Rennen en lopen is beter dan sukkeldrafje

Wie te voet naar het station gaat, te weinig tijd heeft, maar niet te veel energie wil verbruiken, kan het best hollen en lopen afwisselen.

Veel mensen doen dat al automatisch, merkten Amerikaanse onderzoekers die een dertigtal proefpersonen ieder vijftien keer een afstand van 120 meter lieten afleggen, binnen een opgegeven tijd. Ze mochten niet te vroeg aankomen, en ook niet te laat.

Wie tijd genoeg had wandelde, wie heel weinig tijd had rende het hele stuk. Maar daartussenin, bij een gewenste snelheid tussen de 6 en 10 kilometer per uur, was er keus. Sommigen kozen dan voor een sukkeldrafje. De meesten wisselden echter rennen af met rustig wandelen.

Zonder het te weten springen die mensen het zuinigst met hun energie om, concluderen Amerikaanse onderzoekers in een artikel in het Journal of the Royal Society Interface van deze week.

Kleine kinderen doen het ook zo. Om een volwassene bij te houden die vijf kilometer per uur loopt, moeten zij met hun korte beentjes al kiezen tussen een sukkeldrafje, of afwisselend lopen en rennen. De meesten wisselen af.

Met geen woord reppen de onderzoekers over de zin van hun werk. De meeste westerse mensen willen juist energie kwijt. In een wereld waarin het verschil in energieverbruik al bekend is tussen gesneden groente kopen en zelf je groente wassen en snijden (20 kilocalorie hoger verbruik), komt hun waardering voor energiezuinig bewegen vreemd over. Ze hadden beter kunnen uitrekenen hoe je zo veel mogelijk energie kwijt raakt bij een krap tijdschema. Waarschijnlijk is dat constant hard te hollen, toch nog ruim op tijd te arriveren en even wachten op het perron. Of liever nog: een blokje om en dan precies op tijd de trein in.