'Over het EPD wordt te gemakkelijk gedaan'

Ook in de jongste opzet is het elektronisch patiëntendossier onveilig, vindt VVD-senator Dupuis. Bovendien: „Het EPD is echt niet nodig.”

De Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen ziet het nog steeds niet zitten. Een elektronisch patiëntendossier (EPD) mag voordelen bieden, de risico’s van het systeem zijn nog steeds onaanvaardbaar, vinden de artsen. Bovendien tast het hun beroepsgeheim aan. Ze hebben geen vertrouwen in de jongste versie en stappen naar de rechter, zo kondigde hun vereniging vandaag aan.

Daarmee leggen de huisartsen een nieuw obstakel op de moeizame weg die het EPD tot nog toe heeft afgelegd. De landelijke digitale uitwisseling van patiëntgegevens is keer op keer gestuit op zorgen over veiligheid en privacy.

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) beloofde daarom vorig jaar nog eens extra maatregelen ter bescherming. Weliswaar is het dossier geen overheidszaak meer sinds de Eerste Kamer twee jaar geleden unaniem een streep door de plannen trok, maar Schippers is wel verantwoordelijk voor veiligheid en privacy van patiënten. Als het private systeem onveilig blijkt, zal de Tweede Kamer de minister daarop aanspreken. Een vernieuwd EPD-systeem, het Landelijk Schakelpunt (LSP), werd op 1 januari in beperkte omvang in gebruik genomen.

Beide Kamers moeten nog akkoord gaan met Schippers’ aanpassingen van de wetgeving rondom het EPD. En dan blijken de huisartsen niet de enigen met zorgen. Met name de Eerste Kamer is zeer kritisch gebleven.

Senator Heleen Dupuis (VVD) vindt nog steeds dat haar partijgenoot te weinig rekening houdt met de privacy van patiënten. Zo heeft ze er moeite mee dat de wet uitgaat van generieke toestemming „Dat betekent dat een burger in één keer aan alle zorgverleners toestemming verleent om zijn medische gegevens te gebruiken. Dat is wel erg veel. Bovendien is onduidelijk wie zich, naast huisartsen, apothekers en ziekenhuizen, allemaal aansluiten op het EPD en welke medische informatie van patiënten wordt opgeslagen. De minister toont zich hiermee wel erg halsstarrig en volhardend ten koste van de privacy van patiënten.”

Moet de generieke toestemming van u van tafel?

„Ik zeg dat niet alleen namens mijzelf. Veel woordvoerders in de Eerste Kamer staan op dit standpunt.”

Intussen komt landelijke invoering van het EPD dichterbij.

„Er is steeds aan bangmakerij gedaan. Er zouden vorig jaar al 8 miljoen mensen in het EPD zitten, zeiden de voorstanders telkens. Dat bleek niet te kloppen.

„Ik moet nog zien wat er gebeurt als blijkt dat mensen helemaal niet op het EPD zitten te wachten.”

Ander onderdeel van de wettelijke aanscherpingen van minister Schippers is dat ze via een Algemene Maatregel van Bestuur eisen kan stellen aan de gegevensuitwisseling door artsen en apothekers. Zo kan ze zorgverleners verplichten tot digitale uitwisseling van data.

De Eerste Kamer was daar eerder kritisch over.

„Nog steeds. We moeten nog eens heel goed bekijken of we hierin mee kunnen gaan.”

Hoe zou het anders kunnen?

„Alle experts adviseren hetzelfde: een chip op de verzekeringskaart van particulieren zetten. Daarmee kan iemand zijn eigen medische dossier inzien en beheren en is het voor de patiënt duidelijk welke informatie voor anderen zichtbaar is. Dat idee heeft mij altijd bijzonder gecharmeerd.”

Maar dat lijkt er niet te komen.

„Op deze manier niet, nee. En daar ben ik niet gelukkig mee. Huisartsen gaan straks het EPD vullen. Zij moeten de medische dossiers van patiënten zorgvuldig verwerken. Dat trekt een zware wissel op hun werk. Ik moet nog zien dat de huisarts daar genoeg tijd voor neemt. Daarnaast is de vraag of de huisarts voldoende tijd heeft om de dossiers bij te houden, met als risico dat de nieuwste gegevens erin ontbreken. Dit zijn allemaal zaken waarover veel te gemakkelijk wordt gedaan.”

Het klinkt alsof u nog twijfelt aan het nut van het EPD.

„Dat klopt. Het is echt niet nodig. En voor die patiënten voor wie het wel nut kan hebben, valt wel iets anders te regelen.”