‘Musea met zichzelf bezig’

Bezuinigen? Laat musea collecties uit depots halen en veel meer samendoen. Dan komt er ook meer publiek. „Het gaat te langzaam.”

Voor Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, is het glashelder waarom musea gedwongen moeten worden meer samen te werken. Niet om te bezuinigen. Wel om boeiendere tentoonstellingen te maken en zo meer publiek te trekken.

„Slechts 5 procent van de objecten in museumcollecties is regelmatig op zaal te zien. De rest ligt in depots. Collecties moeten meer uitgewisseld worden. Dan kan het publiek op meer plekken meer en langer mooie stukken zien.”

Toenmalig staatssecretaris Zijlstra hoopte op bezuinigingen toen hij vorig jaar opdracht gaf voor dit advies. Daarover staat niets in uw advies.

„Wij willen liever dat de musea meer geld verdienen door meer bezoekers te trekken. Daarvoor moet er overal in het land meer zichtbaar worden van al het moois dat in depots ligt. Niet alleen in de Randstad.”

Musea zijn al meer gaan samenwerken. Waarom wacht u die ontwikkeling niet af?

„Het gaat te langzaam. Natuurlijk zijn er goede voorbeelden, zoals de samenwerking tussen de volkenkundige musea en tussen de natuurhistorische musea. Maar te veel musea zijn alleen met zichzelf bezig. Bruiklenen worden bemoeilijkt omdat er wordt gesteggeld over de kosten voor verzekeringen, transport en restauraties. Er wordt niet vanuit een gezamenlijk belang gedacht.

„Meer afstemming tussen musea kan ook voorkomen dat er overbodige aankopen worden gedaan, objecten waarvan andere musea al een soortgelijk exemplaar hebben. En er zijn allerlei besparingen mogelijk. Denk aan gedeelde depots, gemeenschappelijk onderzoek, samen opzetten van educatie en uitwisselen van tentoonstellingen.”

Welke museumstukken horen in de Kerncollectie Nederland?

„Dat zijn stukken die van nationaal belang zijn, die het verdienen om extra beschermd te worden tegen verkoop en die zichtbaar moeten zijn voor het publiek. Je kunt op je vingers natellen dat de Nachtwacht erbij hoort, maar het kunnen ook stukken zijn uit de collecties van gemeentelijke of provinciale musea.”

Hoort de Afrikacollectie van het Wereldmuseum erbij? U riep Rotterdam op geen besluit te nemen over verkoop daarvan.

„Dat wordt nog een interessante discussie, wat er in de Kerncollectie hoort en wat niet. De musea moeten zelf, met hulp van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, een selectie maken.”

Dit heeft grote gevolgen voor de gemeenten. Zij mogen nu zelf beslissen of ze stukken uit gemeentemusea verkopen. Dat kan straks niet meer.

„Over stukken die niet tot de Kerncollectie behoren, kunnen ze nog steeds zelf beslissen. En vergeet niet: er zitten voor de gemeenten ook veel positieve kanten aan ons advies. Kleine musea krijgen straks meer ondersteuning van grote musea. ”

U wilt acht kernmusea aanwijzen, die een voortrekkersrol gaan vervullen binnen een ‘keten’ van musea. Krijgen ze extra geld voor die taakverzwaring? Ze hebben net zelf personeel wegbezuinigd.

„We hebben geen extra budget, dus er zal mogelijk eerst binnen zo’n keten bezuinigd moeten worden. Denk aan een korting van een paar procent per museum.”

Grote musea, zoals het Rijksmuseum, het Mauritshuis en het Stedelijk Museum zien vooral het buitenland als speelveld. U wilt dat zij zich meer richten op Nederland. Botst dat niet met elkaar?

„Samenwerking in het buitenland sluit samenwerking in het binnenland niet uit. Als de grote musea ongebruikte stukken uit hun collectie uitlenen aan andere musea in Nederland, worden die stukken voor buitenlandse musea interessanter.”

    • Daan van Lent
    • Claudia Kammer