Hype van vorig jaar is het cliché van nu

Alles went. Dat ervaar ik als tijdelijke expat. In het begin kwam de stoom uit mijn oren in het verkeer van Boston. Nu draai ik achteloos het stuur drie keer rond, onderweg naar het stadhuis, de supermarkt of een werkafspraak. Alles wat spannend of avontuurlijk lijkt in het begin, wordt gewoon. Uiteindelijk.

Alles went. Het is een belangrijke reden dat er managementhypes zijn.

In de academische literatuur vind je, net als in het café, allerlei meningen over managementmodes. De ene onderzoeker veegt de vloer aan met Six Sigma, Reengineering en Theory U. De ander ziet best wat koren tussen het kaf. De een bewijst zijn gelijk door het argument dat de meeste modes weer verdwijnen. Wie werkt er tenslotte nog met Theory X en Theory Y of met Total Quality Management? De ander laat zien dat sommige modes zich ontwikkelen tot klassiekers. Zoals het vastleggen van prestatiegegevens met Scorecards.

Wat de meeste commentatoren niet noemen, is de rol van gewenning. Veel technieken, aanpakken en ideeën die managers introduceren, zijn in het begin verrassend of verontrustend. Maar naarmate we er langer over praten of mee werken, verandert de verrassing in verveling en de verontrusting in aanvaarding. Zodat het weer tijd wordt voor een nieuwe impuls. Iets lekker fris en lekker anders dat ons weer opnieuw alert maakt op kosten, kwaliteit en klanttevredenheid.

Mijn mening? Dit gaat niet veranderen. Na theorie Z, komt gewoon opnieuw theorie A. En dit is niet erg. Modes en hypes, ook op managementgebied, houden ons wakker. Het grootste probleem is misschien dat we ze te serieus nemen.

Alles went. In de psychologie heet dat habituatie. Bekend voorbeeld is het tikken van een klok. Na een tijdje hoor je hem niet meer. Minder bekend is dat ook veel krachtiger prikkels na een tijdje hun werking verliezen. Zelfs de grootste meevaller went. Een klassieke studie van Brickman, Coates en Janoff-Bulman laat zien dat bijvoorbeeld loterijwinnaars zeer snel wennen aan hun nieuwe situatie. Na een aanvankelijk sterke stijging van hun geluksniveau, zitten ze een half jaar later alweer op hun oude peil. Wie wil werken aan zijn welbevinden doet er volgens psychologen dan ook goed aan om het niet te zoeken in eenmalig, groots en meeslepend genot, maar in de afwisseling van kleine, aardige impulsen. Doe regelmatig iets leuks. Maar niet elke week hetzelfde. En oefen je in het koesteren van klein geluk.

Welbeschouwd is dit misschien ook verstandig advies voor managers. Variatie als bewuste strategie (Theorie V). En koesteren (Theorie K).

Alles went. De nieuwe muziek, de nieuwe meubels, de nieuwe kleding en de nieuwe taal van 2012 zijn in 2013 alweer alledaags. De managementhypes van vorig jaar zijn de clichés van nu. Het geluk van gisteren maakt ons vandaag niet meer blij.

Dat is triest. Maar ook een troost. Ik denk bijvoorbeeld aan Willem-Alexander, die zich dezer dagen vast wel eens afvraagt of wij Nederlanders niet te zeer gehecht zijn aan zijn moeder om hem als koning te accepteren. Ik maak me daar geen zorgen over. Wanneer onze biologische mechanismen hun werk doen – en waarom zouden ze daar opeens mee stoppen – dan zien we hem na een paar maanden gewoon als een vast gegeven.

Hooguit een pas teruggekeerde expat kijkt dan nog vreemd op van Koning Willem-Alexander de Eerste. De eerste paar weken.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.