'Poëzie moet ook vreugde schenken'

Anne Vegter (1958) schrijft niet alleen gedichten, maar ook kinderboeken en voor toneel. Vanaf vandaag is ze de nieuwe Dichter des Vaderlands en ze loopt over van plannen die ze wil realiseren. „Dat elke Nederlander tien gedichten uit zijn hoofd kent.”

Nederland, Rotterdam 25 januari 2013 Anne Vegter, dichter des vaderlands Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Een goede troonswisseling: hoe gaat dat in zijn werk? Vanavond draagt de huidige Dichter des Vaderlands, Ramsey Nasr, na vier jaar zijn titel officieel over aan collega Anne Vegter, op het podium van Paradiso. „Ramsey wil me gewoon een kus geven”, zegt Vegter, maandag op het kantoor van Poetry International in Rotterdam. „Dat moet dan wel een goede kus zijn. Een intieme, lange. De Kus des Vaderlands”, grapt ze.

Een scepter aan elkaar doorgeven: zou dat niet een mooi gebaar zijn? De aanstaande Dichter des Vaderlands neemt de suggestie serieus. „Dat zou vet zijn. Zo’n versierde korte staf met een gouden bol aan het uiteinde.” Of Bas Kwakman, directeur van Poetry, geen goede winkel weet om er één op de kop te tikken. Hij belooft op zoek te gaan.

Na de dichter die tevens acteur was, krijgt Nederland een nationale dichter die ook toneel- en kinderboekenauteur is en een bundel erotische verhalen publiceerde. Anne Vegter (1958), die in Rotterdam woont en werkt, is de eerste vrouw die de functie Dichter des Vaderlands bekleedt.

Haar boeken worden steevast met lof ontvangen. Haar beide laatste bundels werden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en het kinderboek waarmee ze in 1990 debuteerde, kreeg de Woutertje Pieterseprijs toegekend. Haar tweede kinderboek werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.

Haar veelzijdigheid wordt geroemd door de commissie die haar benoemde. De slotzin van de verantwoording van de commissie luidt: „Vanwege haar open blik en indringende taal, omdat zij een brug kan slaan naar theater en beeldende kunst en omdat ze ook kinderen voor zich zal weten te winnen, is Anne Vegter de perfecte Dichter des Vaderlands.”

Niet dat Vegter een voor de hand liggende keuze is. Critici noemen haar poëzie grillig en ongrijpbaar, om niet te hoeven zeggen dat de gedichten het begrip te boven gaan. Zelfs de commissie stelt dat ze „geen gemakkelijke poëzie” schrijft.

Vegter is zich van die kwalificatie bewust en gaat de kwestie niet uit de weg. „Ik wil als Dichter des Vaderlands graag direct begrepen worden. Daar moet ik me in oefenen. Het spannende is of ik de dichter kan blijven die ik ben.”

Het wordt balanceren, denkt ze. Het ene gedicht zal toegankelijker zijn dan het andere. „Mijn springerige stijl is ook een uiting van levenslust. Mijn uitverkiezing is geen opdracht die eigenschap in mij uit te doven.”

Om de toegankelijkheid van haar gedichten te bevorderen, ziet ze zich geregeld samenwerken met een tekenaar. „Zodat de gedichten in stripvorm in de krant komen.” Jacques Tardi, zo iemand, zegt ze, met een brede glimlach. Kan NRC Handelsblad deze Franse grootheid niet polsen?

Eiland berg gletsjer, haar laatste bundel, uit 2011, voorzag ze zelf van geestige, krabbelige tekeningetjes. Een gedachte kan ook als tekening verschijnen en haar beste werk bloeit op uit een kinderlijke blik, zegt ze. „De gewetensvolle, volwassen blik corrigeert dat weer.”

Bij haar benoeming vallen twee zaken op. Het werd hoog tijd dat een vrouw de taak op zich nam, stelt de commissie. Vegter: „Ik ben niet tegen positieve discriminatie. En er zijn heel veel vrouwelijke dichters, dus er was keuze genoeg.”

En het is voor het eerst dat de nieuwe Dichter des Vaderlands niet gekozen is door het publiek. „Dat leek me altijd al de beste manier om tot een keuze te komen. Wat telt, is dat ik ben gevraagd, door mensen die respect en aanzien genieten.”

