Brussel begrijpt het niet

Dat David Cameron een andere Britse positie in de Europese Unie wil, is niet doorgedrongen in Brussel. Kan hij niet een redelijk verlanglijstje indienen? En daarna moet het afgelopen zijn met het Britse gelazer. Caroline de Gruyter, Brussel

Advertisement for Ronson cigarette lighters, 1950s. A man's hand lighting a woman's cigarette.
Advertisement for Ronson cigarette lighters, 1950s. A man's hand lighting a woman's cigarette. Lebrecht/Hollandse Hoogte

Een paar jaar geleden besloot de Europese Commissie regels in te stellen waaraan kindvriendelijke aanstekers in de hele Europese Unie moesten voldoen. De Britse pers maakte daar op een sarcastische manier gehakt van. Waar bemoeiden die eurocraten zich nu weer mee? In zijn Europa-speech zei de Britse premier David Cameron laatst dat hij van de Brusselse ‘red tape’ en bemoeizucht af wilde. Voorbeelden gaf hij niet. Maar een Europese ambassadeur die de vraag krijgt hoe het verder moet met de Britten in Europa, denkt prompt aan de aanstekers. „Wat weinig mensen beseffen”, zegt hij, „is dat die regels voor aanstekers, hoe overdreven en nutteloos ze ook lijken, een direct gevolg zijn van de interne-marktregels. En de interne markt, dáár is Cameron erg voor. Wat velen in Brussel niet begrijpen, is dat Cameron wel de interne markt wil maar van veel regulering die daarvan de consequentie is, af wil. Hij spreekt zichzelf tegen.”

Net als deze ambassadeur, die alleen off the record wil praten, vinden velen in Brussel de rede van Cameron „extreem knap in elkaar gezet”. Maar zij maken hetzelfde punt als hij: in de speech probeert Cameron zoveel uitersten te verzoenen, dat ze vol contradicties staat. De Britse premier wil zowel eurosceptische backbenchers plezieren als Europese regeringsleiders. Daarom is de toespraak, vanuit Brussel gezien, meer een goed geredigeerd opsomming van sentimenten dan de weerslag van een helder of zelfs visionair betoog. Waar wil Cameron heen met Europa? „Een visie kan ik er niet in ontwaren’’, zegt Peter Ludlow, die als historicus van de Europese Raad vanuit Brussel al jaren de Brits-Europese verhoudingen volgt. „Daarom weten andere Europese leiders niet goed wat ze ermee moeten.”

Voorbeelden van tegenstrijdigheden? Neem die aanstekers. De Europese interne markt kan alleen functioneren als bedrijven gelijkelijk toegang hebben tot alle EU-landen. In Europa zijn er een paar grote aanstekerfabrikanten. Tien jaar geleden kondigden sommige landen onder het mom van ‘kindvriendelijkheid’ en ‘consumentenbelangen’ plotseling nieuwe regels af waar alleen hun eigen aanstekerproducenten aan bleken te voldoen. Ze probeerden op oneigenlijke manier nationale fabrikanten te bevoordelen. Verkapt protectionisme binnen de EU is verboden. De waakhond van de interne-marktregels, de Europese Commissie kreeg klachten. Er zat weinig anders op dan ‘kindvriendelijke’ regels in Europees verband voor te stellen.

Tegelijkertijd werd de Europese Unie overspoeld door goedkope Chinese aanstekers. Sommigen produceerden steekvlammen of explodeerden. Diverse landen wilden dit Chinese spul weren. Dat kan alleen collectief: als één land niet meedoet, banen alle Chinese aanstekers zich via dat land een weg naar de hele Europese markt. Om deze twee redenen, die direct voortvloeien uit de interne markt, besloten ministers van alle EU-landen in Brussel in 2007 om vóór de kindvriendelijke regels voor aanstekers te stemmen.

Veel Britse klachten over de doorgeschoten eurocratie vallen in deze categorie. Vorig jaar verzocht Cameron andere landen om de City, het grootste financiële centrum van Europa, niet meer onder Europese regelgeving voor de interne markt te laten vallen. De anderen weigerden ogenblikkelijk. Je kunt niet Britse banken alle voordelen van de interne markt geven, en ze als enigen vrijwaren van de nadelen.

Hoe, vragen velen zich ook af, kan Cameron pleiten voor méér mobiliteit op de interne markt en minder Europese regels op sociaal gebied? Als je zegt dat werknemers en ondernemers vaker naar andere landen moeten gaan om werk te vinden, moet je met die landen afspreken dat zij geen pensioenbreuk lijden. Dat hun diploma’s en verzekeringen daar worden erkend. En dat nationale arbeidswetten worden geharmoniseerd. Dat de arbeidsmobiliteit in Europa tweemaal zo laag ligt als in Amerika, komt grotendeels doordat dit ‘sociale Europa’ mede door Brits verzet nauwelijks van de grond komt. Volgens Charles Grant van het European Center for Reform zien landen als Frankrijk en Duitsland arbeidswetgeving als „essentieel onderdeel van de interne markt. Zij gaan nooit akkoord met een Britse opt-out op dit gebied. Als je tegen de Britten zegt dat ze niet mee hoeven te doen, geef je ze onfair voordeel bij het aantrekken van buitenlandse investeringen.”

