Boem

In de supermarkt kwam ik erachter dat de rechtsstaat is ontploft. Niet dat je het ter plekke merkte, maar het stond op het omslag van het tijdschrift Maarten!, dat in de schappen lag.

Het was advocate Britta Böhler die het had gezegd. Van oudsher ben ik geneigd het blindelings eens te zijn met Britta Böhler, en ook nu gaf ik haar weer graag gelijk. In een vraaggesprek met Maarten van Rossem legde ze uit dat de rechtsstaat te lijden heeft wanneer politici paniek zaaien over dingen die mis dreigen te gaan.

Om misdaad te voorkomen, worden maatregelen getroffen die misdaad genereren. Die bovendien duur zijn en niet helpen. Zo is illegaal verblijf in Nederland opeens strafbaar gesteld, wat wel zorgt voor meer misdaden, maar niet voor meer oplossingen. En in de paniek rondom terrorisme zijn regels in het wetboek opgenomen omtrent het lidmaatschap van criminele organisaties, die al snel werden toegepast op gevallen waarvoor ze niet waren bedoeld; daardoor werd meer gedrag strafbaar en begon de misdadigheid van de weeromstuit toe te nemen.

Verscherpt cameratoezicht is duur en het helpt niet. Vonnissen ten uitvoer leggen terwijl het hoger beroep nog loopt, druist regelrecht in tegen de rechtsprincipes. Inmiddels heeft die haast buiten het strafrecht al geleid tot de tragische zelfmoord van Aleksandr Dolmatov: hij dreigde te worden uitgezet terwijl het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag nog liep.

Britta Böhler somt in het vraaggesprek dit soort maatregelen op om te laten zien hoe er ook door het huidige kabinet gemorreld wordt aan de rechtsstaat. „In Den Haag is nog steeds het credo dat je criminaliteit kunt bestrijden door bevoegdheden te verruimen.” Al in 2004 schreef ze daarom het boek Crisis in de rechtsstaat. Vakgenoten zeiden later dat het had moeten heten: De rechtsstaat is ontploft.

Ontploft. Het woord was door de redactie van Maarten! uit het vraaggesprek gelicht en op de cover geplaatst, waar het me toeschreeuwde terwijl ik van de mayonaise naar de Vim liep. Dat ik onmiddellijk bleef staan en het tijdschrift in mijn mandje gooide, bewijst maar weer dat je met een columnistieke uitroep over een ontplofte rechtsstaat tijdschriften verkoopt. Op zijn minst aan mij, de lichtzinnige.

Thuis realiseerde ik me dat er toch een rare paradox zit in de opwinding over een ontplofte rechtsstaat. Als je bezwaar maakt tegen politici die paniek zaaien en daarbij garen spinnen, moet je zelf niet nog meer paniek zaaien met beweringen over een explosie. Wat je eigenlijk wilt, is de rechtsstaat versterken. Schragen. Belichamen. Krachtiger maken. Niet door de supermarkt gillen dat hij ter ziele is.

De socioloog Richard Sennett, die ik ook al zo bewonder, schreef ooit een essay over een belangrijk onderwerp, dat werd afgewezen door de New York Review of Books. De redacteur gaf hem een goede reden. „Ik weet zeker dat het klopt wat je zegt, maar het interesseert me gewoon niet.” Sennett concludeerde dat er geen onlosmakelijk verband bestaat tussen belangrijk en interessant. Auteurs proberen dit probleem op te lossen, schreef hij, door in hun stukken nodeloos dramatisch te doen. Ze noemen alles wat los en vast zit ‘crisis’, waardoor dat begrip zijn betekenis verliest.

In plaats van paniek zaaien over alles wat zogenaamd misgaat, zou je het moeten hebben over dat wat belangrijk is. Maar hoe? „Mijn vertrekpunt is dat nieuwsgierigheid en verrassing veel langer durende stimuli zijn dan angst en vrees.”

Helaas zit er meer handel in angst en vrees. Dat zegt Sennett zelf ook. De Orde van Advocaten heeft een rechtsstaatproef laten ontwikkelen waarmee je partijprogramma’s kunt beoordelen, zegt Böhler. „Maar zoiets haalt geen voorpagina’s.” Die voorpagina’s haal je met dingen die misgaan, mislukken, ontploffen. Deze maand ontploften in het nieuws niet alleen mortiergranaten, woonboten en een vlinderbom, maar ook het riool van de Zuid-Chinese stad Beihai, en in Amsterdam ontplofte door een muggenbeet op het terras van een café een van de borstimplantaten van een Britse vrouw – waarvan akte. Het nieuws leest als een gedicht van Paul van Ostaijen. BOEM. FATALITAS. Fortissimo.

Eigenlijk wil je dat de dingen goed gaan. Dat het goed gaat, is belangrijk. Maar het is niet interessant. Ziehier de paradox van de ontplofte rechtsstaat: de rechtsstaat is belangrijk, maar alleen de ontploffing is interessant. Dat is jammer, want hoe interessanter de dingen zijn, hoe meer nutteloze en dure maatregelen ze uitlokken. Pas als je begrijpt dat ze belangrijk zijn, kun je ze versterken.

Starend naar de voorpagina van de Maarten! dacht ik aan de klacht van een ziekenhuisbaas die ik laatst las. Een stoet van kritische inspecteurs trok langs zijn ziekenhuis om dreigende taal uit te slaan bij ieder onnozel detail dat niet klopte. „Komen al deze controleurs eigenlijk wel kijken of het goed gaat?” Wat misging, leek ze interessanter dan of het goed ging en nog beter kon.

Omdat ik niet langer interessant wil zijn, pijnig ik mijn hersens al tijden om iets belangrijks te zeggen. Mijn hoofd kraakt. En het piept. Maar ik besef dat ik, om enige impact te hebben, moet wachten tot het ontploft.

Marjolijn Februari is filosoof en schrijver.