Meester Krijn helpt ze naar de Cito-toets

Oefenen voor de Cito-toets heeft geen enkele zin, zegt Cito. Ouders en leerkrachten denken daar anders over. Trainen dus.

Den Haag 23-1-2013 Kinderen krijgen bijles in de schilderswijk, zodat zij extra goed zijn voorbereid voor de Cito toets. Volgens de leraar mochten alle gefotografeerde mensen op de foto (1 niet, maar die heb ik ook niet gefotografeerd) Voor het stuk van Sheila Kamerman. Foto Floren van Olden

Krijn Vermaas (66) zit aan een grote ovale tafel. Vriendelijk gezicht, grijzend haar, brilletje op de neus. Negen meisjes en twee jongens buigen zich over oude opgaven van de Cito-toets. Als ze iets niet begrijpen, komt Vermaas naar hen toe. „Goed lezen”, zegt hij vaak. „Wat staat daar nou precies?”

Dit is het Stagehuis in de Haagse Schilderswijk. Hbo- en mbo-studenten kunnen er stage lopen door activiteiten te verzorgen. Hier ook geeft Vermaas wekelijks Cito-les. Hij helpt kinderen met de voorbereidingen op de toets in groep acht, die steeds belangrijker is geworden.

Tien jaar geleden was de Cito-toets een ‘niveautoets’ die het advies van de leerkracht ondersteunde. Het advies van de meester of juf was het belangrijkste. Die had het kind immers een jaar of langer in de klas. Die wist prima welk niveau het zou aankunnen.

Dat is niet meer zo. Steeds meer middelbare scholen hechten het meeste belang aan de Cito-score. In de grote steden stellen de populaire scholen harde Cito-eisen. Alleen met een bepaalde score kan je naar havo of vwo. Sommige scholen krijgen veel meer aanmeldingen dan ze aankunnen. Die kunnen zich strenge selectie van leerlingen permitteren.

Leraren weten dat. Ouders weten het ook. De moeders van de Turkse vrouwenvereniging van de moskee naast het Stagehuis vroegen om de training. Zij brengen sindsdien elke week hun kinderen uit groep acht. Andere kinderen uit de wijk sloten zich aan. Hun ouders betalen 50 euro voor de wekelijkse lessen, vanaf de zomer tot deze week. Er is ook een serie lessen voor kinderen uit groep 7. Die kost 30 euro. Twee keer per jaar praat Vermaas de ouders bij over de vorderingen van hun kind.

Vermaas is niet de enige. Op internet wemelt het van Cito-trainingen. Onderwijspsycholoog Julie Le Grand uit Delft was vijftien jaar geleden nog een van de weinigen. Nu kun je als achtstegroeper overal Cito-training krijgen: in buurthuizen, moskeeën, bij mensen thuis. De ene cursus is gratis, de andere kost honderden euro’s. Ouders kunnen ook oefenpakketten bestellen en zelf oefenen.

Oefenen voor de Cito-toets heeft „geen enkele zin”, schrijft het Cito op de website. Want de toets „meet simpelweg wat een kind heeft geleerd in de acht jaar dat het op de basisschool zat.”

Leerkrachten en ouders zien dat toch anders. Julie Le Grand oefent in kleine groepjes basisvaardigheden als spelling en ontleden. En ze leert kinderen hoe ze om moeten gaan met multiplechoicevragen. Ze probeert kinderen wat meer zekerheid te geven in haar lessen. „En voor ouders is het prettig te weten dat ze hebben gedaan wat ze konden.” Een intakegesprek en elf lessen kosten 295 euro.

Het lijkt haar niet nuttig om alleen oude opgaven te maken, al zou je daarmee wellicht iets hoger kunnen scoren. „Een kind heeft er niets aan als het niveau op de middelbare school te hoog is.”

De leerlingen van Krijn Vermaas kunnen de extra hulp goed gebruiken. Hun ouders komen uit Turkije en Marokko en spreken niet allemaal goed Nederlands. Sommigen spreken thuis Turks of Marokkaans. Ze hebben moeite met de lidwoorden. Is het ‘de rode huis’ of ‘het rode huis’? Vermaas vindt het zonde als ze te laag scoren door taalachterstand of gebrek aan ervaring met toetsen.

Inhoudelijk zijn de vragen ook soms lastig voor zijn leerlingen. De toets wordt gemaakt voor autochtone leerlingen, zegt Vermaas. De vragen gaan over mensen die ’s avonds Franse kaas eten, een huisje in Portugal hebben en naar een reikiworkshop gaan. „Deze kinderen hebben geen idee wat reiki is.”

De vragen zijn talig. Ook de rekentoets. Gewone optel- en aftreksommen komen niet voor. Voordeel is wel dat steeds dezelfde zaken terugkomen. Tegenstellingen, synoniemen. Meester Krijn bespreekt er zoveel mogelijk met zijn groep. „Er wordt vaak gevraagd naar de beste schatting. Of: hoeveel mensen zijn dat ongeveer? Of: hoeveel korting krijgt een klant? Dat kan je leren door het veel te oefenen.”