Andere Britse contradicties waar andere Europeanen weinig mee kunnen? De Britten hebben het Lissabonverdrag ondertekend, maar saboteren de Europese buitenlandse dienst die nu ook namens hen mag spreken bij instellingen als de Verenigde Naties in Genève. Ook pusht Londen altijd EU-uitbreidingen met nieuwe landen. Hoe groter de markt, hoe beter. Maar nu de Unie zowat is verdubbeld in tien jaar tijd, wil Cameron radicaal het mes zetten in de Europese begroting. Hij wil structuur- en cohesiefondsen decimeren waar de twaalf arme nieuwe leden volgens Europese regels recht op hebben. Ook administratiekosten die door de uitbreidingen zijn gestegen – bijvoorbeeld door extra vertalers of omdat Eurostat ineens betrouwbare gegevens moet leveren over tweemaal zoveel landen – wil hij omlaag hebben. Administratie beslaat 6 procent van de Europese begroting.

Sommige landen hebben sympathie voor bepaalde bezwaren van Cameron. Velen vinden Europa te traag, te duur, te machtig. Probleem is dat de Britse premier deze sentimenten niet in één coherent betoog heeft weten te gieten. Wat wil Londen precies? Of: waar wil het vanaf? Niemand weet het. De manier waarop de anderen Groot-Brittannië in de komende jaren accommoderen, zal afhangen van de uitleg die ze krijgen. Eén ding is zeker, zegt Ludlow: „Een heronderhandeling waarbij de Britten alle kersen op de taart kunnen houden en alles kunnen weggooien waar ze geen zin in hebben, is geen optie.”

De bal ligt daarom nog steeds in Londen. Hoe hard gaat Cameron het spelen? Weinigen in Brussel hebben daar illusies over. Cameron maakt achter de schermen altijd duidelijk dat hij wil dat Groot-Brittannië in de EU blijft. In zijn speech zei hij dat ook. Velen geloven hem. Maar hun inschatting is tegelijkertijd dat Cameron geen greep heeft op het Europa-debat in zijn land. „Hij is alle controle kwijt,” zegt de ambassadeur. „Als we hem vandaag iets geven, wil hij morgen wéér wat.”

Eind 2011 blokkeerde Cameron een verdragswijziging over begrotingscontrole die eurolanden wilden. Hij werd na terugkeer uit Brussel als een held binnengehaald. 25 landen sloten daarop een apart verdrag zonder de Britten (en Tsjechen). Maar in november 2012 dreigde alwéér een aanvaring met Cameron, op een top over de Europese meerjarenbegroting. Cameron stelde keiharde eisen. De Duitse bondskanselier Angela Merkel gaf hem tijdens een etentje vooraf op Downing Street 10 te verstaan dat hij moest inbinden. Anders zou hij alleen komen te staan. Cameron schrok. Zo’n confrontatie zou koren op de molen zijn van Britse eurosceptici. Hij deed grote concessies. Als dank steunde Merkel publiekelijk een aantal van zijn herziene eisen. Camerons eer was gered, de begrotingsonderhandelingen konden verder. „Iedereen, inclusief Cameron, was opgelucht”, zegt een betrokkene. „We dachten, dat probleem is voorlopig de wereld uit. Maar een paar weken later begint het gelazer wéér, met die speech.”

Als de Britten met een redelijk verlanglijstje komt, zegt de ambassadeur, zal de rest alles doen om hun tegemoet te komen. „Niemand wil dat zij vertrekken.” ‘Redelijk’ zou zijn dat ze genoegen namen met, bijvoorbeeld: nationale parlementen meer bij Brusselse besluitvorming betrekken, de (al langer besproken) ‘opt-out’ voor 130 stuks Europese wetgeving op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken (waaronder het Europees uitleveringsbevel), en een afzwakking van de door de Britten zo gehate regelgeving over Europese arbeidstijden. Mocht de EU tegelijk met de VS over een vrijhandelsakkoord gaan onderhandelen – wat de Europese economie volgens de Commissie 65 miljard euro per jaar kan opleveren – zou het Cameron kunnen lukken kiezers te overtuigen dat het beter is in de EU te blijven.

Maar als de Britse premier met de vuist op tafel slaat en een speciale status eist op de interne markt, kunnen de anderen weinig voor hem doen. Andere landen mogen wachten op Britse verduidelijking, intussen gaan zij gewoon door met hun debat over de toekomst van Europa en verdere integratie van de eurozone. Daaraan dragen de Britten niet bij. Dat de eurolanden niet hard opschieten met hun bankunie, komt doordat financiële markten momenteel weinig druk uitoefenen, niet omdat de Britten er moeite mee hebben. De waarheid is dat de Britten in Brussel eigenlijk nergens meer aan meedoen – zelfs lopende zaken als besprekingen over de buitenlandse politiek laten ze tegenwoordig versloffen. Aan alles merk je dat Groot-Brittannië afdrijft.

„Het wordt moeilijk om de Britten erbij te houden”, zegt een andere ambassadeur. „De grootste tegenstrijdigheid blijft namelijk deze: als Cameron vindt en zegt dat de EU zo belangrijk is, waarom maakt hij dan zo’n halszaak van de nadelen?”