‘Kunst verkoopt zichzelf niet’

Galerieën hebben het moeilijk. Dat ligt soms ook aan henzelf, zegt hun voorzitter Guus Broos. „Een galerie is meer dan een kale ruimte met een paar objecten.”

Foto Károly Effenberger

‘De galerie naast mijn huis is het bedrijf van mijn vrouw. Ik bemoei me er niet mee, op geen enkele manier.” Guus Broos, voorzitter van de Nederlandse Galerie Associatie, zegt het met nadruk. Toen de NGA hem acht jaar geleden benaderde, was er behoefte aan een onafhankelijke voorzitter, iemand die boven de partijen kon staan. Geen galeriehouder dus. De belangenvereniging was in 2003 ontstaan uit een fusie tussen de Nederlandse Vereniging van Galeriehouders en de Galeriebond Nederland, die elk hun eigen cultuur hadden. Guus Broos was de ideale kandidaat. Als voormalig directeur van MKB-Nederland had hij de nodige bestuurlijke ervaring en een groot netwerk. En via de galerie van zijn vrouw, DOM’ARTE, was hij goed op de hoogte van de kunstmarkt.

Bij de NGA zijn zo’n 150 galeries voor moderne kunst aangesloten, 70 procent van de galeries in Nederland. Broos, die zijn eigen adviesbureau heeft, is dertig dagdelen per jaar kwijt aan het onbetaalde voorzitterschap. Eind dit jaar neemt hij afscheid, dan zit zijn laatste termijn erop.

Het echtpaar Broos woont landelijk, in het Brabantse Rucphen. Hun woonhuis is een verbouwde boerderij uit 1880, de galerie is gevestigd in een Vlaamse schuur uit 1730. De galerie, die werk verkoopt van kunstenaars als Armando, Ger Lataster, Margriet Smulders, Sjoerd Buisman en Jaap de Vries, doet volgende week mee aan de Raw Art Fair in Rotterdam.

In Rotterdam schieten de kunstbeurzen als paddestoelen uit de grond. Heeft u daarbij een rol gespeeld?

„Beurzen zijn voor galerieën van levensbelang. Als wij merken dat er te weinig plekken zijn voor onze leden om zich te presenteren, komen wij in actie. Vorig jaar leek het mis te gaan in Amsterdam, toen Art Amsterdam vooral plek wilde bieden aan buitenlandse galerieën en een kleine, geselecteerde groep Nederlandse galerieën. De onvrede onder onze leden was zo groot dat wij gelobbyd hebben voor een brede kunstbeurs in Amsterdam. Zo werd de KunstRAI nieuw leven ingeblazen. In Rotterdam is vorig jaar een beweging op gang gekomen om het architectonisch erfgoed in de stad te verbinden met de kunstbeurzen in de stad. Daar heeft vooral de gemeente een belangrijke rol in gespeeld. Die beweging is dit jaar doorgegaan, met weer nieuwe beurzen erbij.”

Art Rotterdam kent een strenge selectieprocedure. Is er verschil in kwaliteit tussen de beurzen?

„Als brancheorganisatie kijken wij vooral of er voldoende marktplaats is voor onze leden. Die is er nu. En wat de kwaliteit betreft: een galerie die regionaal of landelijk opereert en geen internationale ambities nastreeft, kan nog steeds een hoog kwaliteitsniveau hebben.”

Niet alleen op beurzen wordt kunst verkocht. Het Gemeentemuseum Den Haag maakt van de Zomerexpo een verkooptentoonstelling. U bent daar fel tegen. Waarom?

„Het is concurrentievervalsing. Het museum krijgt subsidie en besteedt dat aan het verkopen van kunst. Amateurkunst zelfs... Onze leden krijgen geen subsidie. Ik ga hier met het museum over praten.”

Hoe groot is het potentieel aan kunstkopers in Nederland?

„Er zijn hier relatief weinig grote verzamelaars, hooguit dertig. De meeste galerieën verkopen aan mensen met een modale portemonnee, die iets moois aan de muur willen hangen. Uit onderzoek dat wij als NGA hebben laten doen blijkt dat 4 procent van de Nederlanders kunst koopt of overweegt dat te doen. Maar we weten ook dat 20 procent van de bevolking geïnteresseerd is in kunst. Daar ligt een kans voor de galerieën.”

De crisis gooit roet in het eten: de afgelopen jaren daalden de inkomsten van galeries met 15 procent. Hoe kunnen ze die trend keren?

„Allereerst moeten ze nóg meer hun best doen om de contacten met klanten te verbeteren. Kunst verkoopt zichzelf niet, de galeriehouder is een onmisbare intermediair. Een galerie moet meer zijn dan een kale ruimte met maar een paar schilderijen of objecten. Vaak word je, als je binnenkomt, nauwelijks begroet. Een medewerker is héél druk bezig op een laptop. Dat is geen prettige ontvangst. In een galerie moet je in een ambiance terechtkomen waar je langere tijd wil blijven en je een gesprek kunt voeren over de kunst.”

Wat kan de overheid doen?

„Bij handelsmissies zou er altijd een afvaardiging van galerieën moeten worden uitgenodigd om mee te gaan. Cultuur is een exportproduct waarmee Nederland zich internationaal veel meer moet profileren. En niet alleen op topniveau.”