'De wereld is een tikkende tijdbom - met een lange lont'

De samenleving is gretig. Burgerinitiatieven nemen de verantwoordelijkheid voor een duurzame samenleving. „Coca-Cola is overal te verkrijgen, schoon drinkwater niet. Is dat normaal?”

Jan Jonker – hoogleraar duurzaam ondernemen – raakte bevlogen door het rapport Our common future uit 1987, waarin de Noorse ex-premier Gro Brundtland het begrip duurzaamheid voor het eerst uitwerkte.

In een café in Utrecht citeert Jonker uit het blote hoofd: „Het is tijd om te breken met patronen uit het verleden. Pogingen de sociale en ecologische stabiliteit te handhaven door oude benaderingen te ontwikkelen en milieubescherming, doen de instabiliteit slechts toenemen.”

Ruim vijfentwintig jaar na het Brundtland-rapport is het beeld, volgens Jonker, gemengd. Enerzijds is de situatie verslechterd. „De wereld is een tikkende tijdbom”, zegt hij. „Weliswaar met een lange lont, maar de gevolgen kunnen catastrofaal zijn.” Vraagstukken die losse onderwerpen waren – milieu, armoede, klimaat, financiën – „klonteren steeds meer aan elkaar en versterken elkaar”.

Anderzijds ontstaat er, volgens Jonker, een nieuwe dynamiek. Op steeds meer plekken groeit duurzame ontwikkeling uit tot een nieuwe manier van organiseren. Het thema wordt besproken in de directiekamers van veel multinationals. En het krijgt gestalte door een heropleving van lokale initiatieven op het terrein van duurzaamheid.

Een kwart eeuw Brundtland-rapport wilde Jan Jonker markeren. Hij wilde opnieuw een rapport schrijven – maar dan praktisch, gericht op burgers. Via het crowdsourcing-project ‘Our Common Future 2.0’ schreef Jonker met studenten, burgers en bedrijven in 2011 het boek Duurzaam Denken Doen. Inspiratieboek over onze gezamenlijke toekomst. „De belangstelling voor dit project was zó groot, dat we vandaag een vervolg starten”, vertelt Jonker.

Via symposia, discussiebijeenkomsten en een website (www.nieuwebusinessmodellen.info) worden de ideeën en projecten voor een nieuwe manier van zakendoen geïnventariseerd. In juni worden de resultaten gepresenteerd op een symposium.

Jonker: „Duurzaam ondernemen vormt een steeds belangrijkere uitdaging voor organisaties. Om dit te ondersteunen zijn nieuwe businessmodellen nodig. In die modellen staat het concept van meervoudige en collectieve waardecreatie centraal. Dit betekent dat transacties tegelijkertijd economische, sociale en ecologische waarden genereren. De vraag die we ons als samenleving moeten stellen, is hoe we een beter evenwicht tussen verschillende waarden kunnen realiseren. Waarden zoals geld, tijd, aandacht, stilte of zorg.”

Het bestaande systeem is failliet?

„Ja. Je hoeft geen wetenschapper te zijn om dat te constateren. Veertig jaar hebben we met elkaar op een te grote financiële en ecologische voet geleefd. Daar moeten we nu de rekening van gaan afbetalen.”

En het systeem van economische normen en waarden?

„Dat is ook failliet. Een voorbeeld: de economie heeft geen honger, mensen hebben honger. Toch gaven regeringen in 2008 maar liefst 18.000 miljard dollar steun aan banken en bedrijven en slechts 3 miljard dollar aan de bestrijding van de voedselcrisis.

„Schoon drinkwater is een primaire levensbehoefte, Coca-Cola niet. Maar Coca-Cola is overal in de wereld te verkrijgen, schoon drinkwater niet. Is dat normaal?”

Wat beveelt u aan?

„De crisis is niet alleen op te lossen met wat meer controle, wat minder overheid en een aantal radicale bezuinigingen. De dubbelopdracht is bezuinigen op de uitgaven en kosten van een economie uit het verleden én tegelijkertijd investeren in een economie van de toekomst. Maar we moeten bovenal onze manier van denken veranderen.”

Kunt u dat concreet maken?

„Einstein zei al: ‘Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt’. Mensen en organisaties moeten hun manier van kijken en handelen veranderen. Een duurzame ontwikkeling is vooral een ‘mentale bevrijdingsbeweging’: met nieuwe ogen kijken en dingen die we in het verleden normaal vonden en voor lief namen, afleren en abnormaal gaan vinden.”

