Weilerstein is een fenomeen

klassiekAlisa Weilerstein: Celloconcerten Elgar en Carter****

Wie aan het Celloconcert (1919) van Elgar denkt, denkt aan Jacqueline du Pré. Als twintigjarige, in 1965, maakte Du Pré met John Barbirolli de legendarische opname die tot op de dag van vandaag als toetssteen geldt: eigenzinnig, fris, elegisch, met een onpeilbare zeggingskracht. Later nam Du Pré het Celloconcert nog op met haar echtgenoot, dirigent Daniel Barenboim; die heeft het werk sinds Du Prés invalidering door MS en veel te vroege dood nooit meer met een vrouwelijke cellist gespeeld. Dat de Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein (1982) haar debuut op het Decca Classics-label met Elgars Celloconcert maakt, is een dappere keuze; dat zij wordt bijgestaan door Barenboim en diens Staatskapelle Berlin komt over als een bijzonder kwaliteitskeurmerk.

Weilerstein is dan ook een fenomeen. In het Holland Festival 2012 maakte zij grote indruk in het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj. Ze is in de beste zin van het woord een bravouresolist, met een grote toon en dik vibrato, niet bang om haar spierballen te laten rollen. Haar spel kenmerkt zich door intensiteit; Weilerstein beheerst de kunst om een klank onder hoogspanning te zetten. De belofte van Weilersteins kwaliteiten voor Elgars Celloconcert wordt echter, vreemd genoeg, op deze opname niet volledig ingelost. De uitvoering is in veel opzichten voorbeeldig, maar nu en dan neigt Barenboim in het orkestwerk naar pompositeit, of zaagt Weilerstein haar noten wel heel stevig aan. Op zulke spaarzame momenten wordt geforceerd en hapert het emotionele betoog.

Het tweede celloconcert op deze cd is een op het eerste oog niet voor de hand liggende keuze: dat van Elliott Carter uit 2001. De muziek van Carter, die onlangs op 103-jarige leeftijd overleed, is grillig, complex en atonaal – een wereld van verschil met Elgar. Maar de combinatie blijkt een schot in de roos. Barenboim heeft een voorliefde voor Carter en dirigeerde de wereldpremière van dit Celloconcert; en Weilerstein speelt het werk ongeremd en zonder schroom, met risico en hoorbaar genoegen. Het resultaat is een explosie van kleur en inventiviteit. De cd besluit met het melancholische Kol nidrei van Bruch uit 1881, bij wijze van cooling down. Een album om te koesteren.