De angsthazen slaan weer eens toe

Geen nieuws, in een gelegenheidsuitgave over Beatrix. De auteurs nemen de koningin ten onrechte tegen zichzelf in bescherming. Mooi zijn vooral de foto’s.

Het lijkt een geval van mazzel dat het uitbundig geïllustreerde Beatrix koningin der Nederlanden, dat verschijnt ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van het staatshoofd, samenvalt met de aankondiging van haar abdicatie. Schot in de roos. Kon niet mooier. Maar eigenlijk is de samenloop pech. Dezelfde kwijlverhalen en bidprenten die samensteller en eindredacteur Han van Bree, bekend van de jaarlijks verschijnende gelegenheidsboeken Het aanzien van bij elkaar bracht, zijn deze week al veelvuldig gepubliceerd. Doe een kaftje om de krantenspecials en je hebt dit boek. Alleen de abdicatietoespraak ontbreekt.

Is het publiek niet nu al overvoerd met obligate, voorspelbaar bewonderende terugblikken? Zo niet, dan heeft dit boek een functie. Maar wees gewaarschuwd: in de zeven thematische hoofdstukken met titels als ‘Beatrix en het volk’, ‘Beatrix en de kunst’, ‘Beatrix en de pers’ en ‘Beatrix en religie’, is geen enkel relevant nieuwtje te vinden. Het aardigst is nog ‘Beatrix en de politiek’, geschreven door politicoloog Peter Bootsma, mede auteur van een biografie over Van Agt. Hij beschrijft hoe koningin Juliana op 4 januari 1980 de toenmalige premier Van Agt ‘onder strikte geheimhouding’ meedeelde op 31 januari afstand van de troon te doen ten gunste van Beatrix. Volgens Bootsma was de relatie tussen Beatrix en Van Agt er een van ‘wederzijds ongemak’. Tijdens haar eerste formatie na de verkiezingen van 1981 zou ze Van Agt hebben toegevoegd: ‘Weest u toch eens wat meer statesmanlike.’

PVV

Beatrix’ nauwelijks verholen afkeer van het xenofobe gedachtegoed van de PVV komt in dit boek alleen in omzwachtelde termen aan bod. Zo schrijft Bootsma over ‘aanwijzingen’ te beschikken dat de in 2002 ingezette ‘Fortuyn-revolutie’ waarvan PVV-leider Geert Wilders volgens hem de politieke erfgenaam is, Beatrix grote zorgen baart. Han van Bree stelt in de biografische schets waarmee het boek opent, dat de multiculturele samenleving een lastig probleem is voor Europese monarchen: ‘Beatrix en haar collega’s willen het staatshoofd van alle landgenoten zijn, ongeacht hun herkomst. Maar het oplevend bekrompen nationalisme verzet zich daartegen.’

De auteurs gedragen zich als ambtelijke angsthazen die de koningin willen beschermen tegen zichzelf. Alsof zij niet zelf de grenzen van haar constitutionele positie zou kennen, proberen zij het brandmerkende verwijt van multiculturalisme te overstemmen. Zo heet het in ‘Beatrix en religie’: ‘In een tijd waarin het (vaak bekrompen) nationalisme hoogtij viert en alles wat als anders en wezensvreemd wordt gezien afgewezen wordt, is het lastig om voluit aandacht te besteden aan minderheidsgroepen als de moslims. Want door respect te tonen voor alle godsdiensten, wordt de koningin, of ze wil of niet, vrijwel automatisch in het multiculturele kamp ingedeeld. En het multiculturalisme is niet echt populair meer, zeker niet onder de traditionele steunpilaren van de monarchie: het gewone volk…’

Let op de lijdende vorm die suggereert dat het geblèr van Wilders de algemeen aanvaarde norm is. Op wens van dat ‘gewone volk’ zou Beatrix dus zwichten voor Wilders. Mij lijkt dat haar daarmee onrecht wordt gedaan. In haar kersttoespraken en bij andere gelegenheden heeft koningin Beatrix juist de weinige ruimte waarover ze beschikt gebruikt om zich uit te spreken tegen het gif dat Wilders en zijn aanhang verspreiden.

Evenmin als voor vreemdelingenhaat is ze trouwens vatbaar gebleken voor de anti-Europese sentimenten waarmee zowel rechtse als linkse populisten stemmen proberen te trekken. Terecht wordt haar uitspraak uit 1992, bij de afsluiting van het Verdrag van Maastricht, geciteerd waarin ze de verzamelde regeringsleiders verzekerde ‘geen bezwaar te maken wanneer ik mijn hoofd op onze munt zal moeten offeren’. Ze doelde op de euro die in 2002 werd ingevoerd, overigens met haar beeltenis.

Onbetrouwbaar

Hinderlijk is dat dit boek geen bronvermeldingen heeft, waardoor de aan de koningin toegeschreven uitspraken onbetrouwbaar zijn. Zo staat er in het hoofdstuk ‘Beatrix en de pers’ dat ze als kind al een hekel had aan de media. Toen ze als zevenjarige terugkeerde uit Canada en radioverslaggever Frits Thors een microfoon voor haar neus hield, zou ze geroepen hebben: ‘Ik moet die dingen niet.’ Van Bree schrijft dat ze zei: ‘Ik hou niet van die dingen...’ Waar hij dan suggestief aan toevoegt: ‘Dat zou haar hele leven zo blijven.’ In werkelijkheid heeft Beatrix een uitstekende relatie met microfoons en camera’s. Dat de media soms op schandalige wijze haar privacy hebben geschonden, komt nauwelijks aan bod.

Het mooiste aan dit boek zijn de foto’s, waarvan de meeste weliswaar overbekend zijn, maar die niettemin amusant, soms onthullend en een enkele keer ontroerend zijn. Letterlijk onthullend is een paginagroot afgedrukt vakantiekiekje uit 1963 met een halfnaakte prins Bernhard met zijn volwassen dochters Beatrix en Margriet in blote zwempakken. Opmerkelijk is ook een bordesfoto van Koninginnedag 1976, kort nadat Bernhard in opspraak was geraakt wegens het aannemen van steekpenningen van de firma Lockheed. Beatrix draagt op die foto net als Bernhard pontificaal een witte anjer, ‘uit solidariteit met haar vader’.

Verder valt op dat ze in 1976 heur haar al precies zo droeg als nu, maar pas in 2005 werd ‘beatrixkapsel’ opgenomen in de Dikke van Dale. Hoe bepalend die haren zijn voor het imago van de vorstin blijkt ook uit feit dat ‘Beatrix’ in doventaal het gebaar van een halflang rond kapsel is. Voor dit soort weetjes kun je bij Beatrix koningin der Nederlanden uitstekend terecht.