400 miljoen Chinezen die microbloggen. Dat is bemoedigend.

Kenneth Roth, de voorman van Human Rights Watch, is een van de meest invloedrijke pleitbezorgers van mensenrechten. Hij gelooft in de kracht van sociale media en het Internationaal Strafhof. Hij is kritisch over westerse landen, met hun ‘oude mentaliteit’ en dubbele standaard.Titia Ketelaar, Londen

Kenneth Roth ziet het Internationaal Strafhof als het mensenrechtensucces van 2012.
Kenneth Roth ziet het Internationaal Strafhof als het mensenrechtensucces van 2012. Foto Daniëlle van Ark

Kenneth Roth heeft geen illusies. Regeringen komen in de verleiding mensenrechten te schenden. „Altijd”, zegt Roth. „Of ze eraan toegeven hangt ervan af of ze nadelen zien. Wat ik moet doen, is die nadelen benoemen en benadrukken.” De 57-jarige Amerikaan is een van de invloedrijkste pleitbezorgers voor de mensenrechten. Al twintig jaar leidt hij mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Onderzoekers in meer dan negentig landen rapporteren wat ze zien en horen van slachtoffers. Roth stapt met die bewijzen naar de daders, en probeert veranderingen gedaan te krijgen. Hij wijst op de gevolgen, dreigt, lobbyt – bijvoorbeeld bij het World Economic Forum in Davos.

Het gesprek vindt plaats rond de presentatie van het jaarverslag van Human Rights Watch in Londen. Het is een lijvig boekwerk, 655 pagina’s dik. Alle landen komen aan de orde – ook Nederland. Roth zegt: „Men vraagt me wel eens: wordt de wereld beter? Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven. In sommige delen van de wereld gaat het beter, andere glijden af.”

Nu gaat de aandacht uit naar Mali en Syrië. Roth wil niet oordelen over de juistheid van militaire interventie in het ene land, versus de eventuele noodzaak daarvan in het andere. Wel noemt hij Syrië „meer dan gekwalificeerd voor R2P [responsibility to protect, red.]”, de door de VN vastgelegde verantwoordelijkheid van de wereldgemeenschap om in te grijpen als een regering haar burgers niet kan of wil beschermen tegen geweld, of hen zelfs aanvalt. Maar: „De angst bestaat dat interventie in Syrië een al ernstige zaak verergert in plaats van verbetert.”

Wat kan HRW in zo’n geval doen?

„Waarnemen en blijven benoemen wat er gebeurt. In Mali hebben we drie man. De Fransen zijn zorgvuldig, maar er bestaan zorgen over wraakacties door pro-regeringsmilities. We lobbyen nu om VN-waarnemers in Mali gestationeerd te krijgen om dat te voorkomen. In Syrië zijn we regelmatig, we praten met vluchtelingen in het grensgebied en met getuigen via telefoon en Skype. We houden druk op de VN-Veiligheidsraad om de Syriërs niet de rug toe te keren.”

Hoe treedt de Veiligheidsraad hierin op?

„Ik ben bijzonder gefrustreerd door het verzet van Rusland en China tegen hardere sancties. De Veiligheidsraad is verlamd als het gaat om Syrië. Helaas maar waar: de raad is irrelevant geworden. Dat is de werkelijkheid die met name Rusland heeft gecreëerd. Ik geef de Veiligheidsraad niet op hoor, als instrument. Zelfs niet met de huidige structuur, waarbij de permanente leden vetorecht hebben.”

Hij wijst op Libië. Ook daar waren China en Rusland huiverig over sancties. „Dat veranderde toen Zuid-Afrika, Brazilië en India zich aansloten bij een voorstel over betrokkenheid van het Internationaal Strafhof. Rusland en China wilden niet geïsoleerd raken. Het is één ding in verzet te komen tegen het Westen – wat ze gemakkelijk doen – maar Rusland wil niet buiten de Global South vallen.” Global South, zo noemt Roth de groep die op grond van economisch potentieel ook wel wordt aangeduid als BRIC: China, Rusland, India en Brazilië. Roth ziet politieke macht verschuiven van het Westen naar de Global South. „Die landen hebben aanzienlijke invloed, al gebruiken ze die niet altijd op het gebied van buitenlands beleid.”

