Niet olie, maar gas is het nieuwe goud

Wie Shell zegt, zegt olie. Maar het bedrijf richt zich steeds meer op de productie van gas. En op een nieuwe techniek die van goedkoop gas dure – en schonere – olieproducten kan maken.

2012 was het jaar van de omslag. Voor het eerst produceerde Shell meer gas dan olie. Een historisch moment voor de vroegere Koninklijke Olie, maar ook paradoxaal, gezien de huidige lage gasprijs.

Het Nederlands-Britse energiebedrijf zet vol in op de winning en verwerking van gas. In vijf jaar tijd zijn de inkomsten uit wat het bedrijf integrated gas noemt – alles wat op basis van gas geproduceerd wordt – ruim verdrievoudigd, tot 11 miljard dollar in 2012. Ook de komende jaren zal er flink worden geïnvesteerd: zeker 120 miljard dollar tussen 2012 en 2015.

Shell loopt voorop met zijn gasstrategie. Olie zal in de komende decennia bij lange na niet aan de groeiende energievraag kunnen voldoen. De vraag naar gas zal tot 2050 verdubbelen, verwacht het bedrijf. Ook omdat het schoner is dan olie en een rol kan spelen bij het verminderen van uitstoot van broeikasgassen.

En er is nóg een reden. Via het proces van Gas To Liquids (GTL) kun je van gas ook olieachtige producten maken, als diesel en kerosine. En dat zet zoden aan de dijk: goedkoop gas omzetten in dure olieproducten. De lage gasprijs is dan juist gunstig.

Shell werkt al veertig jaar aan deze techniek. In 1993 werd de eerste generatie GTL-fabriek neergezet in Maleisië en sinds 2011 draait een tweede generatie fabriek in Qatar, waar grote gasvelden liggen.

En de Verenigde Staten lonken. Het land baadt in het schaliegas, dat op grote diepte wordt gewonnen. Shell is al betrokken bij de gaswinning, maar wil ook graag de GTL-techniek inzetten om van het gas de duurdere olieproducten te maken.

Maar GTL is nog relatief duur. In het Shell Technology Centre Amsterdam (STCA) aan het IJ wordt druk gestudeerd op methodes om het proces efficiënter en goedkoper te maken. Het is een van de drie innovatiecentra die Shell wereldwijd heeft neergezet. De andere staan in Bangalore (India) en Houston (VS).

In Amsterdam is het oude Shell-laboratorium in 2009 vervangen door een groot complex waar onderzoekers en ontwikkelaars intensief samenwerken. Ze hebben de beschikking over alle mogelijke technieken, tot en met een 3D-printer die de benodigde metalen proefdelen kan fabriceren.

Het past allemaal in de visie van bestuurvoorzitter Peter Voser om van Shell „het meest concurrerende en innovatieve energiebedrijf ter wereld” te maken. Jaarlijks geeft Shell daar ruim 1 miljard dollar aan uit. In Amsterdam wordt dagelijks 1 miljoen uitgegeven.

„Kijk, dit is toch prachtig”, zegt Ferry Winter in zijn laboratorium. Hij pakt een flesje met een glasheldere vloeistof erin. „Dit is GTL-diesel”.

Hij heeft net een lesje katalysatie voor beginners gegeven en laten zien welke middelen er allemaal gebruikt kunnen worden om gas om te zetten in de olie-achtige substantie. Aan de ene kant van het proces gaat er gas en zuurstof in en aan de andere kant komt er een paraffinemassa uit. De katalysatoren spelen de hoofdrol: speciaal gevormde deeltjes die qua vorm doen denken aan hagelslag, bedekt met een speciaal laagje metaal waarop zich moleculen kunnen hechten. Deze gasmoleculen binden het gas vervolgens tot een stevige massa die stolt als het afkoelt.

Voor de leek heeft het iets weg van mayonaise kloppen. Net als bij het maken van mayonaise tellen de materialen en de verhoudingen heel nauw. Het gaat om nanometers.

In de ene ruimte wordt de optimale vorm onderzocht voor de katalysatoren: hoe grilliger, hoe meer oppervlak en omzetting. Even verder wordt gestudeerd op het metalen oppervlak van de ‘hagelslag’ deeltjes. In onbegrijpelijke machines wordt gekeken naar de manier waarop de gasmoleculen op het metaal van de katalysator reageren. Mannen in witte jassen, met veiligheidsbrillen op, laten gecompliceerde modellen zien van atomen en moleculen.

Dan wordt het verhaal weer simpel. In een ouderwetse zuurkast worden twee branders aangestoken: glasheldere GTL-diesel naast traditionele diesel. Uit de laatste stijgt een lange kringel roet op, de GTL-diesel geeft alleen een bleek vlammetje. Het verschil is evident.

Helaas is de schone diesel nog niet beschikbaar voor de gemiddelde autorijder omdat de infrastructuur nu nog ontbreekt, vertelt Guy de Kort. Hij is nauw betrokken bij de bouw van de fabriek in Qatar. Sommige bedrijven draaien al wel uitsluitend op de GTL-diesel, zoals het afvalbedrijf Van Gansewinkel.

De ontwikkelingen gaan snel. De tweede generatie GTL-fabriek in Qatar is met zijn katalysatoren al 20 procent goedkoper dan de eerste generatie in Maleisië. De derde generatie staat op stapel en zal weer 10 tot 15 procent goedkoper zijn. Intussen wordt al druk gewerkt aan een vierde generatie GTL, die pas over een jaar of zeven zal zijn uitontwikkeld. Als het aan Shell ligt rijdt binnenkort iedereen op schone diesel.