Wie o wie volgt de prins op?

Het IOC lijkt Nederland een opvolger voor prins Willem-Alexander te gunnen. Voormalig zwemmer Pieter van den Hoogenband geldt als de meest geschikte kandidaat.

Sportredacteur

Amsterdam. Velen voelen zich geroepen, weinigen zijn uitverkoren. Wie wil er geen lid worden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC)? Nu kroonprins Willem-Alexander over drie maanden koning wordt en om die reden aan het eind van dit jaar zijn IOC-zetel opgeeft, lopen Nederlandse kandidaten zich warm. In stilte, want in het delicate benoemingsproces past terughoudendheid.

Indien het IOC Nederland een opvolger voor de Prins van Oranje gunt, lijkt een viertal oud-sporters kans te maken: André Bolhuis, Pieter van den Hoogenband, Esther Vergeer en Richard Krajicek.

Bolhuis, voorzitter van sportkoepel NOC*NSF, is de gretigste kandidaat. Na het overlijden van voormalig judokampioen Anton Geesink, augustus 2010, heeft hij gepoogd een van de vijftien beschikbare zetels voor de nationale olympische comités te bemachtigen. De lobby was destijds niet sterk genoeg om Bolhuis het IOC binnen te loodsen.

NOC*NSF poogde het Nederlandse smaldeel binnen het IOC te vergroten. Dat was geslonken van vier leden tussen 2001 en 2008 tot alleen de kroonprins in 2010. Hein Verbruggen bedankte in 2008 als IOC-lid. Hij had als voorzitter van de coördinatiecommissie de succesvolle Spelen in Beijing begeleid en vond dat zijn werk was gedaan. Els van Breda Vriesman moest in 2009 stoppen als vertegenwoordigster van de internationale hockeyfederatie (FIH) nadat ze niet was herkozen als voorzitter. En Geesink overleed in 2010.

Hoe bekwaam voormalig hockeyinternational Bolhuis ook is, geredeneerd vanuit Nederlands belang is hij de minst geschikte kandidaat. Bolhuis is 66 jaar, terwijl de leeftijdsgrens voor een IOC-lid 70 jaar is. Stel dat Bolhuis op de eerstvolgende vergadering, begin september in Buenos Aires, wordt benoemd, dan kan hij maar drie jaar in functie blijven, want op 4 oktober wordt hij 67 jaar.

Bolhuis’ hang naar het IOC past in de traditie van NOC- en later NOC*NSF-voorzitters. In 1987 poogde Henk Vonhoff de overleden Kees Kerdel te vervangen. De toenmalige Spaanse IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch zag Vonhoff niet zitten en droeg op eigen initiatief Geesink voor. Die actie herhaalde Samaranch in 1998 toen Nederland een tweede IOC-zetel kreeg toegewezen en hij Wouter Huibregtsen, tot diens woede, passeerde ten faveure van kroonprins Willem-Alexander. Een rel was geboren, helemaal nadat Huibregtsen volgens de Volkskrant de kroonprins voor Judas had versleten.

Tijdens haar periode als voorzitter van NOC*NSF heeft ook Erica Terpstra haar kansen als IOC-lid gepolst, maar zij kreeg van Rogge te horen dat die nul waren.

De geschiktste kandidaat om de kroonprins op te volgen is zonder twijfel voormalig zwemmer Pieter van den Hoogenband. Hij is jong (34), intelligent, kundig, met drie gouden medailles een zeer gerespecteerde olympiër en als toernooidirecteur van het Europese Jeugd Olympisch Festival (Ejof) in Utrecht vertrouwd met de olympische mores. Van den Hoogenband zegt officieel niet te zijn gevraagd. Maar hij is beschikbaar. „Mocht het idee leven dat ik als IOC-lid iets voor Nederland kan betekenen, zal ik volmondig ja zeggen.”

Richard Krajicek (41) zegt nooit voor het IOC te zijn benaderd en er ook niet mee bezig te zijn. Volgens de voormalige tennisser, Wimbledonkampioen en directeur van het ABN Amro Tennis Tournament is er in Nederland maar één persoon geschikt: Van den Hoogenband – „een groot sportman en een groot olympiër”. En mocht Krajicek, die nooit aan de Olympische Spelen heeft deelgenomen, worden benaderd, is hij dan beschikbaar? „Daar heb ik echt nog nooit over nagedacht.”

Rolstoeltennisster Esther Vergeer, die onbereikbaar was voor commentaar, heeft zich ontwikkeld tot een sportvrouw die meer kan dan een bal slaan. Zij runt een eigen foundation en is sinds 2009 naast Krajicek toernooidirecteur van het internationale rolstoeltennistoernooi in Rotterdam. De 31-jarige zevenvoudig paralympisch kampioene heeft bovendien na de Spelen in Londen laten weten zich zoetjesaan te oriënteren op een functie buiten het tennis.

Maar hoe zeker is Nederland na het vertrek van Willem-Alexander van een IOC-zetel? Niet 100 procent, simpelweg omdat niet één land een functie in het IOC kan claimen. Rogge kan op grond van het Olympisch Handvest een ander land de voorkeur geven. Dat is echter niet aannemelijk, omdat Nederland binnen het IOC hoog staat aangeschreven en ooit de Olympische Spelen (Amsterdam 1928) binnen zijn grenzen heeft gehad. Bovendien heeft Rogge meerdere keren aangegeven dat wat hem betreft Nederland een IOC-zetel behoudt. Bij NOC*NSF rekent men er dan ook op dat de kroonprins wordt opgevolgd.

Rogge is evenwel nog maar zeven maanden in functie. Het is zaak voor NOC*NSF om snel en behoedzaam te opereren en met een IOC-waardige voordracht te komen. In geval Rogge zijn veto over een kandidaat uitspreekt en een nieuw IOC-lid onder het bewind van zijn opvolger moet worden gekozen, slinken de Nederlandse kansen. Hoewel Bolhuis en Rogge het goed met elkaar kunnen vinden, is het de vraag of NOC*NSF er verstandig aan doet haar huidige voorzitter naar voren te schuiven. Op leeftijdsgrond lijkt dat een risicovolle onderneming. Rogge zal het belang en de toekomst van het IOC altijd laten prevaleren.

Bolhuis vertelt dat hij zo spoedig mogelijk contact zal zoeken met Rogge om te peilen of NOC*NSF mag meedenken over een kandidaat. „Pas dan kunnen we iemand voordragen. Ik hoop op een dergelijk scenario. Binnen ons bestuur is natuurlijk al over kandidaten gesproken. Maar het is niet opportuun nu al namen te noemen. Zoals het verleden heeft bewezen kan een namenspel de procedure ernstig schaden.”

    • Henk Stouwdam