Snerttest

Voor liefhebbers is het altijd snertweer. Professionele proevers en leken testen vijf erwtensoepen.

Ja, nu dooit het, maar het is nog steeds winter. Het is slechts een kwestie van tijd voordat een nieuwe vorstperiode de schaatskoorts weer doet oplaaien en de bijbehorende snertgekte Nederland weer in zijn greep krijgt. Aangezien men voor beide maar beter beslagen ten ijs kan komen, heeft Lux deze erwtensoeptest uitgevoerd.

Snert is snert, zou je zeggen: een hoeveelheid spliterwten met wat knolselderij, worteltjes en rookworst als hoofdingrediënten, aangevuld met wat smaakmakers zoals zwoerdspek, laurier en selderij. Maar deze proeverij toont aan dat er in het snertschap een wereld van verschil is te proeven.

De test is beperkt van opzet, met opzet. In grote steden zijn soepjuweliers te vinden met namen als ‘Soup en Zo’, ‘Soep Saloon’ en ‘KOM – de soepwinkel’, maar we wilden een representatieve selectie van het landelijke aanbod toetsen, dus erwtensoep die zowel in de Randstad als in Heerlen, Terneuzen en Delfzijl te koop is. Dan kom je bij de grotere merken, van Unox tot Machandel (biologische fabriekssoep), of bij een kleiner merk als de Kleinste Soepfabriek.

De test is uitgevoerd in twee delen. De eerste sessie was met drie heren van middelbare leeftijd die geen speciale smaakopleiding hebben, anders dan dat ze al schaatsend tientallen malen hebben aangelegd bij een koek-en-zopie. Zij kwamen tot een eindcijfer op basis van karakteristieken als geur, kleur, substantie, smaak en nasmaak.

Daarnaast is bij een tweede proefsessie een duo professionele proevers op de selectie losgelaten: restaurantrecensent Ronald Hoeben en Geert Burema, chef van het Amsterdamse restaurant Merckelbach. Hoe kijken zij naar de soepen? Hoeben: ,,We kijken vooral of er nog aparte smaken te herkennen zijn.” Burema: ,,En of die in harmonie met elkaar zijn.”

Het eindoordeel, het cijfer, is opgebouwd uit de beoordeling van het lekenpanel en dat van de professionele proevers.