Zoals de man die hij was: dof én sprankelend

Lincoln

Regie: Steven Spielberg. Met: Daniel Day-Lewis, Sally Field, David Strathairn, Tommy Lee Jones, Joseph Gordon-Levitt, James Spader. In: 51 bioscopen.***

Bij Steven Spielberg heeft elke periode zijn eigen palet. Schindler’s List kwam in zwart-wit, Munich uitgebleekt, War Horse in vlammend technicolor. In Lincoln kiest hij voor een verzadigd blauw-geel dat past bij een tijd van gas, kerosine en kaarsen. Het benadrukt tevens de serene, aardse toon van Lincoln – al zwelt de hoornsectie als vanouds aan waar het emotioneel wordt.

Spielberg vertelt graag dat het plan voor dit heldenleven postvatte toen hij als tiener het Lincoln Memorial in Washington bezocht. Hij kocht de rechten op het ruim 800 pagina’s tellende baksteenboek Team of Rivals en zette scenarist Tony Kushner aan het werk. Diens 500 pagina’s tellende script liet zich nauwelijks tot een behapbare film inkoken, zodat het idee ontstond de man en politicus te portretteren in zijn laatste maanden, toen hij laveerde om nog voor de capitulatie van de Zuidelijke Confederatie het 13de amendement op de grondwet door het Congres te jassen, dat slavernij verbiedt. We blijven in Washington, in het Capitool en het knusse Witte Huis.

Jammer van de veldslagen: na Peter Jackson choreografeert niemand die beter dan Spielberg. Maar een strakke focus is nodig, anders verdwijnt de man in de verwikkelingen. Waar Spielberg eerder persoonlijk drama inzette om een grote, historische kwestie aan te snijden – de Holocaust, slavernij, het Joods-Palestijnse conflict, wereldoorlogen – draait het hier om de man. De geschiedenis is vooral decor.

Lincoln, in Amerika een seculiere heilige die het land door de onvermijdelijke burgeroorlog loodste, is eenvoudig na te bootsen: een bonenstaak met diepliggende ogen en een kachelpijp op zijn hoofd. In zijn laatste maanden oogde hij grauw, vermoeid en droevig, krakend onder het gewicht van de oorlog en de onverwerkte dood van zijn zoon Willie. Tot hij een anekdote mocht opdissen: dan brak zijn gezicht open, twinkelden zijn ogen. Behalve briljant redenaar was Lincoln een rasverteller, blij als hij mocht amuseren.

Dat is de Lincoln die Daniel Day-Lewis met zijn gebruikelijke brille belichaamt: dof en sprankelend. Een Oscar lonkt. Spielberg schildert op een breed doek Washington anno 1865: de barokke retoriek en platvloerse scheldpartijen, het sjoemelen achter de coulissen. Met Lincoln als onbewogen beweger die opereert op het scherp van de snede in deze nogal gechargeerde crisis rond het 13de amendement.

In feite schetst Lincoln een soort ideaalbeeld van de Amerikaanse president: ‘The Great Persuader’, met de hese tenor van Bill Clinton. Een leider omringd door krachtpatsers die hij ruimte geeft, maar zijn wil oplegt waar nodig. Die niet wars is van spierballenvertoon of zelf omkoperij, maar slaagt door empathie en charme: arm om de schouders, oogcontact, een beroep op het geweten.

Zo bevestigt Spielberg zijn vertrouwen in het goede van de mens, en in Amerika. Lincoln is een knappe, beheerste en fraai geacteerde film, met name ook door Sally Field als ambitieuze, labiele echtgenote Mary Todd. Maar iets te plechtstatig om een niet-Amerikaan diep te raken.

    • Coen van Zwol