Opinie

Treinspotten

Om allerlei historische redenen ging ik treinspotten, op zoek naar de nieuwe Fyra’s die nu ergens in Nederland stonden te kwijnen.

In Watergraafsmeer moest ik zijn, leerde ik van behulpzame treinspotters op het forum somda.nl. Ga naar station Science Park. Loop onder het spoor. Daar vind je een voetpaadje naar het opstelterrein, waar de vloot V250’s nu staat. Veel viel er niet te zien, waarschuwden ze, want ‘wgm’ (Watergraafsmeer) is goed omheind.

Het voetpaadje kwam uit op een onbestemd stukje Nederland. Melkijs, riet. Een hek. In de verte de A10, knooppunt Watergraafsmeer. En warempel, na een meter of honderd, door blubber, langs struweel en achtergelaten kabelhaspels, zag ik het contemporaine debacle: een rood-wit-roze vloot van twee, drie, zes treinstellen. Op hun flank die gekke merknaam, gecursiveerd, alsof het hard woei: FYRA.

Voor m’n voeten sprintten wat konijntjes weg.

Wat deed ik hier? Materiaalnummers noteren, zoals een treinspotter betaamt? Nee, ik wilde iets anders noteren.

Minstens acht miljard is er verknald. Het Groene Hart doorkliefd. Alles voor niets. Maar op wie moet ik mijn woede richten?

Steeds ging het over die treinen zelf. Computerstoringen. Losse bodemplaten. Mankementen. Maar als je ze daar zo ziet, als een stel uitgerangeerde Ferrari’s, zielig en imposant tegelijk – boos kun je niet op ze worden. It’s not their fault.

Het euvel is niet technisch van aard. Het euvel is de onzinfilosofie van een hogesnelheidslijn op zich. Niets nieuws: bij ons zijn de afstanden tussen de steden simpelweg te kort. Eer je rijdt, rem je al. Je kunt hier hoogstens tijdwinst pakken door minder vaak te stoppen. Zoals de Thalys dus al doet, sinds 1996.

Een HSL in Nederland is als een Concorde-lijnvlucht op Texel. Zelfs als het technisch werkt, is het waanzin. Toch wilden we er per se één. Waarom?

Het gebeurde voor mijn tijd, maar ik vermoed dat je uitkomt bij bijvoorbeeld Neelie Kroes, die bang was dat we het Jutland van Europa werden. Of bij Wim Kok, die als premier van Paars I de HSL er doorheen duwde, opdat we mee zouden draaien in de internationale eredivisie.

De Fyra is een soort nagekomen puinhoop van Paars. Dat zie je nog een beetje aan de kleurschakering van de trein.

Een waardevol symbool, dus. Want als dat onding straks weer rijdt, hebben we eindelijk ons nationaal historisch museum. Op wieltjes. Een venster op de jaren negentig, toen de mix van markt en staat peperdure oplossingen bedacht voor problemen die we niet hadden.

Gister las ik dat er een particuliere busdienst komt op Brussel, als alternatief voor de Fyra. En Jutland, hoorde ik van een kenner op somda.nl, heeft inmiddels een uitstekend spoornet.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.