Op zoek naar de feiten op Twitter

Is er breaking news, dan verifieert Andy Carvin de stroom aan informatie op sociale media. Hoe? Dat staat in zijn nieuwe boek.

In this image taken from video obtained from the Shaam News Network, which has been authenticated based on its contents and other AP reporting, smoke rises from buildings after warplanes shell the town of Jobar, in Homs, Syria, on Thursday, Jan. 24, 2013. (AP Photo/Shaam News Network via AP video)
In this image taken from video obtained from the Shaam News Network, which has been authenticated based on its contents and other AP reporting, smoke rises from buildings after warplanes shell the town of Jobar, in Homs, Syria, on Thursday, Jan. 24, 2013. (AP Photo/Shaam News Network via AP video) AP

‘Kan iemand dit onafhankelijk verifiëren?”, twitterde Andy Carvin terwijl het drama in de Sandy Hook-basisschool in Newtown zich op 14 december vorig jaar ontwikkelde. Hij zocht bevestiging van het breaking news van CNN dat ook de broer van schutter Adam Lanza dood gevonden zou zijn. Nieuws dat later niet bleek te kloppen.

Carvin, die normaal ‘revoluties twittert’, zoals hij zichzelf gekscherend en tegelijkertijd treffend beschrijft op zijn Google+-account, probeerde die dag – net als hij deed tijdens de opstanden in Tunesië, Egypte, Bahrein, Jemen en Syrië – de feiten in het nieuws, zowel online als offline, te scheiden van onwaarheden en geruchten. Iets waarmee hij in 2011 grote bekendheid verwierf.

De sociale media expert van de Amerikaanse National Public Radio twittert niet zomaar over revoluties en nieuwsgebeurtenissen, hij ‘cureert’ ze. Simpel gezegd: Carvin geeft waarde en context aan de eindeloze stroom van informatie waarmee we dagelijks geconfronteerd worden. Columbia Journalism Review, het vakblad van de toonaangevende New Yorkse journalistenopleiding, vroeg zich in april 2011 af of @acarvin daarom misschien wel de beste twitteraar ter wereld was.

Carvin zette de afgelopen twee jaar een nieuwe journalistieke standaard en werd een voorbeeld voor de generatie internetjournalisten die vanachter hun computers de Arabische opstanden versloegen. Carvin laat zien wat de kracht is van die – o zo onbetrouwbare – sociale media als Twitter en Facebook. En dat doet hij nog eens dunnetjes over in zijn boek Distant Witness: Social Media, the Arab Spring and a Journalism Revolution, dat onlangs verscheen.

De methode die Carvin gebruikt om nieuws te verifiëren is simpel. Vanaf eind 2010, toen de opstand in Tunesië losbarstte, verzamelde hij twitteraars om zich heen die hij persoonlijk kende en vertrouwde. Met hen bouwde hij een online community van goed geïnformeerde, betrouwbare mensen die hij inzette als een soort crowdsourced newsroom.

De groep mensen gebruikten hun collectieve kennis op Twitter om bijvoorbeeld Arabische teksten op spandoeken tijdens protesten in Tunis te vertalen. Of om een gebombardeerde moskee in het hartje van Damascus te herkennen op videobeelden. Of om het land van herkomst van mortiergranaten in Libië te achterhalen. Een soort online factcheckers dus.

En dat alles om ervoor te zorgen dat onbevestigde en potentieel schadelijke geruchten zo snel mogelijk uit de wereld worden geholpen. De bovengenoemde mortiergranaten waarvan Libische opstandelingen dachten dat ze door Israël geleverd waren, bleken bijvoorbeeld Britse lichtmunitie uit de Eerste Wereldoorlog te zijn, te herkennen aan de zespuntige sterren.

Carvins werkwijze maakt van zijn journalistieke zoektocht naar feitelijkheden op sociale media een belevenis. Distant Witness leest daarom als een spannend detectiveverhaal, bijvoorbeeld in het geval van de ontmaskering van de persoon achter het blog ‘A Gay Girl in Damascus’. Op 6 juni 2011 werd daarop geschreven dat de blogster, de Syrisch-Amerikaanse Amina Arraf, door het regime ontvoerd was. Dat zorgde voor een storm van protest in de blogosfeer. Mensen die Amina al jaren volgden, zetten acties op touw om haar vrij te krijgen. Carvin hielp mee, maar begon steeds meer nattigheid te voelen – niemand had Amina ooit ontmoet. Hij ging op onderzoek uit en een week later herleiden bloggers en twitteraars de ware identiteit van Amina aan de hand van een IP-adres: het was de veertigjarige Amerikaan Tom MacMaster, die in Schotland woonde.

Naast de spannende verhalen van Carvin levert het boek kritiek op de mainstream media die maar al te vaak onjuiste informatie doorgeven. Bijvoorbeeld toen persbureau Reuters op 3 juni 2011 drie tegenstrijdige berichten – gebaseerd op drie verschillende bronnen – de wereld instuurde over de toestand van de Jemenitische president Ali Abdullah Saleh na een explosie in zijn paleis. „So to summarize, Yemeni pres Saleh is/isn’t/could be/perhaps is/supposedly/according to twitter/according to Reuters/sort of/who knows dead”, vat Carvin samen. Zijn credo: beter het juiste nieuws laat brengen dan het verkeerde nieuws direct.

Natuurlijk is Carvin zelf ook niet heilig. Door zijn emotionele betrokkenheid bij het nieuws dat hij cureert verliest hij zijn journalistieke objectiviteit. Wanneer de Libische blogger Mohammed Nabbous op 14 maart 2011 in Benghazi tijdens een live-uitzending doodgeschoten wordt, is Carvin daar kapot van.

Hij lijkt zich de verschrikkelijke gebeurtenissen die hij cureert toe te eigenen. Die indruk ontstaat ook door het continu aanhalen van zijn eigen kinderen als hij het leed in de Arabische wereld beschrijft. „Sitting in a McDonalds Play Place, back against the wall, watching realtime horrors in Syria, as my kids play & squeal with joy. #paradox.”

Misschien is juist deze emotionele betrokkenheid deel van Carvins succes. En dé manier om tienduizenden online volgers aan je te binden. Maar het benadrukt ook dat Carvin veilig achter zijn computer zit, terwijl anderen hun leven wagen om de wereld getuige te laten zijn van de gebeurtenissen in hun land.

Distant Witness geeft ons een kijkje in de toekomst van de (internet)journalistiek. Een toekomst met steeds meer curatoren die de tienduizenden uren video die per dag op YouTube worden geüpload of de honderdduizenden tweets die per minuut worden verzonden, voor anderen duiden.

Er zijn al verschillende initiatieven die hetzelfde doen. Zoals ‘Watching Syria’s War’ van The New York Times. Het platform voorziet alle ongefilterde beelden die op sociale media van context. Wat valt er te zien op deze filmpjes en wat juist niet?

Maar uit de eindeloze stroom informatie blijft het moeilijk wijs worden. Andy Carvin neemt de lezer in zijn boek bij de hand en doet op papier precies wat hij online als beste kan: context bieden.

Boek

Andy Carvin: Distant Witness: Social Media, the Arab Spring and a Journalism Revolution

CUNY Journalism Press, 310 pagina’s, €14,60