‘Dit werk moet in je hart zitten’

Wijkverpleegkundigen zijn altijd op pad: ze geven medicijnen, stellen mensen op hun gemak. „Vertrouwen is net zo belangrijk als kennis.”

8.00 uur: meneer Blay
8.00 uur: meneer Blay

Het is even na 7.30 uur als Carmen Groot de deur van het appartement van mevrouw Kanters van het slot haalt. De bejaarde vrouw in kamerjas wacht haar stralend op. „Wat moet je hebben, lieverd”, vraagt ze met Noord-Hollandse tongval. Groot, al zoekend: „Een bloedsuikermeter.” „Oh, die heb ik niet voor je. Wil je misschien een broodje, schat?”

Het is het begin van een ochtend in de wijkverpleging in Heemskerk. Zes cliënten van hoge leeftijd, allen met hun eigen ongemakken. Groot helpt met insuline, steunkousen en medicijnen. Ze verschijnt overal met een lach, maar heeft een scherp oog en spreekt streng over medicatie en voeding. De kunst is doen wat nodig is in korte tijd, zonder dat het haastig overkomt. „We willen wel dat de mensen op hun gemak zijn.”

Groot (55), van Surinaamse afkomst, is elf jaar wijkverpleegkundige, vertelt ze in de auto. Dat bevalt beter dan haar vorige baan in het Rode Kruis Ziekenhuis in haar woonplaats Beverwijk. De thuiszorg is huiselijker, persoonlijker, dynamischer. „Het ziekenhuis is bedreigend. Thuis zijn mensen veel meer relaxed. Dat is ook voor de verpleegkundigen fijn. Uit het ziekenhuis kwam ik soms doodmoe thuis, dat heb ik nu nooit.”

De volgende stop. Groot heeft dertig minuten voor een douchebeurt, een ontbijtje en een praatje. De vrouw is de oudste en trotse telg van een slagersfamilie in Heemskerk. „Ik zorgde altijd goed voor me eigen en voor anderen, maar ik ben nog nooit zo goed verzorgd als nu.” Groot, na vertrek: „Elke dag douchen zou ideaal zijn. maar vroeger hadden ze ook geen douche.” Lachend: „Toen bleven ze toch ook leven?”

De volgende cliënt is net uit het ziekenhuis ontslagen. De man draagt een maagsonde, kan door pijn zijn kunstgebit niet dragen en wacht op de dag dat hij weer kan biljarten in het buurthuis. Hij staat nog niet in het baxtersysteem – voor bij de apotheek voorverpakte medicatie. Groot telt handmatig een tiental pillen uit. Van achter haar notities observeert ze of de man bij het innemen niet per ongeluk een capsule verliest.

Groot verlaat de donkere woonkamer met een vervelend gevoel. „Meestal is het leuk, maar soms voel ik gewoon de eenzaamheid en kilte. Een man die zijn vrouw heeft verloren, familie op afstand. Dan ga je niet lekker weg.”

Later zegt ze: „Ik hecht me makkelijk aan mensen, dat moet ik een beetje uitschakelen. Het verval in cliënten is natuurlijk enorm.”

Jolanda Kuiper, teammanager van de ViVa! Zorggroep in Heemskerk, kent de betrokkenheid van haar 24 wijkverpleegkundigen. „Dat heb ik in andere zorg niet zo gezien. Ze hebben meer met de cliënt en minder met de organisatie.” De zorggroep wacht een reorganisatie waarbij de rol van de verpleegkundigen wordt vergroot. „We willen met minder centraal management naar meer zelfsturing in de wijken. Dat leidt hopelijk tot meer efficiëntie en arbeidstevredenheid.”

ViVa! verloor eind vorig jaar bij een aanbesteding een deel van het huishoudwerk in de IJmondgemeenten. Het kon niet concurreren met de lage biedingen van onder meer schoonmaakbedrijven. Kuiper: „De uurtarieven liggen zó laag, dat past niet meer in een cao. Ik snap dat het goedkoper moet, maar dit is een zorgelijke situatie. De maatschappij moet eens goed nadenken: wat willen we met thuiszorg?”

Groot kent de verhalen van schoonmakers die opeens ook steunkousen moeten aantrekken. „Dat vind ik écht niet kunnen. Huishouding is huishouding, zorg is zorg. Net als dat sommige huisartsen hun assistent uitstrijkjes laten maken. Heel vreemd. Vertrouwen is in dit werk net zo belangrijk als kennis.”

Toch zou Groot niet anders willen dan in de wijkverpleging. Wat ze al niet heeft meegemaakt. Cliënten die verschrikkelijk de kat uit de boom keken door haar donkere huid. De keer dat familieleden van een cliënt haar buiten lieten staan omdat ze dachten dat ze een Jehovagetuige was. Of toen een terminaal zieke vrouw haar absoluut een kus op de wang wilde geven, omdat ze voelde dat ze die nacht zou overlijden.

„Dit werk moet in je hart zitten”, besluit Groot. „Ze bedenken in de politiek elke keer wat nieuws, maar de zorg blijft hetzelfde. Dat geeft altijd voldoening. Maar jongeren willen ook een normaal salaris. Voetballers worden betaald voor hun talent, waarom hebben wij dat niet? Een voetballer raakt ook in het ziekenhuis. Zonder het talent van anderen komt hij daar echt niet vandaan.”

De laatste cliënt van de ochtend, de reumatische mevrouw Bakker, werkte ooit zelf in de zorg en beaamt de woorden van Groot. „De eerste verpleegkundige die hier thuis kwam, zei na een uurtje opeens met rode wangen: de tijd is nu om. Het maakte me heel verdrietig, vooral voor haar. Zo staat het er dus voor met de zorg.”