Boycot

Eindelijk, een gebaar: de gemeenteraad van Venetië heeft besloten het culturele uitwisselingsprogramma met St. Petersburg eenzijdig op te zeggen. Dit vanwege de anti-homowet die al enkele jaren in die stad van kracht is. De wet, die „homopropaganda’’ in bijzijn van kinderen strafbaar stelt – alles wat maar een beetje gay is of lijkt, kan als propaganda worden opgevat – wordt door de partij van Poetin en de orthodoxe kerk toegejuicht en geldt binnenkort voor heel Rusland. Terwijl Barack Obama openlijk zijn steun voor het homohuwelijk uitspreekt, wordt in de maffiacratie van Poetin haat en repressie onder luid applaus gesanctioneerd. Voor Venetië was de maat vol. Het is domweg onsmakelijk historische tentoonstellingen uit te wisselen, wanneer in de zusterstad discriminerende wetten tegen haar burgers worden afgekondigd. Het besluit van de gemeenteraad, meldt de NOS, was unaniem.

Discriminatie Russische homo schreeuwt om een gebaar

In Nederland is 2013 het Nederland-Rusland jaar. Heel het jaar – je kunt het zien op de website – worden er in beide landen culturele activiteiten georganiseerd, zo te zien vooral door Nederland. En cultureel – het wordt vooral cultuur als in culturele marketing. Sinds we ontdekt hebben dat landen ook een merk kunnen zijn, wordt kunst vooral ingezet om handel met het buitenland cachet te geven – een beetje klassieke muziek, een beetje dans en een beetje dance, en huppatee weer een handtekening onder een contract. Van een echte uitwisseling is geen sprake. Kunst is een instrument, jawel, maar niet voor bewustwording, niet als middel om discussie los te maken, dilemma’s te tonen en ambivalenties aan het licht te brengen. Laat staan om kritiek uit te oefenen. Het is een economisch instrument. En verder moet het gezellig blijven.

Hoe erg is dat? In een toespraak die minister Timmermans vorige week hield, nadat hij een nieuwe Poesjkin-vertaling in ontvangst had genomen, wond hij er geen doekjes om: „De belangstelling aan Nederlandse kant is begrijpelijkerwijs sterk gericht op de economische relatie met Rusland. Het Nederlandse bedrijfsleven ziet daar hele grote kansen. En die zijn er ook. En we willen proberen om vanuit Nederland die kansen optimaal te benutten.”

Verderop in zijn speech probeert Timmermans nog even het beestje bij de naam te noemen: „Ik maak mij, en ik maak daar geen geheim van, grote zorgen over de mensenrechtensituatie in Rusland. Ik vind het zorgelijk dat mensen die strijden voor de bevordering van mensenrechten door de autoriteiten bijna per definitie in de criminele hoek worden geplaatst. Net als organisaties. [...] Die organisaties gaan over de opbouw van de rechtsstaat. Over rechten voor minderheden. Over verbetering van de positie van de vrouw. Over rechten van homo’s en lesbiennes. [...] In de contacten die ik heb met de regering van Rusland zal ik daar ook duidelijk stelling tegen nemen.”

De toon van Timmermans is een andere dan die van zijn slappe voorganger. Vrijdag riep hij het Russisch parlement op tegen het wetsvoorstel te stemmen. Maar wat als ze er geen gehoor aan geven? Dan zal Timmermans binnenskamers de autoriteiten van zijn ‘zorg’ laten weten.

Daarna is het weer tijd voor het Concertgebouworkest.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op de website van het Nederland-Rusland braaf een hoekje ingericht voor Politiek en Maatschappij. Maar daar gaat het vooral over samenwerking op defensie en onderwijs. Nergens wordt iets gevoeligs aangeroerd – er wordt alleen ambtelijk lippendienst bewezen: „Nederland wil met dit bilaterale jaar blijven bijdragen aan Russische inspanningen ter hervorming van economie en maatschappij en daarbij de dialoog op politiek niveau optimaal benutten, ook op terreinen waar Nederland en Rusland met elkaar van mening verschillen.’’

De nieuwe, wettelijke discriminatie van Russische homo’s is geen verschil van mening. Het is een mensenrechtenkwestie. Het schreeuwt om een gebaar. Een krachtig protest, een boycot. Iets.

In het verleden riep Nederland ook binnenlands ergernis op vanwege morele betweterigheid en het „opgeheven vingertje”. Maar dat was vroeger, nu wijzen we elkaar er tot vervelens toe op dat we maar een klein landje zijn dat geneigd is een te grote broek aan te trekken. In China en Rusland lachen ze zich immers rot om onze ‘zorg’ en onze ‘meningsverschillen’.

Die nieuwe nuchterheid maskeert een slaafs cynisme. We zijn niet eens meer in staat om een gebaar te maken, zoals Venetië. We zijn klein, ze luisteren toch niet. Dus leve de handel. Met dank aan Nederlandse kunstenaars.

    • Bas Heijne