Sokkels van wodka

De Noor Matias Faldbakken noemt zichzelf een anarchist die van ‘negatieve gebaren’ houdt. Op zijn expositie in Wiels heeft hij werk van landgenoten geannexeerd.

Wie kent buiten Noorwegen het werk van de beeldhouwers Gustav Vigeland (1869-1943) en Arnold Haukeland (1920-1983)? In Noorwegen hebben deze kunstenaars een grote statuur. Bij Oslo bevindt zich het Vigeland Park, met meer dan 212 sculpturen in brons en graniet, het grootste beeldenpark ter wereld dat gewijd is aan een enkele kunstenaar. Vigeland maakte levensgrote beelden van mensfiguren in een heroïsche, neoklassieke stijl die de invloed laten zien van Rodin en Maillol. Vigeland ontwierp ook de medaille van de Nobelprijs voor de vrede.

Haukeland geldt in Noorwegen als de belangrijkste pionier van de abstracte beeldhouwkunst. Hij streefde een universele vormentaal na waarmee hij een spanning wilde uitdrukken tussen zwaarte en gewichtsloosheid. Zijn sculpturen, overwegend gemaakt in roestvrij staal, zijn in alle Noorse steden te vinden.

Matias Faldbakken (1973, woont in Oslo), schrijver en beeldend kunstenaar, heeft nu op een tentoonstelling in het Brusselse kunstcentrum Wiels een aantal sculpturen van Vigeland en Haukeland tijdelijk getransformeerd tot werk van hemzelf. Hij kreeg toestemming om beelden van Haukeland ondersteboven op te hangen in open, verrijdbare frames. De werken hangen aan riemen en banden, vastgemaakt met zware klemmen. Het beeld Jong meisje met handen voor haar mond (1926-1930) van Vigeland, een brons van bijna twee meter hoog, staat ondersteboven en is met sokkel en al vastgeklonken aan de muur. Vervolgens heeft Faldbakken de sokkels van de beelden opgevuld met wodka. De lege flessen staan in dozen langs de muur, de flessendoppen op de grond ernaast.

De werken van Vigeland en Haukeland zien er na de behandeling van Faldbakken uit als een soort martelwerktuigen en de tentoonstelling als geheel lijkt op een artistieke enscenering van een sm-sessie. De enkels van het naakte bronzen meisje zijn met blauwe banden vastgebonden aan de muur. Een groot schoepenrad met zilverglanzende, scherpe stalen bladen hangt aan riemen in een ijzeren constructie. Bij een ander werk steken stalen punten uit het frame. Er zijn ook twee onafhankelijke werken van Faldbakken op de tentoonstelling te zien: met behulp van een zware krik, een rode en een blauwe, heeft hij de wand opengespleten, alsof de muren moeten worden opgetild.

Terrorisme

Faldbakken, zoon van een bekende Noorse schrijver en een moeder die keramist is, is geïnteresseerd, zo zegt hij in een interview, in vandalisme, terrorisme en in „negatieve artistieke gebaren”. Hij beschouwt zichzelf als een „woordvoerder van een totaal anarchistische rotzooi op een fundament van gezinswaarden” en zoekt, zegt hij, de grenzen op van de burgerlijke Noorse maatschappij. Het is hem te doen om „een samenkomen van het creatieve en destructieve gebaar”. Hij oriënteert zich op minimal art, dat hij ook opvat als een „negatief gebaar”: het kunstobject is hier in zijn optiek ontdaan van zijn inhoud en functioneert als een holle container.

De negatieve gebaren kunnen bij Faldbakken allerlei uiteenlopende vormen aannemen, van tekeningen op vuilniszakken of een kapotte koelkast hangend boven een trapgat tot betonnen afgietsels van benzinejerrycans. Op Documenta 13 had Faldbakken vorig jaar als plek voor een werk de Stadtbibliothek van Kassel uitgekozen. Hij had er boeken uit de kasten getrokken en op de grond gegooid, alsof een opstandig kind er zijn gang was gegaan.

De ingrepen van Faldbakken kenmerken zich door een ironisch bedoelde letterlijkheid. Zo heeft hij de beelden van Vigeland en Aukeland, door ze om te keren en er wodka in te gieten, willen „vullen met een nieuwe inhoud”. Hij is daar in die zin in geslaagd, dat de zeggingskracht van de sculpturen van Aukeland nu precies tegengesteld is aan wat Aukeland wilde bereiken: in plaats van modernistische lichtheid en de utopie van een maakbare samenleving, gewicht en agressie. De titel van een van Aukelands werken, Portrait of a Generation, verdubbelde Faldbakken als titel van zijn tentoonstelling, om de oorspronkelijke betekenis te neutraliseren of te ironiseren.

Faldbakken begon ooit als graffitischilder op straat en maakte deel uit van de skateboardcultuur, maar graffiti beschouwt hij nu als een oninteressante vorm van decoratie en van de straatcultuur moet hij niets meer hebben. Hij zoekt juist de context van de ‘officiële tentoonstelling’, om de nivellerende tolerantie van de institutionele kunstwereld, die iedere afwijkende mening of daad van verzet in zich opneemt, aan de kaak te stellen.

Inderdaad kapselt het museuminstituut alle tegenstand in. Wat ooit een revolutionaire daad was, wordt door het museum gehistoriseerd en geësthetiseerd – kijk bijvoorbeeld naar hoe het werk van Malevitsj in het Stedelijk is te zien. Dit is niets nieuws en bovendien is het onvermijdelijk. De revolutionaire denkbeelden die ooit aanleiding waren tot een kunstwerk hebben voor latere generaties niet langer hetzelfde elan en het kunstwerk krijgt, als het tenminste een interessant kunstwerk is, gaandeweg een andere betekenis.

De vraag is alleen: is het werk van Faldbakken wel zo opruiend en destructief als hij wil doen geloven? Van vandalisme is hier geen sprake, hij heeft officieel toestemming gekregen om de sculpturen van Vigeland en Aukeland te gebruiken en hij behandelt de werken keurig volgens afspraak. In Kassel was geen enkel boek beschadigd, de hoop boeken was een geregisseerde wanorde. In Wiels is veeleer sprake van een precieze esthetiek dan van anarchistische rotzooi. De hemelsblauwe banden waar de beelden aan hangen zijn mooi gedrapeerd en kleuren mooi bij het brons van Vigelands Jong Meisje. Voor de geel geverfde sculptuur Portrait of a Generation zijn oranje riemen gekozen. De rode Rachmaninoff vodkadozen zijn quasi achteloos verspreid door de tentoonstelling. Zelfs de scheuren in de muren, veroorzaakt door een gloednieuwe blauwe en een rode krik, zien er bepaald niet verontrustend uit.

Nee, van revolutionair elan of een ware anarchistische geest is op de tentoonstelling van Faldbakken niets te bespeuren, het ontbreekt aan echte radicaliteit. Een barst in een muur doet op zichzelf niets – écht radicaal waren bijvoorbeeld ooit, vijftig jaar geleden, de van onder tot boven doorgezaagde huizen van Gordon Matta-Clark. Het werk van Faldbakken is gebaseerd op een literair idee van verzet of destructie, niet op een begrip van wat beelden kunnen doen. Het lijkt op het werk van een opstandig en verveeld jongetje. Zo bezien heeft de titel van de tentoonstelling een omineuze lading.

Matias Faldbakken: ‘Portrait Portrait Of Of A A Generation Generation’. T/m 3 maart in Wiels, Van Volxemlaan 354, Brussel. Inl: wiels.org