties enz. Ongehoorzame journalisten pesten, zou je het ook kunnen noemen. De auteurs houden er geen rekening mee dat op deze manier dwarsgezeten journalisten weleens lastiger luizen in de pels kunnen worden dan ze ooit waren.

De auteurs van het stuk zijn Vaire Vike-Freiberga, oud-hoogleraar psychologie en ex-president van Letland; de Duitse juriste Herta Däubler-Gmelin, ex-minister van Justitie en gasthoogleraar systematische theologie; de Portugese jurist Luis Miguel Polares Pessoa Maduro, hoogleraar aan het Europees Universitair Instituut in Florence; en de Britse freelancejournalist Ben Hammersley, specialist in oorlogsverslaggeving en technologische innovatie. Waarop ze hun deskundigheid over media baseren, is onduidelijk.

De high level group stelt ook maatregelen voor ter ondersteuning van journalistiek, als die voldoende kwaliteit heeft. Maar wat is die kwaliteit? De steun voor de democratie? De geleerde opstellers zijn niet in staat geweest om te definiëren wat journalisten zijn. Daarom gaat het juist. Iedereen die kan schrijven, die voor een microfoon kan praten, kan zichzelf journalist noemen. Artikel 7 van de Nederlandse Grondwet legt hem maar één beperking op: „ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”.

De rechter oordeelt of iemand een wet heeft overtreden. Wie de democratie in Europa aan het hart gaat, bepleit juist géén Europees stelsel van perstoezichthouders.

Maar uit één aanbeveling in het rapport blijkt dat de geleerden meer willen dan democratie. Ze willen dat media meer aandacht besteden aan de EU. Daarom stellen ze voor dat de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van het Europees Parlement regelmatig „interviews” geven voor een groep journalisten uit alle lidstaten van de EU. Die journalisten uit 27 landen zouden zo gedwongen worden niet alleen vanuit hun eigen nationale achtergrond naar Brussel te kijken, maar ook reacties op vragen van hun collega’s uit andere lidstaten te publiceren.

Poetin zal jaloers zijn! Alsof media in 27 landen niet zelf beslissen wat ze publiceren. Alsof Brussel niet vol zit van journalisten die dag en nacht geconfronteerd worden met vragen van collega’s uit andere landen.

Voor het gedrag van de pers bestaan geen recepten. Voorwaarden stellen aan de pers betekent het om zeep brengen van de onafhankelijkheid van diezelfde pers. De ene journalist schrijft op wat officieel over een zaak gezegd wordt, de andere zoekt uit wat er werkelijk is gebeurd, de volgende schrijft er een grimmig commentaar over dat grotendeels bezijden de waarheid is, nog een ander besteedt er geen aandacht aan. Dat is de werkelijkheid van de media.

Het Brusselse rapport looft onderzoeksjournalistiek en zegt dat die gesteund moet worden. Grappenmakers! Iedere journalist onderzoekt. En als een journalist iets vindt wat niet welgevallig is, dan wordt hij onverantwoordelijk genoemd, iemand die zich niet houdt aan een de code die de democratie wil bevorderen.

Ik zou willen oproepen om te stoppen met het bedenken van recepten voor ‘verantwoordelijke’ journalistiek. Maar dat doe ik niet, omdat ik besef dat de wens om de pers in een richting te duwen nooit ophoudt.

Ben van der Velden is voormalig correspondent in Brussel voor NRC Handelsblad.