Opgetogen is ze over de benoeming en vrolijk, maar maar licht nerveus, „diep van binnen”, is ze wel sinds ze in december werd gevraagd. Eigenlijk had ze verwacht stadsdichter van Rotterdam te worden. „Ik dacht: volgens mij ben ik wel een goede dichter en kan ik iets betekenen voor de stad.” Maar die benoemingsperiode dreef voorbij zonder telefoontje.

Het werd iets veel groters. Poetry-directeur Kwakman vroeg haar Dichter des Vaderlands te worden. „Ik viel van mijn stoel. Echt. Het was surreëel.” Ze keek op tegen ‘het instituut’, zoals ze het noemt.

Met Ramsey Nasr, die veel indruk heeft gemaakt als Dichter des Vaderlands, wil ze zich niet vergelijken. „Hij heeft een krachtige politieke stem laten horen in de krant. Maar ik zie het niet als mijn plicht om politiek te worden. Je gal spuwen kan zijn nut hebben, maar poëzie moet ook vreugde schenken. Ik zal wat meer vrouwenthema’s aansnijden. En ik wil graag mensen mobiliseren.”

Over wat ze wil gaan doen heeft de nieuwe Dichter des Vaderlands allerlei dromen en ideeën. De meeste nog niet uitgewerkt, zegt ze. „Zal ik wat roepen?”

Ieder seizoen wil Vegter een gedicht publiceren dat je als spreekkoor kan instuderen. Om te declameren. „Geen lied, want dan handel je vanuit je bewustzijn. Het moet fysieker.”

En dan met hulp van een regisseur filmpjes maken ter instructie. „Die op YouTube zetten en dan een flashmob organiseren.” Minimaal vijfhonderd mensen wil ze bijeenbrengen.

Dat gedicht moet „niet te moeilijk of abstract” zijn. „Eerder een stelsel van uitspraken, zoals mijn eerste gedicht is.” Dat eerste gedicht heeft al die nieuwe vorm. „Het is een pleidooi voor vrijheid in poëzie. We leven in een kwellende meningencultuur, waar ik me tegen verzet. In poëzie kun je het vrije denken beoefenen. In poëzie kun je radicaal en creatief zijn. Poëzie is een gereedschap om naar de werkelijkheid te kijken.”

Via gedichten kun je in een andere taalwerkelijkheid komen, zegt ze. „Onze cultuur wordt gedomineerd door een zakelijke vorm van taal, een politieke taal. De verbeelding, die ooit aan de macht zou komen, wil ik beschermen. Dat is althans het eerste waar ik belang aan hecht in mijn functie van ambassadeur van de poëzie. Vrijheid proclameren en verwarring zaaien!”

Ze laat meer ideeën opborrelen. Op tournee door de provincie met een orkest, de DDV-tourband, een jazzy gezelschap met jonge muzikanten. Gaat zeker gebeuren, begin 2014. Met Stichting Lezen een spreekuur voor kinderen opzetten om, via skype, over het schrijven van poëzie te praten. Musicals maken voor groep 8 op basis van hun gedichten. Werken met oude mensen, boven de 75 jaar. „Dat is een vergeten groep,” weet Vegter. „Vorig jaar werkte ik mee aan een project met homoseksuele bejaarden. Hartverscheurende verhalen.”

Een echte droom? „Dat elke Nederlander over vier jaar minstens tien gedichten uit zijn hoofd kent.” Nog een droom, die ze al jaren koestert: „Elke ochtend tussen de Ster en het Radio-1-journaal een gedicht voordragen. Veel hedendaagse poëzie leidt een slapend bestaan. Die gedichten verdienen meer bekendheid.”

Op de vraag wanneer haar werk als Dichter des Vaderlands geslaagd is als ze over vier jaar zelf de scepter weer overdraagt, antwoordt ze met nog een laatste voornemen. „Als poëzie een volstrekt normaal onderdeel is van het lesprogramma op school. Dan zou ik het idee hebben dat ik aan de basis wat heb bereikt. Dan moet ik in overleg met OCW hè? Ga ik doen!”