Uw gulle gever, voor altijd

Geld nalaten aan een goed doel, maar zelf bepalen wat ermee gebeurt? Richt een eigen vermogensfonds op.

Wat Bill en Melinda Gates kunnen, kunnen enkele tienduizenden Nederlanders op iets kleinere schaal ook: serieus geld weggeven. De 7.000 à 8.000 goede doelen die Nederland telt zullen u met open armen ontvangen.

Aan deze manier van schenken zit één nadeel: als het geld eenmaal gedoneerd is, is het ook weg. Een schenking is in beginsel eenmalig en de ontvanger mag zelf bepalen waaraan hij het geld besteedt. Daar is op zich niks mis mee – charitatieve instellingen maken tegenwoordig serieus werk van het afleggen van verantwoording over hun bestedingen aan hun donateurs – maar voor sommige gevers is dat niet genoeg: zij willen iets ‘blijvends’ doen met hun fortuin, en zelf bepalen waar hun geld naartoe gaat.

Zulke mensen stoppen hun geld in een vermogensfonds. Het uitgangspunt van de meeste vermogensfondsen is dat ze hun vermogen zo veel mogelijk in tact laten en alleen het rendement besteden aan goede doelen.

Nederland kent een lange traditie van particuliere vermogensfondsen: al in de middeleeuwen waren er notabelen die hun fortuin een specifieke bestemming meegaven – uit naastenliefde, omdat dat zo hoorde of om zichzelf te verzekeren van een plekje in de hemel. In veel gevallen ging het om armenzorg, een taak die de overheid tot diep in de twintigste eeuw overliet aan kerken en charitatieve instellingen. Veel van die fondsen bestaan nog steeds, en hebben hun doelstellingen in meerdere of mindere mate aangepast aan de moderne tijd.

Hoeveel particuliere vermogensfondsen Nederland precies telt, is onbekend. De Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN) stelt jaarlijks het ‘Fondsenboek’ samen, waarin op dit moment 687 vermogensfondsen en goede doelen zijn opgenomen. Dit zijn fondsen die er vrijwillig voor kiezen zich bekend te maken aan de buitenwereld en die ook openstaan voor aanvragen van donaties. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam, waar 106 vermogensfondsen aan meewerkten, bleek dat die bij elkaar zo’n 3,8 miljard euro bezitten. Daarvan besteden ze jaarlijks rond de 200 miljoen euro aan goede doelen – zo’n 5 procent van hun vermogen (ongeveer hun gemiddelde rendement). Maar de FIN schat dat er in Nederland nog zeker zo’n 2.000 andere vermogensfondsen zijn, die liever op de achtergrond blijven.

„Nederlandse filantropen werken het liefst in stilte”, zegt FIN-voorzitter Rien van Gendt, zelf adviseur van vermogensfondsen en bestuurslid van de Van Leer Group Foundation, een fonds dat wereldwijd projecten gericht op jonge kinderen steunt. „Er zijn maar weinig vermogende Nederlanders die, zoals Bill en Melinda Gates in Amerika, hun fonds naar zichzelf vernoemen.” Een uitzondering is Joop van den Ende, die met zijn VandenEnde Foundation de culturele sector stimuleert. „Maar die krijgt juist weer dingen voor elkaar omdát hij zijn naam eraan verbindt.”

De FIN heeft een ‘StartersDesk’ voor mensen die overwegen een eigen fonds op te richten. Ervaren ‘mentors’ kunnen hun uitleggen wat daar allemaal bij komt kijken, „want je haalt jezelf een hoop op de hals”, zegt Van Gendt. Voor lang niet iedereen is een eigen fonds de beste keuze. Wie zijn vermogen wil bestemmen voor onderzoek naar nierziektes, kan daar wel een stichting voor oprichten – maar de Nierstichting bestaat al. Die opnemen in je testament is dan een veel eenvoudigere oplossing. „Je moet pas een fonds oprichten als je zelf aan de knoppen wilt draaien. En daar moet je vervolgens ook tijd en energie in steken: doelstellingen definiëren, een stichting oprichten, capabele bestuursleden zoeken, projecten die om een donatie vragen beoordelen.”

