Vervlogen vakantiedromen

Spanje telt tientallen ‘moderne ruïnes’, vakantiedorpen die door de crisis nooit zijn afgebouwd. Fotografe Julia Schulz-Dornburg maakte er een boek over.

Residencial Costa Verde in Piélagos, Cantabria Foto’s Julia Schulz-Dornburg

Ruïnes maken nostalgisch. Eens lag hier een middeleeuwse burcht, of een door vulkaanas bedolven stad, of een imposant fabriekscomplex waarin mensen zoals jij hun leven leidden, geboren werden, werkten, vochten en vreeën. Toch is het allemaal verdwenen – het enige wat rest zijn stenen als stille getuigen van leven en dood – want ruïnes zijn ook een memento mori.

Nadenken over vergankelijkheid is nadenken over je eigen vergankelijkheid – treurig maar tegelijkertijd ook lekker, want de doodsdrift zit bij de homo sapiens diep ingebakken. Vandaar dan ook dat in de negentiende-eeuwse Romantiek – waar het mijmeren en subliem lijden een hoge vlucht nam – ook wel spiksplinternieuwe ruïnes werden gebouwd.

Ik weet er zo eentje te staan, middenin Amsterdam. Aan een van de sombere vijvers van het landgoed Frankendael, thans een publiek stadspark, staat een volmaakt nutteloos gebouwtje met bogen. Ik zie er alleen nooit iemand, in de stijl van de romantische dichters, naast zuchten en de ogen ten hemel opslaan, terwijl het daarvoor toch bedoeld was. Nostalgisch mijmeren is in onze tijd uit de mode geraakt.

Wervende tekst

Maar er daagt hoop, uit Spanje. Daar heeft aan het begin van deze eeuw de bouw van vakantiedorpen of zelfs hele vakantiesteden een hoge vlucht genomen. In tientallen gevallen, samen vele honderden hectaren beslaand, is de bouw gestaakt toen na 2008 de bankkredieten opdroogden. Het zijn ‘moderne ruïnes’. De in Spanje wonende Duitse architect/fotograaf Julia Schulz-Dornburg heeft er in haar verbazingwekkende boek Ruinas modernas 25 in kaart gebracht. Eerst de satellietfoto’s met daarop ingetekend het stratenplan van de nieuwe urbanicasion. Dan de wervende tekst uit de folder waarmee het project ooit is verkocht in de richting van mogelijke huizenkopers of autoriteiten die vergunningen moesten verstrekken om het landschap om te ploegen: ‘Vrije tijd op een ander niveau’, ‘een perfecte combinatie van zee en gebergte, voor iedereen betaalbaar’, ‘the real Spain’, ‘ontworpen om te genieten van de kwaliteit des levens’.

En ten slotte het hoogtepunt, de moderne ruïnes zelf: wegdek waaraan geen huizen staan en dat nergens heen leidt, lantaarnpalen die nooit zullen schijnen, schoorstenen zonder huis, betonnen staketsels zonder invulling, half afgebouwde huizen die nimmer bewoond zullen zijn. Soms staat er een rijtje palmen, nieuwe natuur als achtergrond voor vakantiedromen in een met bulldozers geëgaliseerde vlakte.

Stemmen ook deze moderne ruïnes tot mijmeringen? Niet zozeer over de pracht van een verdwenen beschaving. De ondertitel van het boek is ‘topografie van de hebzucht’. Wat de ruïnes laten zien is een cultuur waarin dit soort projecten werd gestart simpelweg omdat het mogelijk was: er was ruimte, en er was krediet. Economische haalbaarheid lijkt nauwelijks een overweging te zijn geweest. Alle Spaanse ‘moderne ruïnes’ bij elkaar zouden goed geweest zijn voor ongeveer twee miljoen wooneenheden. En dat is dus nog zonder al die honderdduizenden wél afgebouwde vakantiedorpen die nu kilometers lang de kusten van Spanje bederven, en waar je nu voor een prikje een woning kunt kopen.

Een voorbeeld uit vele: Marina d’Or Golf nabij de gemeente Cabanes, bij Valencia. Het plaatsje telt 3.019 inwoners, de nieuwe vakantiestad was begroot op 141.576. Vaak ging het initiatief voor de moderne ruïnes uit van gemeenten, op zoek naar economische bedrijvigheid, maar in dit geval was het provinciaal bestuur de initiatiefnemer, en de achterliggende ideologie een betere verspreiding van de toevloed van toeristen over het gehele jaar. Het project omvatte, behalve 33.519 woningen, onder andere een complex met medicinale baden voor 7.000 klanten per dag, zes themahotels met een totale capaciteit van 7.500 bedden, winkelcentra, drie golfbanen, kunstmatige meren met in totaal twee kilometer strand, kunstmatige skipistes, een aquarium, diverse installaties voor extreme sporten en een groot aantal restaurants. De origineelste was een themarestaurant dat de atmosfeer van een gevangenis zou hebben – door het betalen van de rekening kocht je jezelf weer vrij. De constructie van dit alles begon in 2006 en werd in 2010 gestaakt.

Nutteloze wegen

Waarover kunnen we mijmeren, bij deze ruïnes? Over de vervlogen vakantiedromen van twee miljoen noorderlingen die hier het aardse paradijs hadden moeten vinden? Over de landschappen die zijn getransformeerd door nutteloze wegen en betonnen staketsels? Over het frivole vermogen van de mens om kredieten te spenderen aan fantasieën over het grote geluk van vakantie en zon? Over de absurditeit van de recente financiële geschiedenis?

Moeilijk. Want van prettige nostalgie kan hier natuurlijk geen sprake zijn – je kunt moeilijk terugverlangen naar een toekomst die niet heeft plaatsgevonden. Het enige gevoel dat je bij het kijken naar de ‘moderne ruïnes’ bekruipt, is een hartgrondig cultuurpessimisme. Want de ‘moderne ruïnes’ zijn ook de ruïnes van een bepaalde manier van denken over moderniteit.

Julia Schulz-Dornburg, Ruinas modernas, una topografía de lucro. Uitg. Àmbit Servicios Editoriales, Barcelona 2012. (In het Spaans).

    • Raymond van den Boogaard