Trots op Blauwe Haaien overheerst in Delfshaven

Voetbaldwerg Kaapverdië verloor in de halve finale van de Afrika Cup van Ghana. In Nederland zijn de Kaapverdiërs trots op de prestaties.

Kaapverdische fans in Rotterdam in spanning tijdens het halve finaleduel om de Afrika Cup tussen Kaapverdië en Ghana.
Kaapverdische fans in Rotterdam in spanning tijdens het halve finaleduel om de Afrika Cup tussen Kaapverdië en Ghana. Foto Robin Utrecht

Namen moet je haar niet vragen. Studente Suely Gomes Dias (27) heeft alle wedstrijden van Kaapverdië tijdens de Afrika Cup gezien, maar van de spelers van het land waar haar beide ouders vandaan komen kent ze „alleen de mooie jongens, van gezicht”. Om haar hoofd heeft ze de blauwe vlag van haar moederland geknoopt.

Natuurlijk hopen de ongeveer honderd Kaapverdiërs die zich zaterdagmiddag hebben verzameld in podium/café Grounds, in de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven, dat hun land de halve finale haalt van het Afrikaanse landentoernooi.

Toch overheerst de trots. Voor het eerst heeft de eilandengroep met nog geen 600.000 inwoners zich geplaatst voor een groot voetbaltoernooi. Het bereiken van de kwartfinale, tegen het favoriete Ghana, voelt al als een bonus.

De beste Kaapverdische voetballers spelen niet voor dit team. Vleugelaanvaller Nani van Manchester United werd geboren in de Kaapverdische hoofdstad Praia, maar komt uit voor Portugal. De voormalige spits Henrik Larsson van onder meer Feyenoord, Celtic en FC Barcelona heeft een Kaapverdische vader, maar speelde voor Zweden. Zelfs een van de beste voetballers ter wereld, de Portugese aanvaller Cristiano Ronaldo van Real Madrid, heeft Kaapverdisch bloed.

Tegen Ghana staat Rotterdammer Toni Varela, die in de eerste divisie uitkomt voor Sparta, in de basis. Maar over de opstelling wordt nauwelijks gesproken in Grounds. De 43-jarige tandtechnieker Danny Gomes vertelt liever over zijn vader, die in 1962 als een van de eerste Kaapverdiërs naar Rotterdam kwam. „Hij was een zeevaarder. Zijn komst naar Rotterdam was de enige manier om onder de communistische partij uit te komen. Nadat hij de wereldzeeën over was geweest, begon hij achter het Centraal Station een pension voor zeevaarders.”

Met meer dan twintigduizend mensen telt Rotterdam een van de grootste gemeenschappen van Kaapverdiërs buiten het moederland. „We hebben al deze gezelligheid te danken aan de oudjes, die hebben gevochten en zich voor ons hebben opgeofferd”, zegt Gomes’ vriend Belmiro Oliveira (40).

De wedstrijd van de Tubarões Azuis (Blauwe Haaien) tegen Ghana ontbrandt pas in de tweede helft. In het eerste kwartier na rust krijgt underdog Kaapverdië kans na kans, maar Ghana krijgt een onterechte penalty en scoort. Ook na de achterstand blijft Kaapverdië de wedstrijd domineren.

Van Ghana, dat zich beperkt tot counteren, groeit keeper Fatawu Dauda uit tot de man van de wedstrijd. Bij hoge ballen komt hij als een springbok zijn doel uit en bokst hij de bal steevast met twee vuisten weg. Twee keer houdt hij Kaapverdië van een doelpunt af door de bal uit de kruising weg te tikken. In blessuretijd maakt Ghanees Wakaso Mubarak zijn tweede treffer van de wedstrijd. Hij kan de bal eenvoudig binnentikken nadat de keeper van Kaapverdië mee naar voren is geweest.

De grote, in een blauw trainingspak van FC Groningen gestoken geluidsman en deejay Flavio Fand (32) – „mijn broer werkt voor hun kledingsponsor” – staat na de wedstrijd nog even na te praten. „Het mooiste aan deze prestatie is dat Kaapverdiërs even niet meer zeuren over hun eigen eiland. Normaal is er altijd veel rivaliteit tussen de eilanden, maar nu zijn we één Kaapverdië.”

Fand is zich ervan bewust dat zijn landgenoten soms ongunstig in het nieuws komen. „Nu weer dat gedoe met Jerson Cabral van FC Twente, die zijn buren zou hebben lastiggevallen en geïntimideerd. Ik wil daar een beeld tegenover zetten van een vrijgevig volk. Met alles wat ik doe, probeer ik mijn land te representen.”

Enkele tientallen Kaapverdiërs lopen na de wedstrijd feestvierend op straat in Delfshaven. Uit gehalveerde bierblikjes drinken ze grog, een traditionele suikerrietlikeur. Onafgebroken scanderen ze een lied, waarvan de vertaling luidt: „Of hier, of daar, wij zijn altijd de baas.”

Hun verzamelplaats is het Heemraadsplein, dat een tweetalig straatnaambordje draagt. De Kaapverdiërs noemen het Pracinha d’Quêbrod. Dat betekent letterlijk ‘gebroken plein’legt de 38-jarige accountmanager Helena Nascimento uit, „maar eigenlijk staat het voor ‘plein van de blutte mensen”. Kaapverdië hoort tot de armste landen van Afrika, en ook in Nederland heeft de gemeenschap niet veel geld. Nascimento: „Het is triest. Maar het is waar.”