Ouderen en koopkracht

Werknemers en gepensioneerden zijn dezer dagen geconfronteerd met de gevolgen van kabinetsbeleid. Van het huidige kabinet en van vorige kabinetten. Zij zagen hun loonstrookje of hun pensioenstrookje en constateerden soms dat ze in het nieuwe jaar erop achteruitgaan. Ze leveren koopkracht in. Soms flink.

Gepensioneerden ondervonden ook, vaak opnieuw, wat het betekent als hun pensioenfonds te weinig geld in reserve heeft. Dan wordt hun pensioen bevroren of het gaat omlaag. Dat nadeel treft ook werknemers, maar die ‘merken’ dat pas na hun pensionering. Ook lag een fiscale vereenvoudiging ten grondslag aan het lagere nettopensioen, die voor een deel via de AOW wordt gecompenseerd.

Eigenlijk worden werknemers en gepensioneerden die inleveren met de neus gedrukt op wat er gebeurt als er een financieel-economische crisis gaande is. Een crisis die per definitie door de portemonnee gaat. Al is hun tegenslag onvergelijkbaar met de pech die degenen treft die werkloos raken.

Nadelige koopkrachteffecten zijn een garantie voor felle discussies in de Tweede Kamer. Zoals gisteren. Dat ze voor een groot deel voortvloeien uit maatregelen waar de Kamer zelf eerder mee heeft ingestemd, blijkt even minder van belang als de gevolgen daarvan merkbaar worden. Altijd later, als burgers zich boos tot hun volksvertegenwoordigers wenden, met e-mails of op andere wijze.

Feit is dat het kabinet en (de meerderheid van) de Tweede Kamer ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld de ouderen (verder) te compenseren voor hun koopkrachtverlies. Het is politiek verleidelijk om dat te doen; andere fracties zijn niet ongevoelig voor de virtuele vooruitgang van de partij die specifiek zegt op te komen voor ouderen, 50Plus (nu twee zetels). Of ze voelen de druk die de electorale concurrentie van SP en PVV veroorzaakt.

Maar het kabinet van VVD en PvdA, van de sociaal-democratische minister van Sociale Zaken, Asscher, en van de liberale staatssecretaris voor belastingzaken, Weekers, heeft ervoor gekozen op dit moment geen compensatie te bieden aan bepaalde groepen.

Het is een politieke keuze die te verdedigen is. De compensatie voor de een is het nieuwe nadeel voor de ander. Gelijke koopkrachteffecten tot achter de komma voor iedereen zijn een politieke illusie.

Bovenal geldt dat het kabinet een beleid moet voeren dat de crisis bestrijdt, en dat is, gegeven de afhankelijkheid van internationale ontwikkelingen die voor Nederland geldt, al lastig genoeg. Het op orde brengen van de overheidsfinanciën hoort daarbij. Dat gaat niet zonder dat burgers de gevolgen ervan ondervinden.