De rode draad in uw redenering is de circulaire economie.

„De omschakeling van een lineaire economie – producten maken, gebruiken en afdanken – naar een circulaire economie – producten maken, gebruiken en hergebruiken – vereist een andere manier van organiseren. In de ontwerpfase komt meer aandacht voor de vraag hoe je datgene wat je in een product stopt, er later het beste uit kunt halen.

„Daarnaast duwt de grondstofschaarste ons in de richting van de lease- of gebruikssamenleving. Het bedrijf blijft de eigenaar van het product en zamelt het na gebruik weer in. De consument gebruikt het product of dienst. Dit leidt tot nieuwe leaseconstructies – voor mobiele telefoons, kantoorinrichting, schoenen – waarbij mensen het bezit van een mobiele telefoon inruilen voor het gebruik ervan.”

Is er bij deze omschakeling een rol weggelegd voor de overheid?

„De transitie naar een circulaire economie zou voor de Europese Unie een besparing kunnen opleveren van zo’n 470 miljard euro per jaar, zo blijkt uit een berekening van consultantbureau McKinsey. Zo’n kans moeten we niet laten liggen, zeker niet nu de klassieke rolverdeling tussen overheid, burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers toch al aan vernieuwing toe is. Cruciaal is dat belemmeringen voor (burger)initiatieven uit de weg worden geruimd. De top-down benadering – de overheid bepaalt en voert uit – moet worden vervangen door een bottom-up benadering, waarbij initiatieven van burgers en maatschappelijk verantwoorde ondernemers worden aangemoedigd. En de overheid biedt ruimte aan ondernemende burgers.”

Een decennium geleden moest de overheid mensen overhalen mee te denken met het beleid. Nemen mensen nu zelf het heft in handen?

„De samenleving is gretig en het gaat snel. Op dit moment zijn er zo’n 400 energiecoöperaties actief, dat had je vijf jaar geleden ook niet kunnen bevroeden. Dit geeft veel onrust in de energiewereld. Burgers kannibaliseren het businessmodel van de energiebedrijven. Deze ontwikkelingen zien we ook in de voedselvoorziening – (stads)moestuinen en streekproducten. En in bijvoorbeeld initiatieven als het Broodfonds, als alternatief voor verzekeringen en het Repaircafé, met zijn ambitie repareren terug te brengen in de lokale samenleving.

„De lokale burgerinitiatieven zien leiderschap niet als macht, maar als verantwoordelijkheid nemen. En dat kan iedereen in elk dorp en in elke stad. De initiatieven kiezen voor de menselijke maat, voor de verbindingen in het lokale netwerk.”

Het project dat u vandaag start gaat over nieuwe businessmodellen. Wat verstaat u daaronder?

„Projecten en initiatieven worden pas echt duurzaam, wanneer je ook gewoon winst kan maken. Maar winst niet alleen in geld – ook in andere waarden. Dat is de rode draad.

„De nieuwe businessmodellen hebben een aantal kenmerken. Ze werken aan waardecreatie op meerdere vlakken. Het begrip waarde kun je praktisch vertalen naar: delen, ruilen en creëren. Bij deze modellen geldt coöperatief samenwerken als beginsel, wordt geredeneerd vanuit behoeften en staat bezit niet centraal.

„We willen onderzoeken in hoeverre deze ideeën in de praktijk kunnen worden gebracht. We werken daarvoor samen met elf Europese kennisinstellingen waarbij een vergelijkend onderzoek wordt opgezet.

„Tot slot stellen we de vraag of deze westerse manier van denken over nieuwe businessmodellen niet te beperkt is. Zijn er blinde vlekken? ”

Wat moet dit onderzoek naar nieuwe modellen opleveren?

„Het onderzoek moet nieuwe inzichten genereren hoe we de overgang naar een echt duurzame samenleving kunnen maken. De roep om ‘het moet anders’, om duurzaamheid en een nieuwe economie is groot. We gaan van een economie gericht op het individu, naar een economie waarin het ‘samen’ weer centraal komt te staan. Niet vanuit een ‘alles en iedereen gelijk’-opvatting, maar vanuit de idee dat we met elkaar moeten werken aan gemeenschappen, communities, netwerken die voor en met elkaar waarde creëren. Een waardecreatie die niet ten koste gaat van de mens of de dag van morgen.”