Afhankelijk van de omvang van het fonds en de jaarlijkse bestedingsruimte, heb je misschien ook kantoorruimte nodig, een directeur, een secretaresse, stafmedewerkers – daar moet je allemaal wel zin in hebben. „Op die manier wordt het niet noodzakelijk een rustige oude dag.”

Nou hoef je natuurlijk niet alles zelf te doen. Een bestuur telt meerdere leden en veel oprichters van fondsen betrekken ook hun erfgenamen erbij. „Zo’n fonds besturen is een voortreffelijke manier om te leren omgaan met vermogen”, zegt Reyer Hulstein, vermogensbeheerder bij Providence Capital en bestuurslid van Stichting Michelle, een fonds dat medisch onderzoek steunt (zie inzet). „Wie een deel van zijn vermogen in een fonds stopt en de rest nalaat aan zijn kinderen, kan zijn kinderen ook in het bestuur van het fonds zetten. Dan leren ze vast hoe ze zorgvuldig met vermogen om moeten gaan.” In de hoop dat ze daarna meer met de erfenis kunnen dan die alleen maar uitgeven.

Bij sommige fondsen blijft het niet bij een eenmalige donatie of nalatenschap van de oprichter. „Moderne filantropie”, zegt FIN-voorzitter Van Gendt, „ziet de eerste cheque niet als eindpunt, maar als begin”. Want sommige fondsen groeien zelf ook weer uit tot ‘goed doel’ en ontvangen zonder actief te werven donaties van anderen, legaten en soms ook opbrengsten van goededoelenloterijen.

Fondsen die klein beginnen, kunnen op die manier uitgroeien tot grote, invloedrijke maatschappelijke organisaties. „En dat is vaak precies waar het de oprichter ooit om begonnen is: invloed uitoefenen, de wereld veranderen.”

Fiscaal kent Nederland een gunstig regime voor fondsen: zowel geld ontvangen als geld geven is in beginsel belastingvrij. Het enige wat een fonds daarvoor hoeft te doen, is registreren als ‘Anbi’, wat staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Belangrijkste voorwaarden voor de Anbi-status zijn dat de instelling geen winstoogmerk heeft, de werkzaamheden voor 90 procent of meer het algemeen belang dienen – dit ter beoordeling van de Belastingdienst – en dat de instelling jaarlijks een deel van zijn vermogen daadwerkelijk spendeert aan de vooraf gestelde maatschappelijke doelen. Als dat andere charitatieve instellingen zijn, moeten ook die de Anbi-status hebben (anders is de gift niet belastingvrij).

Voor wie een eigen fonds een brug te ver is, bestaat er nog een variant tussen een schenking aan een goed doel en een eigen vermogensfonds in: het fonds op naam. Een groot aantal musea en goede doelen biedt schenkers van substantiële bedragen de mogelijkheid een eigen fonds op te richten dat rechtstreeks onder een bestaande instelling valt. Die instelling verzorgt dan alle administratie, maar mag het geld alleen besteden aan een vooraf in overleg met de schenker vastgesteld doel.

Wie bijvoorbeeld 100.000 euro wil schenken aan een goed doel, komt met een eigen fonds niet zo ver: als het vermogen in stand moet blijven, is er bij een rendement van 4 procent jaarlijks maar zo’n 4.000 euro te besteden. Maar een fonds op naam met dat bedrag, kan wel bijvoorbeeld tien jaar lang elk jaar een extra tentoonstelling in een museum steunen met 10.000 euro. Dan bereik je wel iets concreets: die extra tentoonstelling was er anders misschien wel helemaal niet geweest.