U merkt op dat – westerse – steun voor mensenrechten weinig consistent is.

„Ja, zeker als het om het Midden-Oosten gaat. Kijk naar de softe aanpak van de voortdurende onderdrukking in bijvoorbeeld de Arabische Emiraten of Bahrein. Die houding wordt gedreven door economische belangen en strategische zorgen over Iran.

„Ik ben benieuwd hoe er gereageerd wordt op de Israëlische boycot van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Als Israël daarmee wegkomt, wordt het ook makkelijker om dat te doen voor een land als Soedan, Noord-Korea of een ander land waar misstanden plaatsvinden. Het ondermijnt het gezag van een belangrijk mensenrechteninstrument.”

Roth ziet die dubbele houding vaker: westerse landen lieten toe dat de troepen van de Ivoriaanse oud-president Laurent Gbagbo terecht komen te staan, maar over processen tegen rebellen, die ook schuldig zouden zijn aan marteling en buitenrechtelijke executies, wordt niet gesproken. De Liberiaanse president Charles Taylor is aangeklaagd wegens het plegen van oorlogsmisdaden in Sierra-Leone, maar de Rwandese president Paul Kagame niet voor Oost-Congo. En er is volgens Roth ook „veel te veel tolerantie” voor de regeringscoalitie van de Afghaanse president Karzai, die „bestaat uit gewelddadige warlords”.

U heeft kritiek op de westerse ‘stille diplomatie’, met name als het gaat om China.

„Onder druk van burgers voelen politici zich verplicht de Chinese mensenrechtensituatie aan de orde te stellen. Maar tegelijk willen ze de relatie met China niet beschadigen. Dus vindt het gesprek achter gesloten deuren plaats, en wordt na afloop gesproken over ‘een vruchtbare discussie’. Dat is een cosmetisch gebaar, niemand trapt erin. „Westerse landen zijn vastgeroest in deze oude mentaliteit. Dit is precies wat de Chinese regering wil, het inkapselen in een irrelevant domein.”

U spreekt uw zorgen liever hardop uit?

„Dan horen de Chinezen je. Als je echt verandering wil: spreek ze direct aan. Zij zijn in staat de regering in beweging te brengen.”

Enthousiast is hij over de discussie op sociale media over de smog in Beijing, die de regering tot maatregelen noopte. „Vierhonderd miljoen Chinezen zitten op Weibo [de Chinese versie van Twitter, red.] Dat is bemoedigend, al probeert de regering beperkingen op te leggen.”

U ziet de wereld misschien dus niet verbeteren, maar wel veranderen?

„Er is een verandering in doeltreffendheid gaande. En land na land laat zien dat sociale media die verandering kunnen bespoedigen.”

Wat stemde in 2012 het meest optimistisch?

„Dat is moeilijk te zeggen. Maar een hoogtepunt is wel het Internationaal Strafhof in Den Haag. Vorig jaar was een mijlpaal voor internationaal recht: we hadden de eerste veroordeling van een staatshoofd [Charles Taylor, red.], de eerste arrestatie van een staatshoofd [Laurent Gbagbo] en in 2011 spoorde het Joegoslavië-tribunaal Radko Mladic op. Internationaal recht heeft zich geconsolideerd, ook als afschrikmiddel voor misdadigers.

Is het Strafhof de oplossing voor mensenrechtenschendingen?

„Wat het in een conflictsituatie kan doen, is voorkomen dat het erger wordt. Als iemand weet dat het Strafhof over zijn schouder meekijkt, is hij eerder geneigd zich te gedragen.”

Hij vertelt over een medewerker, een Nederlandse in Congo. „Elke ochtend om zes uur werd ze door een warlord gebeld met de vraag of het Strafhof al een prijs op zijn hoofd had gezet. Kijk, dat is wat we willen, het laat zien dat hij zich zorgen maakte. Als hij zich zorgen maakt, is hij minder geneigd misdaden te plegen.”